Zwarte cinema bloeit onder Obama

De zwarte cinema beleeft hoogtijdagen in de VS. The Butler was dé verrassingshit, Twelve Years a Slave doet het prima. Is het de Obama-factor?

De familie Kennedy begroet de huishoudelijke staf van het Witte Huis, met rechts in het midden The Butler (Forest Whitaker)

Zal het filmjaar 2013 de boeken ingaan als doorbraakjaar voor zwarte cinema in de VS? Of is er alleen sprake van een kortstondige hausse van zwarte films, zoals die zich ook in het verleden wel hebben voorgedaan? Spike Lee, de Amerikaanse filmmaker die zoveel pionierswerk deed voor de zwarte film, houdt het op dat laatste. „We hebben die golven van nieuwe zwarte cinema ongeveer elke tien jaar. Ik zou willen dat er consistente vooruitgang was, en niet steeds die slingerbeweging van alles of niets.”

Toch lijkt er op dit moment wel iets meer aan de hand te zijn dan alleen die slingerbeweging. Dat Lee met gemengde gevoelens naar die huidige opleving van zwarte cinema kijkt, is begrijpelijk, want hij loopt niet meer voorop. Zijn remake van het Koreaanse Oldboy opende deze week in de VS met desastreuze bezoekcijfers. De laatste jaren heeft Lee moeite om zijn projecten te financieren. Ondertussen slagen andere filmmakers er wél in met thematisch verwante films een breed publiek voor zich te winnen.

The Butler, over de butler Cecil Gaines (Forest Whitaker) die zeven Amerikaanse presidenten diende in het Witte Huis, was deze zomer de grote verrassingshit in de VS. De regisseur van The Butler, Lee Daniels, had al eerder een onverwacht groot succes met zijn onevenwichtige gettodrama Precious (2009). Twee jaar later was The Help een grote hit; de film over zwarte huishoudsters en hun werkgeefsters in het gesegregeerde zuiden, die de carrière lanceerde van actrice Octavia Spencer.

Dat er relatief veel films uitkomen waarin de Verenigde Staten hun verleden van achterstelling, discriminatie en racisme onder ogen zien, is dus niet helemaal nieuw. En de Amerikaanse filmindustrie biedt al vele jaren kansen aan zwarte filmsterren waarbij de filmindustrie in de meeste Europese landen zeer matig afsteekt.

Niet alleen dat er zo veel films over ‘zwarte’ onderwerpen worden gemaakt is opmerkelijk, maar vooral ook dat er zo veel belangstelling voor is, bij een zwart én wit publiek. Dat maakt deze films ook rendabel, en soms zelfs lucratief. Ook het veeleisende Twelve Years a Slave van de Britse regisseur Steve McQueen houdt zich al weken staande in de toptien van best bezochte films in de VS – een opmerkelijke prestatie voor een film die nogal wat incasseringsvermogen van de toeschouwer vraagt.

Opvallend is verder het rijke spectrum aan ‘zwarte’ verhalen van dit moment. In het oog springt een onafhankelijke, kleine film zoals het ijzersterke Fruitvale Station van debutant Ryan Googler; dit jaar de grote hit van het Sundance Festival. Googler vertelt het op feiten gebaseerde verhaal van Oscar Grant, een zwarte jongen die op Oudejaarsavond 2008 op een metrostation in San Francisco in chaotische omstandigheden door een nerveuze politieagent werd doodgeschoten. De film kwam uit rond het moment dat in de VS de verontwaardiging hoog opliep over de vrijspraak voor George Zimmerman, de schutter die in Florida de 17-jarige Trayvon Martin doodschoot die hij had aangezien voor een inbreker. Daarnaast zijn er genrefilms, zoals de romantische kerstfilm The Best Man Holiday met een geheel zwarte cast; en de succesvolle sportfilm 42, over legendarische honkballer Jackie Robinson (Chadwick Boseman), de eerste zwarte speler in de Major League.

Het feite dat een zwarte president in het Witte Huis zetelt heeft daar natuurlijk iets mee te maken. „Onderschat niet wat het betekent dat er een zwarte president is”, zei de regisseur van Twelve Years a Slave, Steve McQueen, tegen het Amerikaanse Entertainment Weekly. „Alleen al zijn aanwezigheid en zijn gezag hebben invloed. Dat geeft ook aan filmmakers misschien het gezag om hun projecten van de grond te tillen.”

Paradox: het meer verlichte deel van de Amerikanen ziet zichzelf graag als ‘postraciaal’, en wil eindelijk voorbij huidskleur kunnen kijken. Maar juist door die postraciale openheid ontstaat er meer ruimte voor specifieke, zwarte verhalen, en groeit ook de interesse daarvoor bij het witte publiek. Bij de filmmakers zelf komt er de ruimte voor meer diverse zwarte cinema: minder militant misschien, met meer oog voor nuance, maar niet per se minder confronterend.

    • Peter de Bruijn