‘Bij blessures gaat het om het hele lijf’

Oud-schaatsster Ingrid Paul is als sportarts betrokken bij nieuwe afdeling topsportgeneeskunde

Ingrid Paul was schaatsen. En schaatsen was Ingrid Paul. Een aaneengeklonken geheel. Tot haar naam opdook in een omkopingsschandaal rond de schaatsster Gretha Smit. Zo opeens was de oud-schaatsster die trainster was geworden verdwenen van de ijsbaan. Om weer op te duiken als sportarts. In Ede, in een maatschap met de gerenommeerde Peter Vergouwen.

Een vlucht? Welnee, zegt de bijna 49-jarige Paul resoluut. Ze is niet vanwege de affaire Smit uit het schaatsen gestapt. „Pertinent niet. Ik heb alleen besloten om sporters op een andere manier te begeleiden.”

Maar de zaak Smit blijft Paul achtervolgen. Omdat de Poolse schaatsster Katarzyna Bachleda-Curus in 2009 voor de camera van Studio Sport had verklaard dat haar tijdens de Olympische Spelen van 2006 in Turijn 40.000 euro was geboden voor het afstaan van haar startplaats op de 5.000 meter aan Pauls pupil en eerste reserve Smit. In het onderzoek van een door sportkoepel NOC*NSF en schaatsbond KNSB ingestelde commissie werd haar naam nadrukkelijk genoemd. Tot Pauls ergernis, want tot op heden verklaart de voormalige trainster onschuldig te zijn. „Veel mensen vinden er iets van, maar er is nooit is gebeurd. Er is ook nooit bewijs geleverd. Heel jammer dat ik daarmee nog steeds in verband wordt gebracht. Maar het leven gaat door.”

Toch blijft het wennen om Paul in actie te zien als medische begeleidster van boksers, een wielerploeg of het Nederlands vrouwenvolleybalteam. Maar ze voelt zich senang in haar nieuwe rol, zegt Paul. Omdat ze nooit uit de medische wereld is weggeweest. Gedurende haar schaatsjaren besteedde ze gedurende de rustperiode altijd al een maand of twee aan medische begeleiding. Paul was tenslotte niet voor niets afgestudeerd als arts. Ze wilde bijblijven op haar vakgebied. In die rol was Paul jarenlang fragmentarisch actief in het Heerenveense ziekenhuis de Tjongerschans.

Sinds twee jaar is ze fulltime sportarts, hoewel ze de Amerikaanse schaatser Shani Davis op afstand nog van trainingsadviezen voorziet. Maar dat moet als een vriendendienst worden gezien. Haar leven staat nu in het teken van de begeleiding van topsporters in de vorige week geopende afdeling Topsportgeneeskunde van het Edese ziekenhuis De Gelderse Vallei van Vergouwen. Een bijzondere afdeling. Enig in zijn soort, denkt ook Paul. Een trendsetter? Paul heeft nergens ter wereld die structuur gezien. Ook niet in hoogontwikkelde landen als Canada en Noorwegen, waar ze heeft gewerkt.

Na te zijn wegbezuinigd bij sportkoepel NOC*NSF en het Utrechts Medisch Centrum (UMC) , werd Vergouwen opgenomen door voedingsmultinational Numico in Wageningen. Tot hij ook daar moest vertrekken en hij onderdak vond in De Gelderse Vallei, waar vorige week de splinternieuwe afdeling Topsportgeneeskunde is geopend. Daar werkt Vergouwen in een maatschap met Paul en Petra Groenenboom. Een bewuste uitbreiding, omdat de sportarts zijn levenswerk wil overdragen. Hij is 66 jaar, weliswaar nog volop in de running, maar die leeftijd dwong Vergouwen om over de toekomst van zijn afdeling na te denken. Zelfs een sportarts van naam heeft niet het eeuwige leven. Met Paul en Groenenboom denkt hij twee goede opvolgsters te hebben gevonden.

Maar Paul ziet Vergouwen de komende jaren nog niet met pensioen gaan. „Moet ie ook niet doen”, zegt ze. „Die man is daar veel te goed voor. Bovendien vindt hij zijn werk nog steeds veel te leuk.”

Vergouwen heeft in de loop der jaren een grote reputatie onder topsporters opgebouwd. Haile Gebrselassie, de Ethiopische koning onder de langeafstandslopers, laat zich al vele jaren door Vergouwen begeleiden. Evenals diens landgenoot en meervoudig olympisch en wereldkampioen Kenenisa Bekele. En voormalig tenniskampioen Richard Krajicek komt nog steeds bij hem over de vloer. Evenals dressuuramazone Anky van Grunsven. Hij begeleidde ook schaatser Sven Kramer tijdens diens mysterieuze beenblessure en hield judoka Edith Bosch jarenlang fit. En hij hielp de golfer Joost Luiten van ernstige klachten af. Alle sporters die Vergouwen behandelt zijn zonder uitzondering enthousiast over zijn aanpak.

„Omdat wij naar het hele lijf kijken. En daar de tijd voor nemen”, verklaart Paul. „Een orthopeed kijkt naar de gewrichten, maar denkt niet: hoe is die knie belast? Wij trekken minimaal twee uur uit voor een sporter. Wij rusten niet voor een diagnose is gesteld. Wij verdiepen ons compleet in een topsporter en komen uiteindelijk met een volledige revalidatieadvies.”

Hoe gerespecteerd ook, sportgeneeskunde is nog steeds geen officieel erkend specialisme. Dat stoort Vergouwen, evenals Paul. Zij vindt ook dat topsporters recht hebben een afzonderlijke medische behandeling. „We willen toch allemaal dat Nederlandse sporters medailles winnen? En NOC*NSF streeft een plaats in de mondiale toptien na. Intensieve medische begeleiding is dan een vereiste. Je moet eens weten hoeveel sporters in aanloop naar de Olympische Spelen klachten hebben.”

Is het coachen voor Paul voltooid verleden tijd? Ja, antwoord ze overtuigend. „Maar mijn kennis komt in deze baan goed van pas. Ik begrijp sporters en vooral coaches. Ik kan goed met ze praten. Ik weet precies wat ze willen. Ik vind het gewoon geweldig om nu mijn medische kennis te kunnen gebruiken in de sport.”

    • Henk Stouwdam