Meer kinderen leven in armoede

Armoede is in Nederland sterk toegenomen, blijkt uit een gisteren gepresenteerd rapport van CBS en SCP Vooral eenoudergezinnen belandden vorig jaar onder de armoedegrens

Door de economische crisis is de armoede in Nederland vorig jaar sterk toegenomen. Er kwamen (afhankelijk van de definitie) tussen 150.000 en 180.000 armen bij: de sterkste stijging van de armoede sinds economische crisis die eind 2008 begon.

Vooral het aantal kinderen dat in armoede opgroeit is sterk toegenomen. Armoede treft één op de tien kinderen, 384.000 in totaal. Vijf jaar geleden waren het er 100.000 minder. De meeste ouders van arme kinderen hebben laagbetaald werk.

Dit blijkt uit het rapport Armoedesignalement 2013 dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gisteren hebben gepresenteerd. CBS en SCP spreken van een „forse stijging” van de armoede ten opzichte van 2011.

CBS en SCP hebben beide hun eigen definities voor armoede en gebruiken verschillende methoden om die te meten. Toch komen ze tot dezelfde conclusie: het aantal armen is vorig jaar met 15 procent gestegen.

990 of 1.042 euro per maand

Het CBS hanteert een inkomensgrens en die bedroeg vorig jaar 990 euro per maand voor een alleenstaande. Het SCP werkt met zogenoemde referentiebudgetten, voor een alleenstaande 1.042 euro per maand.

Er is niet zo veel armoede in Nederland geweest sinds de eeuwwisseling. Volgens het CBS zijn er vorig jaar 177.000 mensen bijgekomen die onder de armoedegrens leven. In totaal waren 1,3 miljoen personen arm, dat is 8,4 procent van de bevolking. Volgens het SCP kwamen er 152.000 mensen bij, en zijn het er 1,2 nu miljoen (7,6 procent van de bevolking).

De economische crisis die nu al vijf jaar duurt, had aanvankelijk een bescheiden effect op de omvang van armoede. Pas in 2011 begon de armoede flink toe te nemen, vooral door de stijgende werkloosheid. Sinds 1995 daalde de armoede, omdat steeds meer vrouwen gingen werken. De crisis heeft die trend omgekeerd. Door de werkloosheid komen vooral alleenstaande ouders uit onder de armoedegrens. Vorig jaar moesten 664.000 huishoudens (9,4 procent van het totaal) rondkomen van een inkomen onder de lage inkomengrens.

Steeds meer mensen leven in langdurige armoede: 381.000 mensen zijn langer dan drie jaar arm. Een op de tien had een achterstand op de huur of hypotheek. Het percentage huishoudens dat zich in de schulden stak, bedroeg vorig jaar 8 procent, tegenover 5 procent vijf jaar geleden. De verwachting is dat de armoede in 2013 minder snel zal stijgen dan vorig jaar.

Top-10 gemeenten

De armoedepercentages zijn – gemeten over 2011 – het hoogst in de volgende gemeenten (met het precentage huishoudens met een laag inkomen):

Amsterdam (Noord-Holland) 15,4%
Rotterdam (Zuid-Holland) 14,9%
Groningen (Groningen) 14,0%
Den Haag (Zuid-Holland) 14,0%
Vaals (Limburg) 13,7%
Heerlen (Limburg) 13,0%
Leeuwarden (Friesland) 12,6%
Arnhem (Gelderland) 12,4%
Enschede (Overijssel) 12,3%
Kerkrade (Limburg) 11,8%

In grote steden wonen relatief veel mensen met een uitkering, en relatief de meeste allochtonen. Vorig jaar had, volgens het CBS, bijna 30 procent van de niet-westerse kostwinners een laag inkomen, dat is vier keer zoveel als onder autochtonen.