The Butler: degelijk maar nogal vlak vakwerk

The Butler is vooral een geschiedenisles, maar wel een interessante. Regisseur Lee Daniels baseerde zijn film op de carrière van Cecil Gaines (Forest Whitaker), die als butler in het Witte Huis zeven presidenten diende, om op zijn oude dag een zwarte president zijn intrek te zien nemen op 1600 Pennsylvania Avenue. Dat is historisch. De rest verzonnen de filmmakers erbij: Gaines kreeg twee zoons – een die als soldaat naar Vietnam gaat, en een die radicaliseert als lid van de Black Panthers – en een alcoholische, overspelige vrouw (Oprah Winfrey).

Die constructie biedt de mogelijkheid om steeds te schakelen tussen de politieke debatten in het Witte Huis, en de ontwikkelingen in het land; met name de burgerrechtenstrijd in het zuiden van de VS. Dat heeft wel iets schematisch. Eigenlijk speelt alleen Winfrey een complexe figuur; de andere personages, inclusief al die presidenten en de hoofdrol van Whitaker, zijn er alleen om het historische betoog op te zetten en te illustreren.

Lee Daniels stelt zich als regisseur dienstbaar op aan het materiaal, zeker vergeleken met zijn extravagante eerdere werk, maar zijn talent ligt toch meer bij de theatrale, grote scènes. The Butler is interessant, degelijk vakwerk, maar de film heeft zoveel geschiedenis te behandelen dat het moeilijk blijft om de scènes veel leven in te blazen.

Peter de Bruijn

    • Peter de Bruijn