Wonen in een kantoor, in hartje Amsterdam

Gisteren werd het kantoor op deze foto’s leeg opgeleverd De uitgeprocedeerde asielzoekers die er woonden zijn naar een nieuw onderkomen gebracht: een gevangenis

Verslaggever

Meer dan een jaar hebben ze in lappen geleefd. In de dekens die mensen uit de buurt brachten, moskeeorganisaties, kerken, activisten en andere vrijwillige helpers. Die dekens lagen in stapels op hun bedden, ze hingen als afscheiding tussen de groepen van verschillende nationaliteiten en soms, als het heel koud werd, sloegen de vluchtelingen ze om hun schouders.

De bewoners van de Vluchtschans, voorheen de bewoners van de Vluchtflat, daarvoor van de Vluchtkerk, daar weer voor van de Notweg en helemaal in het begin van de Diaconie van de protestantse kerk in Amsterdam – deze uitgeprocedeerde asielzoekers, die onder het motto ‘wij zijn hier’ al meer dan een jaar lang in Amsterdam demonstreren tegen de gevolgen van het asielbeleid, zijn in de afgelopen dagen verhuisd naar een nieuw onderkomen.

Nu één deken per persoon nodig

Als het goed is hebben ze in hun nieuwe onderkomen nog maar één deken per persoon nodig, want de nieuwe opvang is niet langer provisorisch, niet het resultaat van een kraakactie en vrijwillige klussenteams. Ze zijn nu zes maanden gasten van het ministerie van Veiligheid en Justitie en de gemeente Amsterdam. Voor ieder is er een aparte kamer, met elektra en sanitair. Er is een sportruimte, er zijn tv’s.

Deze foto’s, genomen in hun vorige verblijf, een leegstaand kantoor aan de Weteringschans, hartje Amsterdam, laten zien hoe de asielzoekers – vooral jonge mannen uit verschillende Afrikaanse landen – dit jaar hebben geleefd in al die voor hen gekraakte onderkomens. Als nomaden. Op stukjes ontwikkelingsland in Nederland. Ze leefden van liefdadigheid en sinds de zomer de professionele hulp door Leger des Heils en HVO/Querido. „Elke dag brengen ze brood en pindakaas”, zei een van de asielzoekers moedeloos. In de Vluchtflat lagen de oude broden tegen de muur opgestapeld.

Ze werden gek van het niets doen en ze werden gek van elkaar en de eindeloze vergaderingen over de strategie van hun unieke manifestatie: rechteloze asielzoekers die zichzelf aan de wereld vertoonden in plaats van onvindbaar onder te duiken. De Somaliërs kregen ruzie met de Soedanezen, de ‘Francofonen’ met de Ethiopiërs. Soms liepen de spanningen zo hoog op dat er gevochten werd, maar steeds keerde de rust en de discipline terug waarmee ze hun zaak bepleiten.

Echt juichen doen ze nog niet

Je zou zeggen, die mensen gaan nu juichend naar hun nieuwe plek die de burgemeester aanbiedt. Er zijn twee redenen waarom dat niet gebeurde.

Eén: burgemeester Van der Laan heeft gelast dat er maximaal 159 vluchtelingen mogen komen, de 159 die zich afgelopen april hebben ingeschreven en daarbij hun dossiers aan Vluchtelingenwerk gaven om te kijken of ze misschien nog een kans hadden op een verblijfsstatus.

Twee: het nieuwe onderkomen is een voormalige gevangenis. Dat was het grootste obstakel. Asielzoekers hebben vaak in hun eigen land gevangen gezeten en zijn in Nederland opgesloten geweest in het kader van de vreemdelingenbewaring. Als er één constante is in de verhalen van de mensen van ‘wij zijn hier’, dan is het dat ze liever in de winterkou op straat slapen dan dat ze ooit terug moeten naar wat met een ambtelijk eufemisme „vrijheidsbeperkende locaties” heten.

Vrijdagavond kwam burgemeester Van der Laan naar het kantoor aan de Weteringschans in een laatste poging de vluchtelingen over te halen. Hij deed dat volgens de aanwezigen met vuur en met humor. Tegen een bewoner met een Feyenoord-shirt zei hij „Hé! Dat hoort hier niet, wij hebben hier Ajax.” Hij was ook streng. In de Vluchtschans was het aantal bewoners inmiddels aangegroeid met asielzoekers uit alle delen van het land, tot bijna 230. Alleen de eerder geregistreerde mensen konden aanspraak maken op het aanbod. „I’m a former lawyer, zei Van der Laan.

Je voeten bevroren in je sokken

Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie) speelde een belangrijke rol bij het overhalen van de vluchtelingen. Hem vertrouwden ze; hij kwam regelmatig langs, hij heeft ook overnacht in de Vluchtkerk. „Je moest daar echt speciale laarzen aan. Als je op gewone schoenen rondliep, bevroren je voeten in je sokken.”

Hij was even sceptisch als de vluchtelingen over het aanbod. „Een gevangenis – hoe bedenk je het?” Pas toen hij van zowel staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) als burgemeester Van der Laan (PvdA) de verzekering kreeg dat de celdeuren echt niet op slot gaan, overwoog hij het aanbod serieus. Uiteindelijk zei hij tegen de vluchtelingen: „Tel je zegeningen.”

Aangezien de groep van 159 inmiddels is uitgedund – een enkeling kreeg een verblijfsvergunning, sommigen zitten in de cel, anderen zijn verder getrokken – zijn er nu 92 mensen over. Tot 31 mei 2014 hebben ze de tijd om aan een oplossing voor hun status te werken. Dat zal in veel gevallen betekenen dat ze meewerken aan hun terugkeer, aldus Van der Laan.

Daar is staatssecretaris Teeven op gebrand. Het asielbeleid moet streng blijven. En hoewel vaststaat dat sommige vluchtelingen uit de groep zich een en andermaal vergeefs bij ambassades van hun Afrikaanse thuislanden hebben gemeld, heeft Teeven toch de premie op hun vertrek verhoogd. Eerst mochten ze 1.750 euro per persoon meenemen naar huis. Dit najaar dreef hij dat bedrag op naar 4.500 euro.

    • Bas Blokker