Kredietbeoordelaars deugen niet, zegt Brussel

Landenrapporten zijn volgens ESMA ondermaats

De drie grootste kredietbeoordelaars schieten tekort in hun beoordelingen van de kredietwaardigheid van landen. Dat schrijft de Europese toezichthouder voor financiële markten, ESMA, in een rapport dat gisteren werd gepubliceerd.

De kredietbeoordelaars Fitch, Moody’s en Standard & Poor’s beoordelen de kwaliteit van staatsleningen van landen. Hoe beter hun oordeel, hoe groter de beoordelaar de kans inschat dat een land zijn leningen kan terugbetalen. Een kredietstatus heeft zodoende een effect op de hoogte van de rente die landen over hun staatsleningen moeten betalen. Ook de kredietwaardigheid van grote bedrijven wordt beoordeeld, maar de kritiek van de ESMA richt zich specifiek op de beoordelingen van landen.

Vorige week stelde Standard & Poor’s zijn oordeel over Nederland naar beneden bij, naar AA+. Voorheen had Nederland de allerhoogste status van: AAA (triple A). Ook grotere landen als de Verenigde Staten en Frankrijk verloren in de nasleep van de crisis ook de hoogste kredietstatus.

De Europese toezichthouder ESMA startte het onderzoek in februari dit jaar, onder meer vanwege zorgen over belangenverstrengeling. Op basis van de resultaten van het onderzoek, dat tot oktober liep, heeft de toezichthouder vier kritiekpunten geformuleerd.

In de eerste plaats stelt de ESMA vast dat de onafhankelijkheid van de beoordelingen mogelijk beïnvloed wordt door „belangenverstrengeling”. Zo plaatst de toezichthouder vraagtekens bij de betrokkenheid van het hogere management bij de boordelingen.

Daarnaast schieten de beoordelingsbedrijven tekort in de „wijze waarop met vertrouwelijke beoordelingsinformatie wordt omgegaan”. In het bijzonder heeft de ESMA kritiek op de wijze waarop zij de informatie over toekomstige beoordelingen bewaren.

Ook stelt de ESMA vast dat er „significante en veelvuldige vertragingen” zijn geweest bij de publicatie van de landenbeoordelingen.

Ten slotte heeft de toezichthouder kritiek op de geringe hoeveelheid middelen er aan de landenbeoordelingen besteed worden. Zo worden „belangrijke analytische verantwoordelijkheden” overgelaten aan nieuwe of jonge werknemers.

Volgens Steven Maijoor, voorzitter van de ESMA, vormen de tekortkomingen „een risico voor de kwaliteit, onafhankelijkheid en integriteit voor de beoordelingen en het beoordelingsproces”. Zo laat de Nederlander weten in een persbericht.

De ESMA heeft nog niet vastgesteld of de bevindingen in het rapport betekenen dat de kredietbeoordelaars regels overtreden. Als dat nodig blijkt, neemt de toezichthouder in een later stadium nog maatregelen tegen de bedrijven.