Koningin Máxima door parlement benoemd tot regentes

Koningin Maxima arriveert bij het provinciehuis in Leeuwarden. Het koninklijk paar bezocht de stad eerder dit jaar in het teken van de 'royal tour', die langs de twaalf provincies leidde. Foto ANP / Lex van Lieshout

Koningin Máxima is vanmiddag door een gezamenlijke vergadering van de Eerste en Tweede Kamer in de Ridderzaal benoemd tot regentes. Dit is van belang zolang de troonsopvolger, de nu negenjarige prinses Amalia, nog geen geen achttien is en koning Willem-Alexander voor die tijd zou overlijden.

Als koning Willem-Alexander overlijdt, krijgt Máxima het koninlijk gezag en het ouderlijk gezag over de minderjarige prinsesjes. Daarin wordt zij bijgestaan door een vijfkoppig college van toezicht: de vicepresident van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de president van de Hoge Raad en twee door de koninklijke familie aan te wijzen leden.

De regelingen over het regentschap en het ouderlijk gezag zijn opgesteld naar het voorbeeld van een regeling uit 1981. De Raad van State heeft daar positief over geadviseerd.

Mocht Máxima voor die tijd overlijden, dan wordt prins Constantijn benoemd tot regent. Constantijn wordt ook regent als Máxima afstand doet van haar regentschap of overlijdt tijdens haar regentschap.

Emma was Nederlands eerste en enige regentes

Nederland heeft één keer een regentes gehad. Toen koning Willem III in 1890 stierf, was Wilhelmina 10 jaar oud. De eerste jaren na haar vaders dood was haar moeder, koningin Emma, regentes. Op 31 augustus 1898 werd Wilhelmina 18 jaar oud en werd ze ingehuldigd als koningin. Er is gisteren een wetsvoorstel over het regentschap en het ouderlijk gezag naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd.

De Rijksvoorlichtingsdienst meldde eerder dat er een regeling is opgesteld over de jaarlijkse uitkering aan de regent. De uitkering is “vrij van persoonlijke belastingen”, staat in het wetsvoorstel. Ook kan de regent “ten laste van het Rijk een woon- en werkverblijf tot gebruik ter beschikking worden gesteld”.

Als koning Willem-Alexander zou zijn overleden voordat het wetsvoorstel is aangenomen, zou de vicevoorzitter van de Raad van State tijdelijk het koninklijk gezag uitoefenen.