Ik ben een Oekraïener en het kan me wél boeien

Weg met de EU? Nee, de demonstranten in Oekraïne willen juist toenadering tot Europa Ze zijn boos op de regering Zo schrijft een Oekraïense journaliste, in een opiniestuk voor deze krant

Oekraïeners zijn bepaald niet revolutionair. Wij proberen niet eerder dan onze vader de hel binnen te klimmen, zoals dat hier heet. We kiezen ervoor geduld te hebben en te praten. Maar niet deze keer.

In 2004, tijdens de Oranjerevolutie, kwamen we voor het laatst op deze manier samen. Sindsdien hebben we negen jaar van langgerekte teleurstellingen doorgemaakt. Van werken, van betaalde demonstraties, van het gevecht om de macht, van de herverdeling van de business en van gediscussieer over de vraag wie welk spelletje speelt en wie daar bij wint. Inmiddels niet meer aan de keukentafel, maar op sociale media.

En nu zijn we er weer. ‘Ik ben een Oekraïener en het kan me wél boeien’ – juist dat hoorde ik van bekenden en onbekenden op de Majdan, het Onafhankelijkheidsplein in Kiev, op de negende verjaardag van de Oranjerevolutie en de tweede dag van de protesten. Dat was op vrijdag – de meeste mensen kwamen van hun werk. Niemand had ons verzameld. Het effect van sociale media.

Op de Majdan was meteen een kloof tussen politici en burgers zichtbaar. Door de scepsis jegens de politici, luisterden degenen die zich op het plein hadden verzameld niet naar wat er vanaf de tribune tegen hen werd gezegd, ze stonden gewoon bij elkaar. Ze vonden bekenden, postten hun foto’s (vooral selfies) en discussieerden op sociale media over wat er aan de hand was. Één ding was helder: we stonden niet voor de oppositie, niet tegen de macht, maar voor Europese integratie. In deze negen jaar hebben we leren begrijpen dat een ieder alleen voor zichzelf verantwoording af kan leggen.

Vorige week zondag vonden er in Kiev en ook in andere steden, al meetings plaats met vele duizenden mensen. De oppositie rolde de vlaggen uit; dat irriteerde de demonstranten. Die lieten de politici maar wat praten vanaf de tribunes van het Europaplein, en richtten zelf hun basis in op het Onafhankelijkheidsplein.

In de week daarna herenigde de oppositie zich met de demonstranten, en op het plein werden concerten gehouden en klonken gedichten. Het was vrolijk, zorgeloos en professioneel gecoördineerd. En het leek erop dat het ging inzakken.

Maar de beslissing van president Janoekovitsj, om het Associatieverdrag met de EU op de top in Vilnius niet te ondertekenen, werd een nieuw vertrekpunt voor het conflict.

Als aangeraakt door een toverstokje trokken de volgende dag betaalde demonstranten van Janoekovitsj’ partij door de stad. Klaar om onrust te stoken. Maar de oproerpolitie verjoeg met geweld de hippiebijeenkomst op het Onafhankelijkheidsplein. Zo vloeide het eerste bloed.

Zoiets is moeilijk om te vergeven.

Een nacht reizen met de trein

Ik was niet in Kiev op zaterdag en zondag. Ik zat in Charkov, in het oosten van het land, en fotografeerde daar demonstranten. Het is belangrijk te begrijpen dat de autoriteiten van deze stad de belangen van de zittende partij verdedigen. Daardoor kwam de protestgolf hier met vertraging aan, terwijl het maar een nacht rijden met de trein is. En dus hield op zaterdag, op het grootste plein van Europa, het Vrijheidsplein in Charkov, de partij van Janoekovitsj een meeting – weer die colonnes van goed georganiseerde mensen met allemaal dezelfde plakkaten op een stok, net als in Kiev een avond eerder.

Op zondag was er een kleine bijeenkomst van supporters van Europese integratie, niet meer dan driehonderd mensen. Ze waren te herkennen aan de creatieve slogans op hun plakkaten en hun glimlach.

Op de straten van Kiev liepen in hetzelfde weekend meer dan 500.000 mensen uit. Er was opgeroepen tot een vreedzame demonstratie, maar er liepen provocateurs rond – nabij het presidentsgebouw vonden heftige schermutselingen plaats, opnieuw met een bloedige afloop.

De oproerpolitie zette niet meer alleen de wapenstok in, maar ook lichtgranaten en traangas. De demonstranten bezetten het Huis van de Vakbonden en het stadhuis van Kiev. Tijdens het belichten van de gebeurtenissen van afgelopen dagen zijn rond de vijftig journalisten gewond geraakt.

Verontrust volgde ik de gebeurtenissen via sociale media, niet alleen omdat dat snel is, maar ook omdat er in Oekraïne sinds het afgelopen jaar bijna geen onpartijdige media meer over zijn. De media die er nog zijn, hebben maar weinig publiek. Als gevolg van censuur nemen journalisten massaal ontslag. Onder hen ook ikzelf.

We hebben er genoeg van!

In een eeuw van sociale media lijkt een politieke macht die zich baseert op waarden uit het verleden, die clanvorming, roekeloosheid, geheimzinnigheid en druk uitklokt met haar gedrag, absoluut achterhaald.

Zoals veel burgers van Oekraïne heb ik genoeg van de pathetische toespraken vanaf de tribunes van het parlement. Iedereen is moe van het kijken naar een president die zich afschermt terwijl hij met een enorme entourage langsrijdt. We hebben er genoeg van angst te voelen bij elke poging zijn residentie binnen te komen.

We willen niet nog een keer meemaken hoe de verkiezingen worden vervalst en hoe het hoofd van de regering jongleert met de belangen van de mensen, ten behoeve van zijn eigen belangen.

Mensen zijn moe van de armoede en afhankelijkheid. We willen allemaal andere politici, die open zijn, zelfvertrouwen hebben, gevoel voor humor, het vermogen bezitten om uit te leggen wat ze willen en die zichzelf en anderen respecteren.

Ik koester niet de illusie dat alles in Oekraïne meteen goed is als Associatielid van de EU. Dat begrijpen ook veel van mijn landgenoten. Ik ben er ook van overtuigd dat Europa begint in de hoofden van mensen. Dat we veel zullen moeten doen om te breken met kwalijke gewoontes, bijvoorbeeld het betalen van steekpenningen, het klagen en het zwijgen, het wachten op een goede leider.

Maar ondertekening van het Associatieverdrag zou voor ons niet alleen een vrijhandelszone betekenen en een vereenvoudigd visumregime, maar ook een symbool van de definitieve breuk met het Sovjetverleden. En het is het waard voor dat symbolische moment te vechten. En dat is wat we doen.

    • Tatiana Kozak