ÉÉN LETTERTJE MAAR?

Het sinterklaasfeest is er een van tradities Zo geven wij elkaar chocoladeletters: eentje, de eerste van de voornaam In de 19de eeuw kregen kinderen hun hele naam in ‘chocolaadletters’

Foto BAS CZERWINSKI

Taalhistoricus

Als kranten nieuws brengen met extra grote, enigszins schreeuwerige koppen, zeggen we dat die in of met chocoladeletters zijn gedrukt. Hetzelfde geldt voor schreeuwletters op affiches. Ziehier de indirecte invloed van Sinterklaas op onze taal.

Maar sinds wanneer bestaan er eigenlijk chocoladeletters? Werden die alleen met Sinterklaas of ook bij andere feestelijkheden geconsumeerd? En gebeurde dat alleen in Nederland of ook elders?

Over letters van marsepein lezen we al sinds het einde van de achttiende eeuw, maar bij mijn weten duiken de eerste letters van chocolaad in 1851 op. We komen ze half november, in aanloop van het sinterklaasfeest, tegen in een advertentie van een Amsterdamse banketbakker die ook aan het koningshuis leverde.

Op 3 december 1858 laat een andere Amsterdamse banketbakker in een advertentie weten dat hij „ruim is voorzien van eigen gefabriceerde CHOCOLADE-LETTERS en andere figuren”. De advertentie staat tussen allerlei andere annonces van banket- en koekbakkers die vanwege het naderende sinterklaasfeest hun zoetwaren „minzaam aanbevelen”.

Men maakte indertijd ook letters van suiker, borstplaat en amandelgebak, maar vanaf 1864 lijken chocoladeletters (men schreef ook chocolaadletters) in de mode te komen. Tientallen banketbakkers in het hele land bieden ze te koop aan. Sommigen waarschuwen hun klanten ze tijdig te bestellen – graag voor 15 november – want nadien worden er geen bestellingen meer aangenomen.

Ook te koop in de tropen

Opmerkelijk is dat er al heel vroeg chocoladeletters werden verkocht in de koloniën. Toko Noordwijk te Buitenzorg verkocht ze al in 1864, en in Paramaribo waren ze zeker sinds 1871 te koop; je vraagt je af hoe men in de tropen voorkwam dat de chocola smolt.

Er werden grote en kleine chocoladeletters gemaakt. Op 1 december 1865 liet een bakker in het Algemeen Handelsblad weten te beschikken over „Groote chocolaadletters in geheel Nieuwen en zeer Schoonen vorm”. Er staan vaak tekeningetjes bij deze advertenties, maar daarop zie je Sinterklaas, geen chocoladeletters. Ook Piet is trouwens nergens te bekennen.

De chocoladeletters werden niet alleen als lekkernij voor het sinterklaasfeest aangeboden, maar ook voor Kerst. Zo adverteerde een banketbakker op 14 december 1879: „Voor den Kerstboom. Groote dikke chocolade-letters, à 10 Cents”. Je zou kunnen denken dat het hier om een slimme bakker gaat die van zijn onverkochte letters af wilde, maar ze waren niet in prijs verlaagd en ook in veel andere advertenties werden chocoladeletters in die jaren als kerstzoetigheid aangeboden.

Wij geven elkaar nu meestal één letter, de beginletter van de voornaam. Maar indertijd kregen kinderen, vooral in rijkere gezinnen, vaak hun hele naam in chocoladeletters. „De kinderen stormden de verlichte zaal binnen”, zo beschreef Louis Couperus in 1889 in Eline Vere een sinterklaasfeest, „waar, in plaats van de eettafel, nu vier kleine tafeltjes stonden; op elk lag een naam in chocoladeletters gespeld; op elk verhief zich een toren van speelgoed.”

Overdrachtelijk gebruik van chocoladeletters vinden we vanaf 1881. In 1894 definieerde een woordenboek het zo: „Chocolade-létters, groote, lange, zwarte letters, waarmede de naam van een artist of leverancier op aanplakbiljet, affiche enz. staat uitgedrukt.”

Het Vrije Volk opende ooit met deze haastige chocokop:

AJAX KAMIPOEN.