‘When Harry Met Sally’ als pizza

Het werk van de in 2012 overleden Nora Ephron is in een boek samengevat dat leest als een tweegesprek met je leukste en slimste tante.

Stel, je bakt een pizza. Een grote, mooie pizza margherita, met alleen kaas en tomaat. Je geeft hem aan iemand, een regisseur, en hij zegt: „Lekker. Ik ga voor deze pizza. Maar ik vind wel dat er champignons op moeten.” En jij zegt: „Champignons! Natuurlijk! Dat ik daar zelf niet aan gedacht heb!” De pizza doet de ronde. De volgende wil er groene paprika op. Een derde ansjovis. Er wordt geruzied over de ansjovis. Het eindresultaat is een pizza met alles. Soms is dat heerlijk. En soms denk je: „Ik wist het. Die paprika had nooit gemoeten. Waarom heb ik niks gezegd?”

Aldus, vrij vertaald, vat Nora Ephron (1941-2012) het vak van scriptschrijver samen, in een voorwoord bij haar eigen scenario voor When Harry Met Sally (1990). Al sinds haar jeugd in de heuvels van Hollywood, als oudste dochter van scenaristenkoppel Henry en Phoebe Ephron, wist Ephron dat een filmschrijver deel van een keten is: regisseur, producent, acteurs en editors gaan aan de haal met je pennevrucht, en in het slechtste geval heeft wat in de bioscoop draait nauwelijks iets met jouw oorspronkelijke idee te maken.

Bij ‘Harry’ was het pizza bakken ideaal verlopen. Regisseur Rob Reiner en producent Andrew Scheinman, die Ephron hoopten te strikken voor een film „over een advocaat. Ik ben de details vergeten”, raakten met haar in gesprek over henzelf: Reiner was gescheiden, Scheinman was single, beiden waren op vrouwenjacht. Waarom, bedachten ze gedrieën, daar geen film over maken? Mannen en vrouwen, liefde en vriendschap? De hoofdpersonages dienden zich als vanzelf bij Ephron aan: de zwartgallige, gevatte Reiner werd ‘Harry’, met als tegenpool de eeuwige optimistische dwangneuroot ‘Sally’ – een stripversie van Ephron zelf. In haar script liet ze het duo liefdevol bekvechtend een happy end tegemoet gaan. Reiner en Scheinman voegden de beroemd geworden dialoog over het vrouwelijk ‘neporgasme’ toe; actrice Meg Ryan suggereerde bij de eerste lezing dat Sally dat trucje ook meteen, tijdens de lunch in een deli, zou demonstreren. Acteur Billy Crystal bedacht de in de film door Reiners moeder uitgesproken slotgrap: „I’ll have what she’s having.” Ephron verwerkte het dankbaar. Filmmaken was groepswerk.

Ephron, die vorig jaar op 71-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van leukemie, was gek op gesprekken. Op dialoog. ‘IK KAN NIET TEGEN NIET PRATEN!’ laat ze haar alter ego Rachel Samstadt in hoofdletters denken in Heartburn (1983), haar enige roman, waarin ze het adagium van haar moeder – „Alles is materiaal” – tot kunst verhief door haar ellendige, tweede echtscheiding tot een geestig en puntig boek te verwerken.

Ephron had toen al naam gemaakt als journalist en essayist, maar ook in die solistische genres schreef ze alsof ze aan de telefoon zat. Haar beste werk, inclusief Heartburn en het ‘Harry’-script, is nu postuum gebundeld in The Most of Nora Ephron, dat leest als één lang, twinkelend tweegesprek met je slimste en leukste tante: die van de anekdotes, tips over hoe het leven te veraangenamen, de beste troostrecepten.

In de verfilming van Heartburn door regisseur Mike Nichols uit 1986 doet een korzelige, onweerstaanbare Jack Nicholson de overspelige ex (alias Watergate-journalist Carl Bernstein) eer aan. Meryl Streep als Rachel voegde achteraf bezien wel erg veel aarzelende zangerigheid aan Ephrons teksten toe. De ideale Ephron-vertolkster, voor wie ze na ‘Harry’ nog drie glansrollen schreef, was Meg Ryan. Zij combineerde een simpele, heldere dictie met elastische onhandigheid en een lomp, grappig loopje: ieders beste vriendin.

Met het succes van ‘Harry’ op zak breidde Ephron bij haar volgende filmavonturen haar zeggenschap flink uit. Ze ging produceren en regisseren, met wisselend artistiek, maar groot commercieel succes: Sleepless In Seattle (1993) en You’ve Got Mail (1998), beide met Ryan en Tom Hanks als voorbestemd koppel. Het treiterend tegenwicht van een macho als Reiner/Harry ontbreekt, wat ze tot meisjes-huilfilms bij uitstek maakt. Maar ook voor wie Ephron liefst wat pittiger heeft, is haar ‘Most of’ een heerlijk boek.

The Most of Nora Ephron. Samenstelling Robert Gottlieb.