John de Mols Utopia

‘Ik zoek Utopia”, zei ik tegen de jongeman die stond te roeren in een grote pan. Utopia – ik bedoelde het niet filosofisch, niet het boek van Thomas More. Ik bedoelde de nieuwe SBS6-realityshow Utopia, vanaf januari elke dag op tv.

John de Mol vertelde er maandag over bij De Wereld Draait Door. Het format: een groep mensen zit een jaar op het terrein van een voormalig asielzoekerscentrum op de hei bij Bussum. Daar beginnen ze een experimentele microsamenleving, from scratch, met enkel twee koeien, twintig kippen en een telefoon en wat zakgeld.

De Mol vertelde: „Wij dumpen letterlijk vijftien mensen op een van God verlaten terrein met een gammele oude loods, koud, en er is bijna niets, en we zeggen tegen ze: zoek het uit...”

Ik werd nieuwsgierig naar dat van God verlaten terrein.

In de auto dacht ik aan The Hunger Games, de boekverfilming die nu in de bioscoop draait, waarin jongens en meisjes in de bossen worden gedumpt en tegen elkaar moeten vechten. De film is een kritiek op de huidige maatschappij, maar John de Mol nam het verhaal bijna letterlijk, een prima format.

Via een blubberig pad in een naaldbos naast de A1 kwam ik bij Kamp Crailo, de voormalige kazerne. Ooit zat hier Nederlands grootste asielzoekerscentrum (dat zou ook een leuk sociaal experiment geweest zijn om te filmen, trouwens). Ik passeerde een bordje Verboden Toegang en kwam op het kazerneterrein.

Verschillende kazernes en barakken waren al tot ruïnes gesloopt. Er stond een graafmachine met de tekst ‘Van den Herik Sliedrecht – Opsporing Conventionele Explosieven’. Hulde voor de locatiescouts: het zag er allemaal behoorlijk apocalyptisch uit.

Achter een van de gebouwen brandde licht. Daar trof ik de jongen, roerend in zijn pan. Hij woonde hier antikraak met vrienden, vertelde hij, de set was een endje verder. Aldaar was teleurstellend weinig te zien. Hekwerk bedekt met landbouwplastic en daarop, als camouflage, plastic klimop. Palen met bouwlampen. Palen met camera’s. En werklieden, druk in de weer. Iemand stuurde me naar een prefab kantoortje van Talpa, waar duidelijk werd dat ik hier niet mocht zijn.

Op de terugweg dacht ik aan utopieën, dat die weer helemaal mogen, tegenwoordig. Denk aan de populariteit van stadslandbouw en ecodorpen, of aan die tentenkampen van Occupy. Naïef dromen is in. Terwijl de geschiedenis leert dat utopische samenlevingen vaak mislukken.

Toen schoot me te binnen dat niet ver van de set, een paar kilometer verderop in de bossen, de plek was waar psychiater en schrijver Frederik van Eeden in 1898 zijn experimentele leefgemeenschap Walden oprichtte. Net als het Utopia van More was dat een communistische samenleving. Men zou van de tuinbouw leven, ’t flopte.

John de Mol creëerde feitelijk het Walden van onze tijd. Maar hij pakte het slimmer aan. Zijn microsamenleving was niet communistisch; de bewoners kregen wat geld (zij het niet veel). Het was meer survival of the fittest.

Zijn Utopia is een miniparticipatiesamenleving. Je wordt er gedumpt, en dan is het: zoek het zelf maar uit.

Arjen van Veelen (a.v.veelen@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen (m.oostveen@nrc.nl).