Aan passie heb je niks, ook doelen zijn zinloos

Zijn strip Dilbert is een internationale hit, maar de bedrijven die Scott Adams opzet floppen allemaal Hij schreef er een zelfhulpboek over: hoe kun je succesvol zijn door mislukkingen? Vier lessen

Dilbert is de antiheld van de striphelden. Een programmeur met een scheve stropdas en een kop koffie in de hand wiens totale stripleven zich op kantoor afspeelt, verwikkeld in kantoorpolitiek en uitzichtloze innovatieprojecten. Zijn bedenker, de Amerikaanse schrijver en tekenaar, Scott Adams is zo rijk en bekend geworden door deze bedrijfsmisère, dat hij er een tweede carrière op na houdt als managementgoeroe.

Adams spreekt op conferenties en hij schreef de bestseller Het Dilbertprincipe waarin hij betoogt dat alleen domme mensen manager worden. Hij heeft ook een derde carrière als ondernemer, met meer falende dan succesvolle bedrijven. Over die carrière schreef hij zijn memoires, in de vorm van het zelfhulpboek How to Fail at Almost Everything and Still Win Big: hoe je succesvol kunt zijn door mislukkingen. Vier lessen die Adams al struikelend leerde.

Les 1: Passie is onzin

Als er iets géén oorzaak van succes is, dan is het passie, schrijft Adams. Een les die hij kreeg toen hij voor een bank werkte. „Mijn baas leerde ons dat je nooit een lening moet verstrekken aan iemand die zijn passie volgt. De beste lener is iemand die alleen maar hard wil werken aan iets wat er goed uitziet op een spreadsheet.” Zo kwam ook het idee voor de Dilbert-strip niet voort uit Adams’ passie, maar werd hij pas bevlogen toen hij er succes mee had. Door de telefoon licht Adams toe: „Passie krijgt veel meer aandacht dan zou moeten. Dat is omdat er geen andere manier is waarop succesvolle mensen in een interview de vraag kunnen beantwoorden: wat is de sleutel van uw succes? Als je miljardair bent, kun je moeilijk zeggen dat je slimmer bent dan arme mensen, want dat klinkt gewoon niet zo lekker. Je kunt ook niet zeggen dat je hard hebt gewerkt want je weet dat je tuinman harder werkt. Je kunt niet zeggen dat het geluk was, want dan verliest je verhaal zijn magie. Dus vertellen mensen maar iets wat goed klinkt, en dat is passie.”

In zijn boek wil hij de formule van zijn eigen succes ontleden: hoe hij de kantoorcultuur ontsteeg en een gevierd striptekenaar werd. „In American Idol zegt de winnaar altijd dat hij heeft gewonnen door zijn passie voor muziek. Maar als je naar de beginafleveringen kijkt, zie je een heel stadion vol deelnemers die het allemaal niet hebben gered, maar wel allemaal de passie hadden. Als je die correlatie neemt, als je het wiskundig wilt bekijken, kun je ironisch concluderen dat de meeste mensen die gepassioneerd zijn niet slagen, en dat passie daarom mislukking creëert. Dat geloof ik niet, maar passie is geen actief onderdeel van succes.”

Les 2: Geloof nooit biografieën of autobiografieën

„Ik heb problemen met biografieën en autobiografieën van succesvolle mensen. Biografen hebben nooit toegang tot de innerlijke gedachtewereld van hun onderwerp. Ze gebruiken wel brieven en interviews, maar die geven een heel ander beeld dan wat die persoon eigenlijk dacht. Mijn boek bestaat uit memoires waarin ik beschrijf wat ik denk en wat ik vervolgens doe. In een autobiografie laten mensen over het algemeen de slechte dingen de stommiteiten waardoor ze wel gek lijken, achterwege. In mijn boek belicht ik de helft van mijn mislukkingen, waardoor ik inderdaad wel gek lijk. Tegenslag geeft een belangrijke context. Als iemand denkt dat zijn eerste poging tot succes slaagt, nou; de kans is klein dat dat gebeurt.”

