Ach, het was maar een zwerver

Hij lag op een hoek van de stoep. Zijn witte, lange haar lag als een aureool om zijn hoofd. Van vuilniszakken had de man, die duidelijk op straat woonde, een zachte ondergrond gemaakt. Het warme licht van de avond scheen op zijn bleke gelaat.

Er liggen veel mensen op straat in mijn buurt in Rio de Janeiro. Sommigen liggen er altijd, anderen zijn op doorreis. Het zijn daklozen of comateuze drugsgebruikers: na soms wel tien dagen achtereen op de been te zijn door crack storten ze ter aarde.

Met deze man met zijn engelachtige witte haar was iets anders aan de hand. Ik passeerde hem terwijl ik een blokje om liep, aan het einde van een drukke dag. Was het de kleur van zijn lokken? Of de kleur van zijn gezicht? Ineens drong het tot me door:

deze man was dood.

Precies een week eerder was heel Brazilië in de ban van de dood: het stoffelijk overschot van João Goulart werd opgegraven, de linkse en laatste democratisch gekozen president voor de militaire coup in 1964. Op 31 maart van dat jaar deed het leger een lang voorbereide (en door de VS gesteunde) greep naar de macht uit angst voor oprukkend communisme. Pas in 1985 werd de democratie weer hersteld.

Jango, de bijnaam van Goulart, vluchtte en ging in ballingschap in Uruguay en later in Argentinië. Daar stierf hij in 1976 aan een hartaanval. Op Goularts lichaam werd nooit autopsie gepleegd. Zijn doodsoorzaak is altijd betwist.

Er zijn vermoedens dat een Uruguayaanse spion hem vergiftigde als onderdeel van Operatie Condor – een geheim samenwerkingsverband tussen de militaire regimes van verschillende Latijns-Amerikaanse landen. Ze leverden subversieve burgers aan elkaar uit en hielpen elkaar met martelingen en verdwijningen. De Verenigde Staten verleenden belangrijke organisatorische en financiële ondersteuning.

Brazilië reflecteert de laatste jaren over die periode. Een waarheidscommissie onderzoekt de gruweldaden van het militaire regime – dat overigens minder dood en verderf zaaide dan bijvoorbeeld dat in Argentinië. Nu vindt Brazilië het tijd duidelijkheid te krijgen over Goularts dood.

Daarom werd hij opgegraven. Bij aankomst van Goularts overblijfselen in de hoofdstad Brasília stond de politieke elite van Brazilië hem op te wachten. Er werden 21 kanonsschoten afgevuurd en president Rousseff (zelf gemarteld tijdens de militaire dictatuur) en verschillende oud-presidenten bewezen hem de laatste eer.

Goularts weduwe zei dat Brazilië hem eindelijk het respect gaf dat hij verdiende. „Het duurde even, maar het is nooit te laat”, zei ze. „Het is een manier om de herinnering aan mijn man te redden.”

Op de terugweg van mijn blokje om passeerde ik opnieuw de man – op veilige afstand nu. Er brandde een kaars naast zijn lichaam. Een groepje mensen had zich om hem heen verzameld, een ambulance was gebeld. Toch duurde het nog uren voordat zijn lichaam werd afgevoerd. Het was een vrije dag. Voor deze zwerver zette niemand een stapje extra.

Het leven van de rijken is op veel punten meer waard dan het leven van de armen. Dat Goulart 37 jaar na zijn dood alsnog de militaire eer krijgt is terecht, maar staat in schril contrast met de nonchalance waarmee Brazilianen omgaan met de dood van een onbekende dakloze.

Een paar dagen later vroeg ik rond op straat en leerde dat de man met de witte haren al jaren op deze plek zwierf. Toch kende niemand zijn naam. „Ach”, zegt de sleutelmaker die vanuit zijn sleutelmakershokje goed zicht had op de plek waar de man overleed. „Het was maar een zwerver. Dat gebeurt hier zo vaak.”

    • Floor Boon