‘Kunstenaars sterven in het harnas’

Margriet Luyten maakte negen videoportretten van stokoude kunstenaars.

Een oude gerimpelde dame, met grijs golvend haar en glunderende ogen, kijkt ons aan vanaf een groot beeldscherm in Museum De Pont in Tilburg. Ernaast hangt een foto die Ed van der Elsken in 1954 van haar maakte. Zo zag fotografe Ata Kandó, in september honderd geworden, er in haar gloriejaren uit: dromerig, maar zelfbewust. Impliciete hoofdrolspeler is de tijd die tussen de foto en de video verstreken is.

Margriet Luyten (1952) maakte in de afgelopen drie jaar negen videoportretten van kunstenaars die al decennia werkzaam zijn. Ze werden geboren in de jaren tien en twintig van de vorige eeuw en braken in de jaren vijftig en zestig door als schilder, beeldhouwer of fotograaf. Armando, Co Westerik, Nono Reinhold en Ata Kandó overleefden het project van Luyten. De andere vijf, Ger Lataster, Loes van der Horst, JCJ Vanderheyden, Roger Raveel, en Henk Peeters, zijn in de afgelopen twee jaar gestorven.

Op een scherm worden de verstilde beelden doorlopend herhaald. Slechts spaarzaam wordt er gesproken, over kunstenaarschap en ouderdom en over de dood.

Eerder volgde Luyten haar moeder in haar laatste levensfase tot de uitvaart, maakte ze ruimtelijk werk met bedden („Je wordt erin geboren en gaat erin dood”) en fotografeerde honderdjarigen en opgebaarde kinderen.

Waar komt die fascinatie voor eindigheid vandaan?

„De fascinatie was er altijd al, maar toen mijn moeder in haar laatste levensfase zat kreeg het urgentie. Ik ging steeds vaker naar haar toe en nam dan mijn camera mee. In het begin waren het gewoon foto’s van een oud vrouwtje. Maar gaandeweg ontstond er iets, al wist ik toen nog niet dat het tot na haar dood door zou gaan.”

Het portretteren van kunstenaars op leeftijd was een logisch vervolg?

„Ik wilde mijn eigen groep nog eens onderzoeken. Kunstenaars gaan niet met pensioen als ze 65 zijn, ze sterven in het harnas. Ondanks slecht zicht of trillende handen blijven ze maar doorgaan. Rob van Koningsbruggen schreef ooit: ‘In Nederland bestaan drie soorten kunstenaars: jonge, dooie en buitenlandse.’ Dat is een beetje gechargeerd, maar er zit een kern van waarheid in. Het lijkt ook wel specifiek voor de wereld van beeldende kunst dat je niet meer meetelt als je ouder wordt. In de schrijverswereld wordt zorgvuldiger met de oudere garde omgesprongen.”

Hoe heeft u de negen geselecteerd?

„Met een aantal ben ik grootgebracht toen ik nog op de academie zat. De belangrijkste voorwaarde was dat ze allemaal nog actief waren als kunstenaar, en niet dement waren bijvoorbeeld.”

Loes van der Horst, JCJ Vanderheyden en Henk Peeters wachtten in hun laatste levensfase nog op de ultieme erkenning, blijkt uit de film.

„Van der Horst fantaseerde al over hoe de expositie er na haar overlijden uit zou zien. Ze verzuchtte op haar 91ste dat het Stedelijk geen tekeningen van haar in de collectie heeft, alleen textiel en papier. Dat is haar trouwens nog wel gelukt. Directeur Ann Goldstein heeft het haar aan haar sterfbed verteld. Peeters maakte de heropleving van de Zero-beweging nog heel even mee en Vanderheyden kreeg twee maanden voor zijn dood nog een expositie in Boijmans. Dat is toch mooi!”

Is de installatie nog in ontwikkeling tot alle kunstenaars zijn overleden?

„Voor mij is het nu af. Ik heb het werk gedateerd op 2013 en weet niet of ik de sterfdata van de vier nog levende toevoeg. Bij het project met mijn moeder was haar overlijden de afsluiting, maar dit werk gaat juist over leven.”

Margriet Luyten: Levenswerk. T/m 12 jan in Museum de Pont in Tilburg. Inl: depont.nl. Catalogus Levenswerk, Uitg. Pels & Kemper, 164 blz. € 29,50

    • Lisa Bouyeure