Jarenlang goed voor het vuile werk, nu in ongenade gevallen

De uitzetting van tienduizenden illegale migranten heeft tot grote onrust geleid.

Waleed Billo was enkele weken geleden op weg naar huis in de Saoedische havenstad Jeddah toen hij met tientallen illegale arbeidsmigranten van straat werd geplukt door de immigratiedienst. Hij werd opgesloten, samen met een aantal illegale Nigerianen. Wanhopig probeerde Billo de autoriteiten duidelijk te maken dat hij een Saoediër was. Maar zijn spraakgebrek maakte dat onmogelijk en hij had geen papieren op zak.

Een week later werd hij op het vliegtuig naar Nigeria gezet.

„Hij kan niet praten en ze hebben hem zonder controle gewoon gedeporteerd”, zei zijn broer Mohammed vorige week tegen de Arabischtalige krant Arar. Zijn familie was heel ongerust. Na weken van onzekerheid vertelden enkele Nigerianen dat hij het land was uitgezet. Mohammed vloog naar Nigeria om zijn broer te zoeken. Die bleek daar te zijn aangereden door een auto en in het ziekenhuis te liggen. „We zijn van plan een rechtszaak te beginnen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor mijn broers deportatie en lijden.”

Billo is het slachtoffer van een hardhandige operatie van de Saoedische autoriteiten om illegale arbeidsmigranten het land uit te zetten. Doel is banen vrij te maken voor Saoediërs, aangezien de werkloosheid is opgelopen tot 12,5 procent. De campagne heeft grote gevolgen in een land dat voor een belangrijk deel afhankelijk is van buitenlandse werknemers. Saoedi-Arabië heeft 27 miljoen inwoners, onder wie 9 miljoen migranten die meestal slecht betaald werk doen waarvoor Saoediërs hun neus ophalen. Gevolg is dat veel belangrijke diensten niet meer worden geleverd en bedrijven hun werk hebben stilgelegd of op halve kracht opereren.

Razzia’s

De campagne begon op 4 november, toen een amnestieregeling afliep voor arbeidsmigranten om een werkvisum te krijgen. Bijna een miljoen buitenlanders – onder wie Ethiopiërs, Jemenieten, Indonesiërs, Bengalen, Filippino’s en Nepalezen – hebben van de regeling gebruik gemaakt en zijn vrijwillig vertrokken. Om de achterblijvers te pakken, houdt de politie razzia’s in werkplaatsen en wijken met veel buitenlanders. Sommige migranten kamperen op straat, in afwachting van hun arrestatie en een gratis vlucht naar huis. Iedereen die geen Saoedische patroon heeft – een persoon die of bedrijf dat garant stond bij het verkrijgen van een werkvisum – wordt zonder pardon op het vliegtuig gezet.

Het gaat bijvoorbeeld om migranten die zijn gebleven nadat hun werkvisum was verlopen, pelgrims die na de hadj werk hebben gevonden, en mensen die ander werk hebben gezocht zonder toestemming van hun werkgever. Er zijn al 60.000 buitenlanders gedeporteerd. Tienduizenden anderen zitten vast in geïmproviseerde detentiecentra in afwachting van uitzetting, volgens Human Rights Watch vaak zonder voedsel en drinkwater.

De economische gevolgen zijn groot. Winkels, tankstations en cafés hebben hun deuren gesloten aangezien veel migranten zijn vertrokken of bang zijn om naar hun werk te gaan. Ruim de helft van de aannemers heeft het werk tijdelijk stilgelegd, meldt de krant Al-Medina. Uit protest tegen de campagne legden zo’n 6.000 straatvegers in de heilige stad Medina vijf dagen lang het werk neer, waardoor er al snel bergen afval rond de moskee van de profeet Mohammed lagen. Ook andere diensten, zoals de levering van water, worden niet verricht. De Saudi Gazette meldde dat 20.000 scholen zonder conciërge zitten.

Zwaarden en machetes

Ondanks de dagelijkse ongemakken wordt de campagne toegejuicht door de meeste Saoediërs. Velen beschouwen illegale migranten als criminelen die bendes vormen, alcohol stoken en prostitutienetwerken leiden. De autoriteiten hebben deze beschuldigingen de afgelopen maanden aangedikt om de uitzetting te verantwoorden. Gevolg is dat sommige Saoediërs nu naar geweld grijpen om de autoriteiten een handje te helpen bij de deportatie.

In sloppenwijken van de hoofdstad Riad en de havenstad Jeddah kwam het tot rellen, waarbij in totaal vijf doden en tientallen gewonden vielen. Het geweld in Riad begon op 10 november toen Afrikanen uit protest tegen de hardhandige aanpak van de autoriteiten – een dag eerder was een Ethiopiër omgekomen – barricades opwierpen in de nauwe straatjes van de wijk Manfouha en stenen gooiden. Saoedische mannen trokken daarop met machetes en zwaarden door de wijk om migranten in elkaar te slaan en op te pakken. De politie arriveerde twee uur later.

Het Ethiopische ministerie van Buitenlandse Zaken „veroordeelde de moord op en mishandeling van Ethiopiërs in Saoedi-Arabië”. In de dagen erna gaven 23.000 Ethiopiërs uit de wijk zichzelf aan bij de politie om uitgezet te worden. Maar volgens de autoriteiten hebben ze geen papieren omdat ze met hulp van mensensmokkelaars het land zijn binnengekomen.

Patronagesysteem

Volgens critici ligt het probleem niet bij de migranten maar bij het systeem, dat een Saoedische patroon volledige zeggenschap geeft over de migrant. De patroon neemt het paspoort van de migrant in en bepaalt of hij het land mag verlaten of van baan mag veranderen. Veel migranten komen hierdoor in het illegale circuit terecht. Bovendien zijn patronen veelal rijke Saoediërs met goede relaties. Degenen die buitenlanders in dienst hebben, mogen vaak zelf geen migranten naar Saoedi-Arabië halen of hebben geen geld voor alle dure, bureaucratische rompslomp. Dus nemen ze illegale migranten in dienst, die goedkoper zijn.

De anonieme eigenaar van een groot bouwbedrijf in Riad vertelde tegen persbureau AP dat hij de helft van zijn projecten heeft moeten stilleggen door de uitzettingen. Hij zei niet de patroon te zijn van de meeste van zijn werknemers, en dat ze meer geld verdienen door zichzelf op freelance basis te verhuren aan anderen. „Deze mensen hebben in dit land gewerkt en hun bloed zit in de stenen en gebouwen. Je kunt ze niet zomaar deporteren.”

Bovendien is de vraag of Saoediërs wel het werk willen doen dat nu door migranten wordt opgeknapt. Velen willen geen werk met een lage sociale status. Die houding is langzaam aan het veranderen, maar de mores zijn diep ingesleten. De Saoedische autoriteiten proberen al jaren de economie te ‘saoediseren’, met wisselend succes. Zo moet het personeel van een cementfabriek in het zuidelijke Tamahah formeel nu voor 25 procent uit Saoediërs bestaan. „Die mannen verschijnen slechts één keer per maand op hun werk”, zegt Timo Hanninen, manager van het Finse bedrijf Wärtsilä dat motoren levert voor de fabriek. „Om hun salaris op te halen.”

    • Toon Beemsterboer