Troosteloos komische middelbare alcoholisten

Op een dag heb je het gehad. Je vrouw neemt de benen naar een ander, met de kinderen. Het leven van een middelbare man alleen is perspectiefloos. Gelukkig is er alcohol, voor toch nog een beetje gezelligheid op de korte baan. Broeders in de drank zijn vlug gevonden – je bent echt niet de enige die troost zoekt voor de hopeloosheid van het bestaan. Helaas is alcohol verslavend.

Sabine Lubbe Bakker en Niels van Koevorden hebben voor hun documentaire – een van de grote verrassingen op het zojuist in Amsterdam afgesloten IDFA – twee alcoholisten gevonden in een Belgisch dorp. Marcel, de man die door zijn vrouw verlaten wordt, doet nog een bij voorbaat tot mislukken gedoemde poging in een ontwenningskliniek van de drank af te komen. Drinkebroer Bob heeft dat niet nodig: zijn halve fles rum per dag belemmert niet zijn functioneren, vindt hij, en elke dag dronken is natuurlijk ook een vorm van geregeld leven.

De filmmakers zitten hun personages onwaarschijnlijk dicht op de huid. Zoals wanneer Marcel, op het moment dat zijn vrouw na zestien jaar huwelijk definitief de echtelijke woning verlaat, smeekt of ze niet nog één keer kunnen neuken. Of wanneer Bob een boom in het bos zoekt die voor hem bijzondere betekenis heeft – alleen aan de voet van die ene boom vindt hij vrede met de wereld, zegt hij. Helaas: al lang geleden omgehakt.

Het is allemaal intens treurig en schrijnend, en toch moet je als toeschouwer vaak smakelijk lachen. Dat mag ook. Bakker en Van Koevorden benaderen hun onderwerp zo liefdevol en respectvol, dat de gedachte aan leedvermaak nooit opkomt. Mensen kunnen juist in hun hulpeloosheid onbedoeld komisch zijn. Of bedoeld komisch zelfs: Marcels ontwenningskuur moge dan niet tot blijvende resultaten leiden, de kuur biedt toch maar mooi de gelegenheid de zusters in het ziekenhuis schuine moppen te vertellen.

Ne me quitte pas is gefilmd in een schijnbaar nonchalante, niet opdringerige stijl, wat de indruk versterkt dat je een huisvriend van de twee drinkers wordt, voor wie ze geen geheimen hebben. Hoewel wat je ziet voor een deel wel degelijk extreem gedrag is, en het gedrag van de twee ook geenszins verheerlijkt wordt, ga je je als kijker toch met hen vereenzelvigen.

En welke geheimen zouden ze ook kunnen hebben, tenslotte? Ieder van ons heeft het vermogen ongelukkig te worden, en bijna iedereen is dat ook wel eens. In ons allen schuilt een Bob of Marcel. En als we zelf aan de dans van de alcohol ontsnappen, dan komen we Bob en Marcel toch nog elke dag tegen, als die vale, onzekere man voor ons bij de kassa van de supermarkt, die met muntjes betaalt voor een blikje van het goedkoopste bier. Het zijn knappe filmmakers, die je zozeer het gevoel geven dat ongeluk heel gewoon is, en dat je daar om kunt lachen.