Niemand heeft graag een bacillenbom op de werkvloer

Het is weer het seizoen van de snotterende en grieperige collega’s Gemiddeld infecteert iemand met griep twee anderen Pas op voor liftknopjes en flexplekken

Johannes van den Akker is het type dat met een griepje gewoon naar het werk gaat. „Extra pillen erin en gaan. Ik wil niet dat mijn collega’s er hinder van ondervinden dat ik thuisblijf.” Maar zijn collega reageerde geïrriteerd. Van den Akker: „Hij raakt makkelijk besmet, wil niet ziek worden. Als hij had geweten dat ik naar kantoor kwam, was hij zelf naar een ander filiaal vertrokken.”

Het is weer het seizoen van de snotterende en grieperige collega’s. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde raken volwassenen twee tot vijf keer per jaar verkouden. Maar ziek word je niet door de regen en de kou, ziek word je door collega’s. Zij dragen virussen bij zich, vertelt hoogleraar moleculaire virologie Jan Wilschut van Universiteit Groningen. Zo’n virus wordt uitgehoest en verspreidt zich via kleine druppeltjes in de lucht (aerosolen). Die komen via voorwerpen en de lucht in je neus en ogen, en infecteren de cellen in je luchtwegen.

Een slecht geventileerd kantoor – met dichte ramen en de verwarming aan – is de ideale plek voor virussen en bacteriën. Iedereen kan besmet raken. Een verkoudheidsvirus kan minstens twee uur op de huid overleven. Op voorwerpen een aantal dagen. Eén vriendelijke collega die met snotvingers de liftknop aanraakt, koffie haalt en vriendelijk een balpen uitleent, kan zo een stroom aan mensen infecteren.

Hoe moet je met je zieke collega omgaan? Volgens Anouk van Eekelen, die etiquettetrainingen voor de werkvloer geeft, moet je het benoemen: „De basis van etiquette is jezelf verplaatsen in de ander, zodat je voorkomt dat de ander zich ongemakkelijk voelt. De zieke collega heeft thuis heus wel nagedacht over het feit dat hij anderen gaat besmetten. Hij vergeet alleen te benoemen dat hij tóch naar kantoor is gekomen omdat hij jou niet met een stapel werk wil opschepen. En nu treft hij je boos in plaats van blij.”

Als je zelf een zieke collega eigenlijk het liefst naar huis ziet vertrekken, zeg dat dan ook eerlijk. „Wees concreet. Zeg: ‘Goh, ik snap dat je je werk af wilt maken, maar kan ik anders dat project overnemen? Zal ik een kamertje voor je regelen?’ En denk vooruit. Van Eekelen: „Geef de collega die snel ziek is niet een belangrijk project in het griepseizoen. En mocht je zelf voelen dat je ziek wordt: bel je baas en overleg of je ook thuis kunt werken. Niemand heeft graag een bacillenbom op de werkvloer.”

Niet iedereen wordt ziek

Gemiddeld infecteert iemand met griep twee anderen, vooral diegenen met een mindere weerstand. Jammer genoeg vaak nog voordat hij het zelf weet. Wilschut: „Op het moment dat de symptomen duidelijk zichtbaar worden is de hoeveelheid virus vaak al afgenomen. Dat geldt helemaal voor griep, influenza, waarbij je zo’n twee dagen voordat je echt ziek wordt het meest besmettelijk bent.”

Maar niet iedereen wordt ziek. Mensen met een voldoende weerstand ademen virussen wel in, maar maken ze tijdig onschadelijk. De virussen worden tegengehouden in het slijmvlies van de neus, bijvoorbeeld door antistoffen. Vervolgens slik je ze dan met het slijm uit de neus door en worden ze in de maag definitief afgebroken.

Om niet ziek te worden is het dus zaak meer weerstand op te bouwen. Acuut meer vitamine C slikken heeft geen zin – sinaasappels eten gaat er niet voor zorgen dat je sneller beter bent. Wel goed slapen (meer dan acht uur), goed eten (zink en vitamine A) en niet te veel stressen. Stresshormonen onderdrukken namelijk het immuunsysteem, waardoor je eerder infecties oploopt.

Wie bijvoorbeeld heel fanatiek hardloopt – meer dan tien uur per week – verhoogt het aantal stresshormonen in het bloed zodat je meer kans hebt verkouden te worden. Maar te weinig bewegen is nóg een groter risico: daar krijg je ook weer een zwak immuunsysteem van. Hoogleraar Wilschut: „Het is evident dat het goed is om te bewegen. Je bouwt conditie op en slaapt beter.” Eén kleine opsteker: speeksel is geen primaire bron van virussen. Je geliefde kussen kan dus veilig, mits je er niet bij snottert.

    • Charlotte van ’t Wout