The Guardian als staatsvijand

Alan Rusbridger, hoofdredacteur van The Guardian, werd gisteren gehoord in het Lagerhuis. Brengen zijn NSA-onthullingen de veiligheid in gevaar?

Illustratie van Daniel Pudles maandag in The Guardian bij een betoog van Ben Emmerson, VN-rapporteur voor contraterrorisme, tegen vervolging van de krant.Illustratie Daniel Pudles.

„Houdt u van dit land?” De vraag aan Alan Rusbridger, hoofdredacteur van The Guardian, was er een in de geest van de Amerikaanse communistenjager McCarthy.

Het symboliseerde de ondervraging voor de Lagerhuiscommissie voor Binnenlandse Zaken, gistermiddag. De commissie had Rusbridger opgeroepen zich te verantwoorden voor de publicatie van de zogenoemde Snowden-files. De ophef daarover ging de afgelopen maanden in het Verenigd Koninkrijk niet zozeer over de bevoegdheden van GCHQ, de Britse inlichtingendienst voor het digitale verkeer die op grote schaal burgers bespioneert, maar over The Guardian die de nationale veiligheid in gevaar zou hebben gebracht.

Dat was niet alleen de mening van concurrerende media en Lagerhuisleden. De bazen van veiligheidsdiensten MI5, MI6 en GCHQ zeiden vorige maand voor een andere Lagerhuiscommissie, waar ze in tegenstelling tot Rusbridger wel van te voren de vragen te zien kregen, dat „het cumulatieve effect van de mediaverslaggeving ons werk de komende jaren zeer, zeer moeilijker zal maken”. En premier Cameron zei vervolgens dat het „erg moeilijk was voor de regering niets te doen” als „ze [de media] geen maatschappelijke verantwoordelijkheid tonen”.

En dus werd Rusbridger opgeroepen voor ondervraging in het Lagerhuis. Dat heeft louter een waarheidsvindende functie. Maar uit de vragen van sommige parlementsleden bleek wat zij graag zouden zien: een hoofdredacteur die wordt aangeklaagd wegens overtreding van de terreurwet.

Meerdere keren werd Rusbridger gevraagd of hij inderdaad documenten had gedeeld met The New York Times. Waardoor die documenten, met geheime informatie over en de namen van Britse spionnen, de landsgrenzen hadden verlaten. „Dat is een strafbaar feit”, concludeerde Matthew Ellis (Conservatief), die Rusbridger vervolgens vroeg: „Zou u ook informatie over Enigma-code hebben gedeeld met de nazi’s?”

De afkeer van The Guardian droop van de vragen. Het is geen geheim dat veel, meest Conservatieve Lagerhuisleden een hekel hebben aan de linkse pro-Labour redactie. Op de vraag of een getuige The Guardian las, interrumpeerde David Winnick (Labour) bij een eerdere zitting een collega met de mededeling dat „dit nog geen strafbaar feit is, zelfs niet onder deze Tory-regering”.

Rusbridger probeerde onderwijl duidelijk te maken dat niet The Guardian het lek is van de geheime documenten, maar „een 29-jarige uit Hawaï die niet in dienst was van de NSA” en „een van duizenden bevoegden die toegang had” tot „een poreus systeem”. Op één verhaal na was bij alle artikelen om weerwoord gevraagd van de Britse en Amerikaanse regeringen en de betrokken diensten, en een generaal die toeziet op de verslaggeving van staatsveilige kwesties had alle artikelen ingezien. „Hij concludeerde dat levens niet in gevaar zouden zijn. Ten hoogste zouden de verhalen voor politieke verlegenheid zorgen.”

„Ongeveer 1 procent” van de 58.000 documenten is gepubliceerd, zo vertelde de hoofdredacteur. En de publicatie was in het belang van het publiek. Dat blijkt volgens Rusbridger uit het feit dat de Amerikaanse president en de voorzitter van de machtige senaatscommissie voor de inlichtingendiensten beiden hebben gevraagd om een onderzoek naar hoe inlichtingendiensten te werk gaan. „De manier waarop het toezicht tekort schiet, is door kranten aan het licht gekomen.”

Hij wees de Lagerhuiscommissie fijntjes op het verschil tussen het Verenigd Koninkrijk en de VS, waar de openbaar aanklager heeft gemeld dat hij journalisten die hun werk doen, niet zal vervolgen. En waar men beseft „dat een vrije pers moet worden beschermd”. „Een les die we hier nog moeten leren.”

De vraag of hij zijn land liefheeft, overdonderde The Guardian-hoofdredacteur. Na een korte pauze zei hij: „Er zijn landen, en dat zijn over het algemeen geen democratieën, waar de pers niet vrij is om te schrijven en waar de inlichtingendiensten redacteuren vertellen wat ze moeten schrijven. Dat is niet het land waar wij wonen, en dat is een van de dingen waarom we van dit land houden.”

    • Titia Ketelaar