‘Yme Drost draagt de last van de wereld op zijn schouders’

Cliënten dragen hem op handen. Opponenten zeggen dat hij stereotypeert. Zeker is dat er zonder letselschade-expert Yme Drost geen zaak zou zijn geweest tegen neuroloog Ernst Jansen.

Door de modder kruipen vond Drost machtig, toen hij in het leger zat. Foto Robin Utrecht

Zijn ouders noemen het typerend: de manier waarop letselschadespecialist Yme Drost ter wereld kwam. Na de geboorte van diens tweelingbroer Reinder wilde de huisarts zijn spullen bij elkaar rapen toen zich plots nóg een baby aandiende. „Yme lag in een stuitligging”, vertelt vader Jan Drost. „Toen hij naar buiten kwam had-ie een blik van: hier ben ik, jullie passen je maar aan.”

Moeder Martje zegt dat de kleine Yme haar in het begin angst inboezemde. „Met zijn priemende ogen keek hij ons strak aan. Ik kon hem slecht peilen.” Jan Drost: „Toen hij geboren werd ging de sirene van de nabijgelegen timmerfabriek. Toeval, maar zoiets vergeet je niet.”

Yme Drost (52) maakt veel los in mensen. Wie hem aan zijn kant krijgt, zoals de ex-patiënten van neuroloog Ernst Jansen, is verzekerd van „een terriër die niet van ophouden weet”. Tegenstanders zeggen: hij zet ieder middel in om zijn doel te bereiken – en dat verdient niet altijd de schoonheidsprijs.

Zeker is dat er zonder Drost geen zaak zou zijn geweest tegen Ernst Jansen, die in Almelo terechtstaat voor het met opzet stellen van verkeerde diagnoses. Drost bracht de affaire in 2005 aan het rollen en gaf niet op toen het minder voorspoedig liep dan hij had gehoopt; pas in 2009 deed het Openbaar Ministerie onderzoek. De letselschade-expert begeleidt 220 ex-patiënten van Jansen of hun nabestaanden.

Yme groeide op in een gereformeerd gezin met drie jongens in het Groningse Marum. Op zondag gingen ze twee keer naar de kerk. Voor en na de maaltijd werd uit de Bijbel gelezen. „Yme leest nog steeds de preken in zijn woonplaats Hengelo”, vertelt zijn vader. Het kerkelijk ambt staat onder ‘nevenfuncties’ vermeld op zijn cv.

Zijn opvoeding wordt vaak opgevoerd als verklaring voor zijn grote rechtvaardigheidsgevoel. Vrijgevigheid, beleefdheid en respect voor ouderen werden hem volgens Martje en Jan Drost met de paplepel ingegeven. „Maar hij heeft ook zelf ervaren wat het betekent als je aan de zijlijn komt te staan”, zegt zijn vader. „Dát verklaart waarom hij letselschade-expert werd.”

Drost besloot op zijn negentiende dat hij beroepsmilitair wilde worden. Marcheren en door de modder kruipen: dat vond hij volgens Jan Drost machtig. Zijn bijnaam in het leger was ‘Kees de Libanees’. „Yme stak als eerste zijn hand op toen de legerleiding vroeg wie naar Libanon wilde worden uitgezonden.”

Officier is Drost nooit geworden. Tijdens een oefening in het veld at hij rauwe kip. Hij liep een salmonellabacterie op en hield daar een reumatische aandoening aan over, die aanvankelijk voor MS werd aangezien. Uitgerekend Ernst Jansen van het Medisch Spectrum Twente merkte die foute diagnose op. Drost senior zegt dat zijn zoon er geen moeite mee had zijn ‘redder’ aan te pakken toen bleek dat-ie met opzet foute diagnoses bij anderen had gesteld.

Yme Drost startte een juridische procedure tegen Defensie en dwong financiële compensatie af. Met zijn gezondheid ging het bergafwaarts. Zijn verloofde moest hem in die tijd helpen bij het aankleden. Hij bewoog zich voort in een rolstoel. Wie hem nu vraagt wat hem het meest frustreerde aan de affaire krijgt als antwoord: „Het feit dat ik mijn militaire carrière niet kon afmaken.”

