De NSA kan het ook nóóit goed doen

Ze tappen onze telefoons. Lezen onze mails. Bespieden onze ambassades. Hacken onze fora. Wat een stiekemerds, daar bij de NSA. Dat is tenminste wat je zou kunnen denken als je kranten, televisiezenders en blogs bekijkt waar telkens nieuwe onthullingen verschijnen over de werkwijze van de Amerikaanse inlichtingendienst.

In juli was het nieuws dat de NSA ‘alle’ e-mailadressen kan bekijken, in augustus dat de NSA ‘duizenden keren’ privacyregels schond, in september bleek dat ambassades werden ‘bespied’, in oktober dat zelfs het mobieltje van de Duitse bondskanselier Merkel was afgeluisterd, en zaterdag schreef deze krant dat ook Nederlandse fora worden ‘gehackt’. Goed voor een half jaar verontwaardiging over geheim gedoe van Amerika.

De vraag waaróm de NSA mensen afluistert, wordt minder vaak gesteld. Toch is deze vraag minstens zo relevant: wat levert het ons op, een overheidsdienst die meekijkt in het internet- en telefoonverkeer van burgers?

Laten we eerst een misverstand uit de weg helpen: de NSA bespiedt ons niet allemaal. Het verzamelt wel bulkgegevens. Dat zijn bijvoorbeeld alle e-mails die in een bepaalde periode worden verstuurd, of belgegevens over wie met wie heeft getelefoneerd. In deze databank speurt de NSA naar verdachte patronen. Schrijft iemand over het maken van een bom? Staat iemand in contact met een jihadist uit Afghanistan? Verdachte telefoonnummers en mailadressen worden in kaart gebracht en vervolgens op inhoud gecontroleerd. Dit doet de NSA omdat het analyseren van dit soort ‘metadata’ kan leiden naar potentiële terroristen.

Rob de Wijk, directeur van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies, onderzocht voor zijn boek Doelwit Europa vijftig geslaagde en mislukte terroristische aanslagen. In een groot aantal van deze zaken kreeg hij van inlichtingenbronnen te horen dat zij aan hun informatie waren gekomen door middel van het verzamelen van metadata, zegt De Wijk in een telefonische toelichting. Het ging om dezelfde methoden als die de NSA gebruikt: ál het belverkeer werd afgetapt en geanalyseerd op verdachte patronen en woorden. Deden de inlichtingendiensten dit niet, zegt De Wijk, dan zouden er meer aanslagen in Europa hebben plaatsgevonden.

De NSA verijdelt aanslagen

De NSA claimde eerder dat het een bijdrage heeft geleverd aan het verijdelen van 54 aanslagen, maar het maakte slechts vier zaken openbaar waarin de rol van de NSA achteraf weinig bleek voor te stellen. In andere uitgelekte zaken speelde NSA-informatie wél een rol. Zo ontdekte de geheime dienst in zijn bulk aan telefoongegevens dat een Amerikaanse telefoon in contact stond met een lid van de terroristische organisatie Al-Shabaab. Vervolgens kon een Somalische taxichauffeur uit San Diego worden opgepakt. In België hielp de NSA bij het ontrafelen van een terroristisch complot van Al-Qaeda door een belastende e-mail te onderscheppen, stelde CNN vast.

En in Nederland? Vanwege terreurdreiging ging in augustus de Nederlandse ambassade in Jemen tijdelijk dicht. Een onderschept telefoongesprek tussen twee Al-Qaeda-leiders zou daarvoor aanleiding hebben gegeven. Inlichtingenbronnen verklaarden dat met behulp van het omstreden afluisterprogramma van de NSA kon worden nagegaan met welke personen de Al-Qaeda-leiders in contact stonden.

Sommige critici vinden dit niet genoeg bewijs. Zij vinden dat de NSA, wil het zijn afluisterprogramma behouden, informatie moet verstrekken over aanslagen die het heeft voorkomen, en op welke manier. Maar dat kán de NSA helemaal niet vertellen. Terrorismedeskundigen zijn het erover eens dat hoe meer informatie de NSA prijsgeeft over zijn wijze van opereren, des te beter terroristen daarop kunnen inspelen.

Ze móéten wel in het geheim werken

Feitelijk kan de NSA het dus nooit goeddoen voor de critici. Men verlangt openheid van een dienst die alleen in het geheim kan functioneren. En op de rand van de wet. Want het wordt de NSA verweten dat het gegevens aftapt in landen die daarvoor geen toestemming hebben gegeven. Schande, zeggen opiniemakers, dat de geheime dienst de privacywetten zo aan haar laars lapt.

Maar wat kan de NSA anders? Wil het blijven zoeken in bulkgegevens naar verdachte patronen, dan móét het wel op deze manier te werk gaan. Ieder land heeft andere privacywetten. Zou de NSA in Nederland iemands Facebookgegevens opvragen, dan moet beargumenteerd worden waarom iemand mogelijk staatsgevaarlijk is. Dan kan er dus niet gezocht worden in de bulkgegevens, bestaande uit personen tegen wie geen verdenking loopt maar die ondertussen wel met snode plannen zouden kunnen rondlopen.

Zo beschouwd is het helemaal niet vreemd dat de NSA privacywetten niet naleeft: die wetten zijn gewoon te strikt. Niet voor niets adviseerde de commissie-Dessens maandag om de wet te verruimen en ook Nederlandse inlichtingendiensten ongericht kabels te laten aftappen.

Ja maar, zeggen tegenstanders, de NSA gebruikt zijn informatie niet alleen voor de strijd tegen terrorisme, maar ook om bijvoorbeeld bondskanselier Merkel af te luisteren. Dat is waar. Maar is dat zo erg? In de internationale betrekkingen is spioneren min of meer part of the game, zegt onderzoeker Sergei Boeke van het Haagse Centre for Terrorism and Counterterrorism. Ethiek speelt in de diplomatiek een veel minder grote rol dan in de binnenlandse politiek. Op het internationale toneel is het ieder voor zich. Wie elkaar niet in de gaten houdt, is minder op de hoogte van onderhandelingsposities en heeft uiteindelijk minder macht. Zo werkt dat nou eenmaal. Van landen als China en Rusland is bekend dat zij ook afluisteren. Dat andere landen tot dusver niet zijn betrapt op afluisteren van bondgenoten, betekent niet dat ze het niet willen, zegt onderzoeker Boeke. Het kan ook komen doordat ze het niet kúnnen.

De mediastorm over de NSA zal nog wel even doorrazen. Het is wachten op de volgende onthulling dat onze privacy op internet wordt geschonden.

Het gekke is: iedereen weet allang dat dit gebeurt. Door commerciële bedrijven wel te verstaan, die ons zoekgedrag op internet in de gaten houden en zelfs onze e-mailtjes scannen om gepersonaliseerde advertenties aan te kunnen bieden. Geen haan die ernaar kraait. Totdat blijkt dat de NSA hetzelfde doet, met als doel terroristen op te sporen. Dan is het een schandaal. En dan gaan er spookverhalen rond, over een overheid die ons continu bespiedt, al onze privéberichten leest, opslaat en daar vast kwade bedoelingen mee heeft.

Eigenlijk is het hele NSA-schandaal niet meer dan een complottheorie. We vertrouwen er niet meer op dat onze overheid het beste met ons voorheeft. Dat is een grotere zorg dan een geheime dienst die terroristen probeert te vangen.

    • Andreas Kouwenhoven