Nederland rekent (a) beter dan Finland (b) slechter (c) heel goed

◯ Onwaar ◯ Waar ◯ Half waar

Dat stond op 26 mei in nrc.next.

De aanleiding

Wie kan er nou niet tellen? „Nederland overklast Finland met wiskunde”, kopte de Volkskrant gisteren vrolijk. Maar: „Nederland slechter in wiskunde”, was de kop van de NOS. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) reageerde wéér anders, in een persbericht. Hij zei dat Nederlandse leerlingen het „op het gebied van wiskunde zelfs heel goed” doen: „In Europa doen alleen Zwitserland en Liechtenstein het beter.”

Waar is het op gebaseerd?

De wereldwijde onderwijsranglijst PISA 2012 is verschenen. Gisteren presenteerde de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) haar driejaarlijkse onderzoek waarin de onderwijsprestaties van 65 landen worden vergeleken. Afgelopen jaar werd de OESO-test weer afgenomen, bij in totaal meer dan 510.000 scholieren van 15 jaar. In Nederland deden er 4.460 scholieren mee, van 179 verschillende scholen. Deelnemers werden getest op de onderdelen wiskunde, leesvaardigheid en natuurwetenschappen, maar de nadruk lag op wiskunde.

En, welke bewering klopt?

Allereerst de kop uit de Volkskrant. Daarin klinkt de suggestie door dat we ein-de-lijk gewonnen hebben van de Finnen. Alsof we beter zijn gaan rekenen, zélfs beter dan Finland (wat dan waarschijnlijk wel een goed wiskundeland zal zijn?). De waarheid is simpeler: het artikel was een aankondiging van een artikel over het Finse onderwijs, vandaar de vergelijking.

Maar genoeg suggestie, hoe zit het met de feiten? Het PISA geeft aan de Nederlandse wiskundeprestaties een puntenscore van 523. Ter vergelijking: topscorer Shanghai scoort 613 punten en hekkensluiter is Peru met 368 punten. Op het eerste gezicht verslaan we inderdaad de Finnen: zij scoren 519. Een miniem verschil, dat wel, maar inderdaad: overklast.

Of niet? Het rapport PISA 2012 Results in Focus biedt een aparte tabel om een slag om de arm te houden bij dat soort vergelijkingen. Naast de landenlijst staat daar een kolom met de „landen waarvan de score NIET statistisch significant verschilt van die van het vergeleken land”. In het geval van Nederland zijn dat Zwitserland, Estland, Canada, Polen, Vietnam én Finland. Het verschil is volgens PISA dus te klein om de één beter dan de ander te noemen.

Ten tweede de kop van de NOS: ‘Nederland slechter in wiskunde’. Daarin is geen sprake van een vergelijking met een ander land – het woord ‘slechter’ slaat op een historische vergelijking. „De wiskundeprestaties van 15-jarige scholieren in Nederland zijn vanaf 2003 geleidelijk gedaald”, staat er in het bericht. Het Cito maakte een Nederlandse versie van het onderzoeksrapport, waarin ook de prestaties van ons land historisch vergeleken worden. Nederland behaalde in het onderzoek van 2012 een score van 523, in 2003 was dat nog 538 (figuur 2.3.5 in het rapport). Geen Peruaanse toestanden, maar zulke (of betere) scores halen ze nu alleen in de toplanden Shanghai, Singapore, Hongkong, Taiwan, Korea en Macao.

Tot slot de staatssecretaris: zijn kwalificatie „in vergelijking heel goed” is ietwat vaag, maar niet onwaar, want op wiskundig gebied staat Nederland in de lijst van 65 landen op de tiende plaats. Maar de andere uitspraak, dat in Europa alleen Liechtenstein en Zwitserland beter presteren, klopt niet. Liechtenstein is wél significant beter (score: 535), maar Zwitserland (531) stond in het eerdergenoemde rijtje van landen waarvan de resultaten niet significant van de Nederlandse scores verschillen.

Conclusie

Finland presteert in wiskunde niet significant slechter dan Nederland, aldus PISA, dus we beoordelen de kop uit de Volkskrant als onwaar.

De bewering van de NOS, dat Nederland slechter in wiskunde is (en we vullen die zin nog even aan met: ‘dan in 2003’) beoordelen we als waar.

De uitspraak van staatssecretaris Dekker dat Nederlanders het in vergelijking met buitenlandse leeftijdsgenoten „heel goed” doen op wiskundig gebied is waar, maar de staatssecretaris verkijkt zich op de significantie van het verschil met Zwitserland. Een vergissing in ons voordeel: Zwitserse jongeren rekenen niet significant beter dan Nederlandse. Maar omdat er bij uitspraken van staatssecretarissen over wiskunde wél goed gerekend moet worden, zijn we streng en beoordelen we Dekkers uitspraken als half waar.