Hier kan ik de boel nog inkleuren

Horecaondernemer Femke Snijders wil Rotterdam verfraaien. Zo wordt Tropicana een ‘real life magazine’ en schenkt ze in Picknick nog thee voor een euro.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Verslaggever

Op de tafels liggen groen-wit geblokte kleedjes. De wanden zijn onafgewerkt grijs. In de open keuken werkt een barista vol toewijding aan een latte. Aan het tafeltje achterin zitten drie studentes. Na ruim een uur zitten ze er nog.

De menukaart: vijf euro voor een ontbijtje. Thee: één euro.

Welkom in Picknick, de lunchroom van horeca-ondernemer en kok Femke Snijders (30) aan de Rotterdamse Mariniersweg. „Voor een beetje heet water met een zakje kun je gewoon geen 2,50 vragen”, vindt Snijders. „Prijzen moeten wel ergens op slaan.”

Wie in de lage prijzen een zakelijke kamikazeactie ziet, moet maar eens met Snijders gaan praten. Ze bedacht en leidt nog meer goedlopende zaken in haar woonplaats. Sticky Fingers bijvoorbeeld, een mobiele snackbar met traditionele snacks, maar dan op z’n biologisch. Voor het theaterfestival De Parade doopte ze het om in een slowroast-barbecuetent, waar al het vlees langer dan 24 uur wordt bereid.

Andere successen: ze was medeoprichter van het Koninginnedagfestival Oranjebitter, dat met de laatste editie 7.000 bezoekers trok. En dit voorjaar opende ze een uitspanning in Tropicana, het in 2010 gesloten subtropisch zwemparadijs aan de Nieuwe Maas. Het terras was alleen in de zomer open, maar als het aan Snijders ligt, wordt het een plek voor alle seizoenen. „Tropicana kan weer van iconische waarde worden voor Rotterdam. Ik wil een plek creëren waar mensen trots aan ontlenen.”

Wat is de filosofie achter jouw bedrijven?

„Mijn filosofie is vooral gericht op Rotterdam. Ik stel me de vraag: hoe kan ik met mijn ondernemersgeest de stad een klein beetje verfraaien? Picknick is een soort huiskamer, iedereen moet zich hier welkom voelen. Tropicana is een plek die verweven is met de stad en die bewaard moet blijven. Veel mensen hebben er bijzondere herinneringen aan. Ik denk altijd vanuit de plek: wat kan ik ermee? In de wildwaterbaan, met al die rotsen en hoeken, ben ik een koffiebranderij begonnen. Uiteindelijk moet het een soort real life magazine worden: op elk stukje van het parcours moet je iets ervaren.”

Waar staat duurzaamheid voor volgens Femke Snijders?

„Voor verantwoord, vers, puur eten, geen gerotzooi met producten. Toen ik vijf jaar geleden met Picknick begon, waren er in Rotterdam geen plekken die dat boden. Ik was betrokken bij de Youth Food Movement, de jongerentak van de slow-food-beweging. Het woord duurzaam zat toen nog vast aan zuurdesembroden en geitenwollensokken. Met Picknick wilde ik duurzaam eten toegankelijk maken voor een groot publiek. En het zit vol, dus ik denk dat het wel gelukt is.”

De Rotterdamse tongval heeft Snijders zich snel eigen gemaakt: ze woont er pas zeven jaar. Ze groeide op in Oldenzaal, in een familie van ondernemers. Haar vader handelt in wijn en heeft een tabakszaak. „Als ondernemerskind krijg je van kleins af aan verantwoordelijkheidsbesef mee”, zegt ze. „Spelenderwijs ben ik door mijn ouders aan de hand genomen om te helpen in de winkel. Ze zeiden al vanaf mijn vijfde: jij moet handelaar worden.

„Daarnaast was ik totaal begeesterd door alles wat met eten te maken had. Ik keek alle kookprogramma’s op tv en richtte een eigen kookclubje op. Omdat ik toevallig een beetje kon studeren, deed ik toelating op de Hotelschool in Leeuwarden – een idee van mijn vader. Daar kon ik de zakelijke kant van het vak leren. In mijn vrije tijd werkte ik als kok.”

Zowel als kok en als ondernemer moet je veel multitasken. Zit daar het verband?

„Misschien. Er zit veel spanning in het koksvak. Die rush elke keer als de gasten binnenkomen, die drukte in de keuken, daar houd ik van. Die zoek ik ook op als ik onderneem.”

Ben je zakelijk sterk?

„Dat weet ik niet, maar ik begin het zakelijke steeds leuker te vinden. Het is een spel. Ik zet iets op met het idee dat het voor altijd moet blijven bestaan, dus moet ik de zaken goed regelen. Ik heb twaalf man personeel voor Picknick werken, daar voel ik me verantwoordelijk voor. En ik heb ook zeker een paar keer mijn neus gestoten en daarvan geleerd.”

Wat voor fouten heb je gemaakt?

„Dat ik te veel tijd stak in het creatieve deel. En dat ik mijn eigen werkuren niet had doorgerekend, bijvoorbeeld. Steek je heel veel energie in een project, kom je er op het laatst achter dat je er niets aan overhoudt. Ik heb ook een paar projecten afgestoten, zoals die snacktruck, die veel tijd kostte. Ik wil uitblinken in wat ik doe. Dan moet je keuzes maken.”

Waarom koos je voor Rotterdam?

„Ik was verliefd geworden op een meisje dat hier woonde. Voordat ik hier kwam wonen, was ik er nog nooit geweest. Rotterdam trok me totaal niet. Als je uit Oldenzaal komt, klinkt Rotterdam als de grote boze overkant, waarover je in media vooral negatieve verhalen hoort. Ik werd geraakt door de vriendelijkheid van de mensen, dat ouderwetse ‘niet lullen maar poetsen’. Ik vond wat ik in mijn geboortestreek Twente miste – uitdagingen, de kansen van de stad. De nuchterheid komt wel overeen met die van Twente. Voor mij is Rotterdam een soort groot Twente, maar dan met mogelijkheden.”

Aard je zo goed in Rotterdam omdat er nog iets op te bouwen is?

„Zeker. Hier kun je de boel inkleuren. Een festival als Oranjebitter was er bijvoorbeeld nog niet in Rotterdam, terwijl het in Amsterdam een van de vele evenementen zou zijn – de impact is hier groter. Steden in een underdogpositie vind ik boeiend, omdat de perceptie vaak niet strookt met de werkelijkheid. Het is veel spannender om hier te laten zien wat er mogelijk is dan om iets op te zetten in zoiets plastisch-perfects als Amsterdam.”

Hoe zie je de toekomst van de stad?

„De toekomst hangt af van het beleid van de gemeente. Er zijn veel jonge mensen met interessante initiatieven. Zij moeten de ruimte krijgen en niet klein gehouden worden door regeltjes. Ik voel me niet gesteund door de gemeente. Met Oranjebitter is het ieder jaar weer een gevecht om de vergunning rond te krijgen, ook Tropicana was een langzaam traject. Het gaat te veel om brandveiligheid en geluidsbeperking. De vele regels zorgen voor een survival-of-the-fittest tussen ondernemers en het beleid. Die strijd zorgt ervoor dat veel initiatieven zich niet kunnen ontplooien. Ik pleit voor meer vertrouwen vanuit beleidsmakers in goede ondernemers en hun inspiratie: dat gaat de stad vooruit helpen. Ik hoef geen standbeeld of bedankbrief, maar een beetje medewerking is gewoon fijn.”