Zijn boek bevat pagina’s vol verhalen over mislukte eigen bedrijven: van een restaurant tot de Dilberito: een burrito met alle voedingsstoffen die een mens in een dag nodig heeft. „Mijn lijst met mislukkingen wordt elk jaar langer.” Door in het bedrijfsleven te blijven rondhangen, krijgt hij inspiratie voor de dagelijkse Dilbert-strip. Hij tekende er zo’n negenduizend, waarin programmeur Dilbert continu aanloopt tegen zijn doorgeslagen manager en verstrikt raakt in beklemmende vergaderingen. Hoewel het decor Amerikaans is, zijn de strips al jarenlang een internationale hit. „Telkens wanneer je drie mensen in een kamer stopt en één van hen de baas maakt, resulteert dat in universele, menselijke absurditeiten. Management is een systeem dat absurditeit garandeert, hoewel het ook winstgevend kan zijn als je het goed doet. Ik heb zestien jaar lang in het Amerikaanse bedrijfsleven gewerkt. Het is net als met een gevangenis: je vergeet het niet zodra je er weg bent. Er zijn bepaalde ervaringen die je altijd bijblijven.”

Les 3: Doelen zijn voor verliezers, systemen voor winnaars

Tien kilo verliezen is een doel, maar gezond eten is een systeem. Waarmee Adams maar wil zeggen dat wie succes wil hebben, geen doel moet hebben, maar een goed systeem. „Het systeem zorgt ervoor dat je van een plek met weinig kansen naar een plek met betere kansen gaat. Ik heb een systeem voor creativiteit, omdat één van mijn systemen is dat ik mijn werkschema aanpas aan de staat van mijn lichaam. ’s Ochtends vroeg ben ik het creatiefst, dus ik zorg dat ik dan altijd wakker en aan het werk ben. Later op de dag doe ik meer routinematige activiteiten. Ik heb gewoon de kans op succes verhoogd met een fatsoenlijk systeem.”

Adams is een meester in positieve psychologie – denken wat je wilt zodat het ook echt gebeurt. „Maar ik probeer me ver te houden van de magie ervan. Ik ben geïnteresseerd in de mechaniek; wat kan een gemiddeld mens elke dag doen om een verschil te maken?” Uiteindelijk kan hij twee omstandigheden noemen die tot succes leiden: optimale energie door gezond te bewegen en te eten, en geluk. Dat geluk is niet aan te sturen, maar je kunt er wel voor zorgen dat het geluk je beter weet te vinden – door verbreding van kennis en vaardigheden.

Les 4: Neem nooit advies aan van een striptekenaar

„Dingen moeten vaak misgaan om grappig te zijn. Met Dilbert wil ik mensen laten lachen en een gevoel van opluchting geven, het gevoel dat ze niet alleen zijn in hun lijden.” Zijn nieuwste boek wilde hij ook schrijven om mensen een goed gevoel te geven. Maar een zelfhulpboek wil Adams het niet noemen. „Ik geef geen adviezen als: ‘doe dit en doe dat’. Ik wil gewoon vertellen welke keuzes ik heb gemaakt. Geen twee situaties zijn gelijk.”

In How to Fail at Almost Everything schrijft hij dat striptekenaars altijd zullen kiezen voor grappig als ze de keuze hebben tussen ‘waar’ en ‘grappig’. Door de telefoon is hij echter bloedserieus: „Toen ik een kind was, had ik geen toegang tot mentoren, ik kende geen succesvolle mensen. Dus het mechanisme hoe mensen succesvol werden was verborgen voor mij. Ik moest er op eigen kracht komen, door trial en error. Ik heb altijd gewild dat ik een beter beginpunt had gehad. Voordat je iets belangrijks doet in je leven, is een belangrijke stap om met iemand te praten die je is voorgegaan. Wat hebben ze gedaan? Hoe werkte dat? Je hoeft hen niet te volgen, maar het een redelijk beginpunt.”

Scott Adams: How to Fail at Almost Everything and Still Win Big. Kind of the Story of My Life . Te koop via amazon.com, circa 15 dollar

    • Ilse van Heusden