Ogen, oortjes en een stukje van de hersenen

Weten hoe het zit, dat is geen gemakkelijke opgave in Noord-Afrika. Weet u nog, het strand van Sirte? Daar verloor de Nederlandse marine begin 2011 een Lynx-helikopter na een poging drie evacués op te halen tijdens de Libische opstand tegen Moammar Gaddafi. Dat mislukte door slechte samenwerking tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en de

Weten hoe het zit, dat is geen gemakkelijke opgave in Noord-Afrika. Weet u nog, het strand van Sirte? Daar verloor de Nederlandse marine begin 2011 een Lynx-helikopter na een poging drie evacués op te halen tijdens de Libische opstand tegen Moammar Gaddafi. Dat mislukte door slechte samenwerking tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en de inlichtingendiensten AIVD en MIVD, concludeerde de Commissie van Toezicht betreffende Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten CTIVD later.

Zijn de Nederlanders wel voorbereid op inlichtingenwerk in Noord-Mali?

Ruim twee jaar eerder trokken 60 Nederlandse mariniers op met Ieren in het zuidoosten van Tsjaad om bescherming te bieden aan hulpverleners en vluchtelingen uit Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek. De Europese Eufor-missie kreeg steun van Franse militairen, die onder nationale vlag opereerden. De les die Defensie trok: militairen moeten meer oefenen op „vreemde (Franse) taalvaardigheid”.

Volgende week spreekt de Tweede Kamer over een nieuwe missie in Noord-Afrika. 368 militairen gaan vanaf begin volgend jaar in Mali deelnemen aan de VN-missie MINUSMA. De voertaal is Engels, maar weer wordt samengewerkt met Fransen die hun eigen missie hebben in Mali (net als Tsjaad een Franse ex-kolonie). De Nederlandse bijdrage draait om het winnen van inlichtingen. „Wij zijn de ogen en oortjes van de missie, maar ook een stukje van de hersenen”, zei de commandant der strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, bij de hoorzitting die de Tweede Kamer vrijdag hield ter voorbereiding op het debat hierover, volgende week.

De Kamerleden waren vooral geïnteresseerd in risico’s, ondersteuning en effecten voor de bevolking. Klopt het dat de kans op aanslagen niet zo groot is? Gaan er voldoende helikopters mee? Kunnen de Nederlanders in het noorden van Mali zorgen voor effectief bestuur en stabiliteit? Zorgen en wensen die voortkomen uit ervaringen bij eerdere internationale missies, van Bosnië (in VN-verband) tot het Zuid-Afghaanse Uruzgan (NAVO).

De regering onderstreept lessen te hebben geleerd. De Nederlanders hebben in Noord-Mali geen ‘gebiedsverantwoordelijkheid’, zoals in Uruzgan. De bijdrage mag dus niet mislukt genoemd worden als het bij vertrek van de Nederlanders (in principe eind 2015) nog slecht gaat rond Gao, het hart van de Nederlandse activiteit. Het inlichtingenwerk waar Nederland zich op richt is een „nichecapaciteit” (zij het de meest besproken niche van het moment): inlichtingwerk – dat klonk bij Middendorp in de Kamer trouwens ambitieuzer: Nederland gaat een „ inlichtingenarchitectuur” opzetten binnen de VN, die daar van oudsher zwak in is.

Kunnen de Nederlanders dat? De zeventig militairen die als analist en inlichtingenpersoneel naar Mali worden gestuurd, hebben in dat land nog „geen ervaring”, schrijft het kabinet. De kennis van het Frans is bij de militairen „over het algemeen beperkt”, laat staan die van de aan het Berber verwante talen die in het noorden van Mali gesproken worden. Maar geen nood, want er „wordt onderzocht of en hoe er lokaal tolken (…) kunnen worden ingehuurd”. Overigens gaan er negentig Nederlandse special forces op pad om inlichtingen te verzamelen op lange-afstandspatrouilles in de onherbergzame woestijn rond Gao. Zij beschikken over een flinke dosis „zelfredzaamheid”. Er worden ook Apachehelikopters en onbemande vliegtuigen ingezet.

Franse, Algerijnse en West-Afrikaanse overheden krijgen geen vat op de onmetelijke Sahel. Er worden wapens en drugs gesmokkeld, mensen ontvoerd en er verbergen zich extremistische groepen zoals Al-Qaeda-in-de-Islamitische Maghreb. De landsgrenzen in de Sahel zijn poreus en oncontroleerbaar, zodat elke missie zich moet uitstrekken tot ver in de regio. Juist in die omgeving ontplooit Nederland zijn nieuwe ‘niche-capaciteit’. Dat is wel een debat waard.