Op aanraden van Max Moszkowicz, de vader van Bram, schreef Drost zich in voor een rechtenstudie. Volgens de bekende strafpleiter viel hij als leek op omdat hij een goed pleidooi kon houden. Drost kwam bij Moszkowicz terecht omdat een groep Armeense vluchtelingen in Hengelo zijn hulp had ingeroepen. Zijn rechtenstudie in Nijmegen maakte hij wegens gezondheidsproblemen niet af. Dat hij geen ‘letselschadeadvocaat’ achter zijn naam mag zetten, deert hem naar eigen zeggen niet.

Ex-cliënten dragen Drost op handen. „Een vriend voor het leven”, noemt Margo de Beere hem. Haar zus Marijke werd in 1995 in de Turkse badplaats Alanya verkracht en vermoord. Haar twee vriendinnen overleefden het drama en zaten later in de rechtszaal tegenover hoofdverdachte Hakan. „Yme is betrouwbaar en meelevend”, zegt De Beere. „Hij lijkt de last van de hele wereld op zijn schouders te torsen.”

Drost diende een klacht in bij de Raad voor de Journalistiek toen een journalist van een Turks-Nederlands weekblad schreef dat Marijke en haar vriendinnen het noodlot over zich hadden afgeroepen door „half naakt en met wijnflessen” in Alanya rond te lopen. Hij won. „Als Yme zich vastbijt laat hij niet los”, zegt De Beere.

Maar onrecht is onrecht, zal Drost tegenwerpen. En hij heeft er alles voor over om dat aan de kaak te stellen. Daarbij neemt hij volgens sommige opponenten „een loopje met de waarheid” en „verzwijgt hij doelbewust zaken”. „Hij rijdt eerst een kanon naar buiten om vervolgens te kijken of er wat te praten valt”, zegt Michiel Jonker, die woordvoerder was van de NS toen het spoorwegbedrijf in 2004 een schadevergoeding betaalde aan een getraumatiseerde machinist die negen keer iemand voor zijn trein zag springen.

Drost wheelt en dealt handig met de media en zwijgt niet als een zaak onder de rechter is. Critici vragen zich af of hij niet overdrijft als hij zegt dat hij 220 patiënten en hun nabestaanden begeleidt in de zaak van neuroloog Jansen. „Ik heb die mensen nooit gezien”, zegt een arts die anoniem wil blijven.

In de medische wereld wordt Drost gerespecteerd omdat hij „voor zijn zaak staat”. Maar veel artsen vinden dat hij hun beroepsgroep stereotypeert. „Voor hem is iedere dokter verdacht”, zegt een van hen. „Ziekenhuizen zijn slachtofferfabrieken.” De ‘jacht’ van Drost op artsen doet volgens sommigen denken aan die van de Amerikaanse politicus Joseph McCarthy op communisten in de jaren vijftig.

Even leek het alsof Drost zelf de politiek in zou gaan. In 1996 was hij korte tijd lid van het landelijk bestuur van het Gereformeerd Politiek Verbond, dat in 2000 opging in de ChristenUnie (CU). Kort na de fusie tussen GPV en de Reformatorische Politieke Federatie (RPF) trad Drost opnieuw toe tot het landelijk bestuur. ChristenUnie-fractievoorzitter Arie Slob typeert hem als „een man met een enorm rechtvaardigheidsgevoel” die „rigoureus optreedt” als hij zich niet kan vinden in de keuzes van anderen.

Slob doelt op de opstelling van Drost toen het bestuur in de aanloop naar de Kamerverkiezingen van 2003 besloot Kars Veling niet nogmaals als lijsttrekker voor te dragen. „Yme vond dat onrechtvaardig en haakte af”, zegt Slob. „Maar hij nam ook afscheid van de mensen wier manier van politiek bedrijven hij waardeerde. ‘Weet dat ik 100 procent achter je sta’, zei hij tegen mij.” Op de vraag of er geen talent aan Drost verloren is gegaan, zegt Slob: „Ik weet niet of hij genoeg geduld heeft voor de politiek.”

Niet lang na zijn breuk met de ChristenUnie werd Drost lid van het CDA. Hij is meer van de samenbinding dan van de verzuiling, legt de letselschadespecialist uit. Zou hij alsnog de politiek in willen? „Ik sluit nooit dingen uit”, zegt hij. „En ik heb er ook wel eens over gesproken. Maar onrechtvaardigheid mag niet onbenoemd blijven. En in de politiek gebeurt dat naar mijn smaak te vaak.”