Samen arm, zonder saamhorigheid

Er is steeds meer armoede in Nederland, stellen SCP en CBS vandaag. In Bergen op Zoom zie je het op straat

In de wijk Oost in Bergen op Zoom wordt de armoede zichtbaar. Foto’s Rien Zilvold

Een hoog geloei golft door het wijkcentrum. Het is het antwoord van de aanwezige vrouwen op de vraag of het klopt wat de voorzitter van de wijkcommissie heeft gezegd: dat het met de leefbaarheid in het oosten van de stad heel wat beter gaat dan een aantal jaren geleden, en dat het probleem van dreigend rondhangende jongeren „redelijk onder controle” is. „Huuuuuuuuuuuuuu.”

Het gaat helemaal niet veel beter met de hangjongeren, roepen tien leden van de katholieke vrouwenvereniging in koor. Zondagavond nog, toen verwoestte een vuurwerkbom tientallen metalen brievenbussen in een seniorenflat. Waren het hangjongeren? De vrouwen, kaartspelend en kerstkaarten knutselend, houden het hoofd schuin. „Wat dacht u zelf?”

De wijk Oost in Bergen op Zoom is een arme wijk. Het is zo’n wijk waar het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag over schrijven.

Door de economische crisis – groeiende werkloosheid en afnemende koopkracht – is de armoede in Nederland vorig jaar sterk toegenomen schrijven de bureaus. Er kwamen, afhankelijk van de definitie, tussen 150.000 en 180.000 armen bij – de sterkste stijging van de armoede sinds het begin van de economische crisis, eind 2008. Er is na de eeuwwisseling niet zo veel armoede in Nederland geweest, aldus het SCP.

Ook in de wijk Oost in Bergen op Zoom wordt de armoede zichtbaar. Er wordt frequent gebruikgemaakt van gemeentelijke regelingen voor inkomenssteun en schuldhulpverlening. Vooral de allochtone bewoners wijzen elkaar op de financiële voordelen die je bij de gemeente kunt krijgen, zegt een vakbondsman die bewoners gratis helpt met het invullen van hun belastingformulieren.

Volgens Louw Groffen, handelaar in oude materialen en in dieren („dat doe ik erbij”), gaat zowat de helft van zijn medebewoners in de Vlierstraat naar de voedselbank. „Niet dat ze het allemaal nodig hebben, hoor. Ze komen met een Mercedes aanrijden, laten hun vrouw uitstappen en laden de auto vol met spullen. Want als ze niet naar de voedselbank gaan, dan kunnen ze geen Mercedes meer rijden. Schandalig.”

Saamhorig leven met de buitenlanders is er niet bij. De vrouwen van de vrouwenvereniging hadden al gezegd dat er heel veel buitenlanders wonen, en dat het er steeds meer worden sinds de gastarbeiders hier in Bergen op Zoom in de ijzergieterijen zijn komen werken, maar dat de buitenlanders altijd onder elkaar blijven en dat integreren er veelal niet bij is.

Ook in de Vlierstraat zit de weerzin tegen sommige buitenlanders diep. Groffen: „Ze zitten hier met elf mensen in een huis, met allemaal een uitkering. Dat mag in Nederland. En als je vraagt waarom ze er met z’n elven wonen, dan zeggen ze niks. Altijd hetzelfde.”

Een van de weinig gefortuneerde bewoners van de Vlierstraat is Esmeralda de Crom. „Ik krijg een uitkering van 650 euro per maand en mijn huur bedraagt 639 euro.” Hoe zij in hemelsnaam rond kan komen en haar kinderen kan voeden, legt zij in haar huiskamer uit. „Ik krijg elke week 100 euro omdat ik in de ziektewet loop.” Ook krijgt ze huursubsidie.

Soms stoppen vrienden haar iets toe. Haar spaargeld van zevenhonderd euro heeft ze geleend aan een goede vriend, maar die is verdwenen. Volgende week gaat ze praten met maatschappelijk werkers over mogelijke schuldhulpverlening. Sinds kort kan ze verschillende rekeningen niet betalen. „Ik steek me in de schulden. Dat doe ik bewust, want ik wil niet dat mijn kinderen iets tekortkomen. Ik heb genoeg aan koffie en een sigaret, maar mijn kinderen moeten goed eten. Het is al erg genoeg dat ik ze een bezoek aan de bioscoop of McDonald’s moet ontzeggen.”

Ze heeft vier jonge kinderen. Twee wonen bij haar, twee bij haar ex-man. Ze heeft een telefoon, een computer en een tv. „Bijna allemaal van de krijg.” Klagen wil ze niet. Ze haalt eten van de voedselbank en hoeft geen honger te lijden. Dat veel straatbewoners het financieel lastig hebben, maakt hen nog niet tot bondgenoten. „Ik kan met iedereen goed opschieten. Met Nederlanders. Met Marokkanen. Maar als je ziet dat aan de overkant vijftien Somaliërs met allemaal een uitkering in één huis wonen, dan vraag ik me wel af wat die bij de voedselbank te zoeken hebben en waarom die mensen hun wagens boordevol laden. Zij hebben een platte tv. Ik niet.”

    • Arjen Schreuder