De politie heeft geknoeid, maar dat was slordigheid

Foute tapverslagen: verdachte vrij. Hoe ernstig was het?

Bob Steensma en Leo Wallage gebruiken stevige woorden om te beschrijven wat er mis is gegaan, begin dit jaar. Agenten hebben „lichtzinnig” geantwoord toen het Openbaar Ministerie (OM) opheldering vroeg over fouten in telefoontaps, zegt Wallage, lid eenheidsleiding van de politie Noord-Holland. En de behandelend officier van justitie „had anders kunnen én moeten omgaan” met de onbevredigende antwoorden, zegt hoofdofficier van justitie Steensma. „Het is niet goed te begrijpen dat het zo is gelopen. De scherpte ontbrak.”

Dus ja, er zijn fouten gemaakt bij het uitwerken van telefoontaps. Maar, minstens even belangrijk: „Uit het onderzoek blijkt dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat dat moedwillig is gebeurd”, zegt Steensma.

Met Wallage licht hij vandaag de conclusies toe van intern onderzoek naar de pijnlijke rechtszaak van begin dit jaar. Toen verklaarde de rechter het OM niet ontvankelijk in zijn vervolging van een 47-jarige man, verdacht van drugsdealen. Er was geknoeid met bewijs: tapverslagen van telefoongesprekken die nooit waren gevoerd, uitspraken van een vrouw die aan de man werden toegeschreven, uitspraken van een drugsverkoper die op het conto van de verdachte kwamen. De rechtbank merkte op dat onjuistheden in de tapverslagen „klaarblijkelijk doelbewust” waren opgesteld.

Uit het onderzoek blijkt dat het om technische en administratieve fouten gaat, zegt hoofdofficier Steensma. „Fouten die, als ze goed waren uitgelegd, niet tot dit zware oordeel van de rechter hadden moeten leiden.” In de zaak waren 655 telefoongesprekken opgenomen, voor de bewijsvoering zijn er 23 gebruikt. In vijf van die 23 tapverslagen zitten fouten, blijkt uit dit onderzoek – waarvoor alle gesprekken opnieuw zijn uitgewerkt.

Welke fouten precies, dat is een vrij technisch verhaal, zegt Wallage. Het is deels terug te voeren op het systeem voor verwerking van taps. Daar kan verschil ontstaan in het nummer waaronder een gesprek is opgeslagen en het nummer waaronder het is uitgewerkt door de politie. Als de rechter of de advocaat een gesprek wil terugluisteren, kan hij een ander gesprek te horen krijgen dan beschreven is.

Dat is ook in deze zaak gebeurd. Er waren twee tapverslagen die de politie leek te hebben verzonnen, omdat de opnamen met dat nummer leeg waren. De gesprekken blijken wel opgenomen, maar onder een ander nummer te zijn geregistreerd.

In een ander gesprek leken de stemmen van de gesprekspartners zo op elkaar, dat ze gaandeweg door elkaar zijn gehaald, aldus het onderzoek. En een gesprek dat de rechter onverstaanbaar vond – en het tapverslag dus onbetrouwbaar – bleek op andere apparatuur wel goed verstaanbaar.

Voor het verloop van het proces is misschien wel erger wat ná het maken van de verslagen gebeurde, denken Steensma en Wallage. Al voor de zitting was bekend dat er twijfels over waren. Het OM vroeg opheldering aan de politie, die volstond met de simpele constatering dat er fouten waren gemaakt, in plaats van precies uit te zoeken wat er aan de hand was. Daaruit blijkt volgens Wallage dat sommige medewerkers onvoldoende beseffen dat telefoontaps een zeer zwaar onderzoeksmiddel zijn, waarvoor veel wettelijke eisen gelden. De officier van justitie had op haar beurt met dit antwoord van de politie geen genoegen moeten nemen, zegt Steensma.

Tegen de verbalisanten noch de officier zijn disciplinaire maatregelen genomen. Wel is de zaak aanleiding voor verbeteringen bij politie en justitie, zeggen Wallage en Steensma. Zo geldt nu in Noord-Holland één tapprotocol (welke afkortingen gebruik je, hoe duid je irrelevante gesprekken aan, etc.) in plaats van de vijf die er waren. Een programma is gestart om medewerkers in beide organisaties – weer – meer bewust te maken van de gevoeligheden bij gebruik van taps.

Het onderzoek biedt extra steun om het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank door te zetten. Het OM vond die sanctie al te zwaar omdat er voldoende ander bewijs was. „Bovendien, als de rechter zo’n zware maatregel overwoog, had hij in moeten gaan op het aanbod van de officier om de agenten op de zitting te horen”, vindt Steensma. Ook uit oogpunt van transparantie is het goed als een rechter zich uitlaat over de tapverslagen en het onderzoek, zegt hij. Er was kritiek dat de politie Noord-Holland de kwestie zelf heeft onderzocht, in plaats van de rijksrecherche. „Dat laatste gebeurt alleen als we de verdenking hebben dat de politie strafbare feiten heeft gepleegd. Die hebben we niet.”

    • Elsje Jorritsma