...moeten burgemeesters dan de wereld regeren?

Burgemeesters zijn geschikter om mondiale problemen op te lossen dan landsbesturen, zegt politicoloog Benjamin Barber in zijn nieuwe boek.

Ja, hij kent Eberhard van der Laan, en hij weet wie Achmed Aboutaleb is. En vanmiddag heeft hij een afspraak met Jozias van Aartsen, de burgemeester van Den Haag.

De Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber is populair bij burgemeesters dankzij zijn nieuwe boek, If Mayors Ruled the World. Daarin stelt hij dat stadsbesturen, vooral burgemeesters, veel beter dan landelijke regeringen in staat zijn grensoverschrijdende problemen aan te pakken, zoals klimaatverandering of sociale ongelijkheid.

„Landen concurreren met elkaar en internationale organisaties werken omslachtig”, zegt Barber tijdens een bezoek aan Amsterdam. „Maar steden sluiten allianties om iets te doen aan de CO2 uitstoot, om wapenbezit terug te dringen en migratie te hanteren.” Barber nam in zijn boek een lange lijst van stadsbondgenootschappen op en beschrijft in zijn ogen succesvolle burgemeesters, zoals Leoluca Orlando van Palermo, Yuri Loezjkov van Moskou. En Ayodele Adewale van Lagos die jongeren uit de sloppenwijken inzette om iets te doen aan de open riolen. Burgemeesters, zegt hij, kunnen effectief zijn doordat ze pragmatisch zijn. Hij citeert de voormalige burgemeester van het verscheurde Jeruzalem, Teddy Kollek: „Als jullie ophouden met je gepreek, dan doe ik iets aan de riolering.”

Barber: „Neem mijn eigen land, de VS. De Amerikaanse politiek is verlamd door ideologie. De landelijke overheid ging in oktober zelfs op slot. In steden is er geen tijd voor zulke obstructie. Zelfs in ideologisch of etnisch sterk verdeelde landen ontlenen mensen eensgezind hun identiteit aan de stad waar ze wonen. In dit land voelt een Marokkaan zich misschien geen Nederlander, maar wel Rotterdammer.”

U bent vooral bekend als schrijver van het boek Jihad versus McWorld, over de twee krachten die de democratie bedreigen: religieus fundamentalisme en internationaal flitskapitalisme. Wat kunnen burgemeesters daartegen doen?

„Meer dan landsbesturen, zo blijkt. Landen zijn er nog steeds niet in geslaagd een goed klimaatverdrag te sluiten, maar burgemeesters tekenden wél een klimaatprotocol. En maar liefst 1.100 steden zitten in ICLEI, een verbond van steden voor duurzaamheid, waarin ze slimme maatregelen uitwisselen. In New York heeft net Bill de Blasio de burgemeestersverkiezingen gewonnen door zijn belofte iets tegen ongelijkheid te doen. De wereld komt er deze jaren achter dat de markt een subliem systeem is van rijkdom scheppen, maar een erbarmelijk systeem om dat te verdelen. We hebben dus sterke democratieën nodig. Die zijn er niet meer in naties, maar wel in steden. Stadsbestuurders genieten in de VS tachtig procent van het publieksvertrouwen. Het landsbestuur maar 40 procent.”

Maar de burgemeester van Toronto is vooral bezig met zichzelf. Detroit is failliet. En in São Paulo en Rio ging het geld tot woede van burgers naar stadions voor sportevenementen, niet naar onderwijs of openbaar vervoer.

„Natuurlijk zijn er ook burgemeesters en steden die het slecht doen. Maar het aantrekken van grote evenementen zoals Brazilië heeft gedaan, is niet per definitie slecht. Het gaat erom hoe je de opbrengsten gebruikt. Vaak is niet zozeer de markt als wel de staat het probleem. Over de hele wereld verdienen de steden het meeste geld, en dragen zij ook de meeste belasting af. Naties gebruiken dat geld vervolgens om het platteland te helpen. Steden zouden meer autonomie moeten krijgen. Met de stadstaat begon de democratie. De stadstaat past ons.”

Wat is beter, een gekozen of een benoemde burgemeester?

„Een gekozen burgemeester is veel beter. Zo voelen stedelingen zich het meest verwant met hem. Veel burgemeesters zijn geliefd en worden bekend, zoals Boris Johnson van Londen of Michael Bloomberg van New York. Overigens zie je vaak dat ze het op landelijk niveau veel minder goed doen. François Hollande was als burgemeester van Tulle veel effectiever dan hij nu als premier van Frankrijk is.”

U zingt de lof van pragmatisch bestuur maar pleit vervolgens voor een mondiaal parlement van burgemeesters. Dat lijkt me paradoxaal.

„Ik denk dat zoiets kan werken omdat het de uitwisseling van goed, verstandig bestuur bevordert. Maar het is ook bedoeld om de aandacht te vestigen op netwerken tussen steden als bouwstenen voor wat uiteindelijk een daadkrachtig mondiaal bestuur kan zijn. Steden kunnen van elkaar leren. Nederland is een totaal ander land dan Zwitserland. Maar Amsterdam en Zürich kunnen veel aan elkaar hebben.”

Benjamin Barber: If Mayors ruled the World. Yale University Press. De vertaling verschijnt in maart bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.