Top op Bali beslissend voor lot WTO

WTO-landen praten op Bali over liberalisering van de wereldhandel. Heeft multi-lateraal overleg nog wel zin?

Ministers van 159 lidstaten van de wereldhandelsorganisatie WTO praten deze week op Bali over een ‘minipakket’ aan verdere liberalisering. Het gaat om versoepeling van douaneverkeer (trade facilitation), steun aan boeren en specifieke hulp aan ontwikkelingslanden.

Voor grote exporteurs is het slechten van bureaucratische en logistieke grensbelemmeringen het belangrijkst. Maar ontwikkelingslanden profiteren ook, benadrukt de Braziliaanse WTO-topman Roberto Azevêdo. Volgens de EU kan efficiëntere douaneafhandeling rijke landen 10 procent aan handelskosten schelen, en ontwikkelingslanden 13 tot 15,5 procent.

Grootste struikelblok op Bali lijkt het Indiase voedselprogramma. De regering koopt het voedsel van de eigen boeren, wat neerkomt op een hogere subsidie dan volgens WTO-regels is toegestaan. De EU en andere landen willen India wel tijdelijk ontheffing geven, maar niet permanent. Anders zou het in 1994 gesloten Gatt-akkoord over onder andere vermindering van landbouwsubsidies ontrafelen.

In de Uruguay-ronde van de Gatt maakten EU en VS de dienst uit. Nu is het gezelschap veel groter en gevarieerder. Dat maakt het moeilijker een alomvattend akkoord te sluiten. De afgelopen jaren zijn al veel onderwerpen van tafel gevallen, recentelijk nog plannen voor nieuwe afspraken over tariefsverlaging voor informatietechnologie.

Volgens velen is ‘Bali’ daarom de laatste kans voor het stelsel van multilaterale onderhandelingen.