Voor het eerst een dode door een politiekogel

De politie in de IJslandse hoofdstad Reykjavík is zich rot geschrokken. Voor het eerst in de geschiedenis van de dienst hebben agenten iemand doodgeschoten. De politie heeft onmiddellijk zijn medeleven met de familie van het slachtoffer uitgesproken, een psycholoog geeft nazorg aan de betrokken agenten, en justitie gaat het incident onderzoeken.

Bij een poging een 59-jarige man te overmeesteren, die vanuit zijn appartement op willekeurige mensen aan het schieten was, gooiden agenten een traangasgranaat in het appartement. Toen ze hem vervolgens wilden aanhouden, opende hij het vuur en verwondde hij enkele agenten, die terugschoten.

Relatief veel IJslanders hebben een vuurwapen. Maar het aantal schietincidenten met dodelijke afloop is klein. In de Small Arms Survey staat IJsland op de vijftiende plaats, met 30,3 wapens per honderd inwoners (de lijst wordt aangevoerd door de VS met 101,05 per honderd inwoners; Nederland staat 78ste met 3,9 wapens per 100 inwoners). In IJsland sterven jaarlijks 1,25 mensen per 100.000 inwoners door een vuurwapen, in de VS ruim 10 en in Nederland 0,46.

Volgens Elvar Árni Lund, voorzitter van de IJslandse jagersorganisatie, is het aantal incident laag dankzij de strenge wapenwet, die halfautomatische geweren verbiedt en handvuurwapens strikt reguleert. IJslanders hebben vooral vuurwapens voor de jacht. (AP)