In de rij voor een beursgang in China

Maar liefst 760 middelgrote en grote Chinese ondernemingen willen gebruikmaken van de nieuwe, transparantere regels om bedrijven naar de beurzen van Shanghai, Shenzhen en Hongkong te brengen. Onder hen is internethandelgigant Alibaba. De aanvragen van vijftig ondernemingen op het Chinese vasteland zijn in principe goedgekeurd, zij bijten begin 2014 het spits af. Daaronder bevinden zich chemie- en steenkoolbedrijven en China Postal Express, het geprivatiseerde deel van de Chinese post.

De verwachte hervatting van de grootste markt voor beursgangen ter wereld (in 2012, het laatste jaar voor het moratorium op beursgangen, werd 80 miljard dollar opgehaald) is met gemengde gevoelens ontvangen. Het nieuws, zaterdag gepubliceerd op een website van de Chinese financiële toezichthouders, leidde gisteren en vandaag tot veel onrust op de beurzen.

Met name de aandelen van kleinere bedrijven kwamen onder druk te staan doordat investeerders zich voorbereiden op de beursgangen van grote ondernemingen die waarschijnlijk veel kapitaal zullen wegzuigen. Daar stond tegenover dat aandelen van financiële ondernemingen, waaronder de belangrijkste banken en aandelenmakelaars, stegen. Dergelijke bedrijven zullen naar verwachting het meest profiteren van de heropening van de beursgangenmarkt.

Het 14 maanden geleden ingestelde moratorium beoogde de neergang van de beurzen van Shanghai en Shenzhen te stoppen en rust te creëren om nieuwe regels op te stellen. De oude regels werkten corruptie en handel met voorkennis in de hand. Of de nieuwe regels de Chinese beursgangen doorzichtiger maken moet volgens analisten nog blijken. De bedoeling is in ieder geval dat investeerders beter geïnformeerd zullen worden over de werkelijke waarde van een bedrijf dat de beurs op wil en er meer rechten komen voor investeerders, onder wie vele duizenden gepensioneerden die hun dagen doorbrengen in de aandelenhandelscentra, die soms meer weg hebben van gokhallen.

Niet alle heftige bewegingen op de Chinese beurzen houden verband met de hervorming van de financiële markt. Goedlopende staalbedrijven daalden na de aankondiging dat de autoriteiten eindelijk een eind zullen maken aan de overproductie. Hetzelfde geldt voor de beursgenoteerde scheepsbouwondernemingen die in een diepe crisis verkeren. Bouwbedrijven stegen daarentegen omdat de regering onder leiding van premier Li Keqiang verwacht dat de economische groei in 2014 niet onder de 7 procent zal dalen. Mocht dat wel het geval zijn dan zal, zoals in het nabije verleden vaak is gebeurd, de geldkraan weer worden opengedraaid in ‘bouwput China’.

    • Oscar Garschagen