Een kabel tappen is zó 2008

De commissie Dessens zei gisteren dat de AIVD en MIVD ongericht glasvezelkabels moeten kunnen aftappen Dat willen de diensten al heel erg lang Toch is dat verlangen eigenlijk al weer achterhaald

verslaggevers

Kijk naar de wereldwijde kaart van internetkabels en zie hoe onevenredig groot het aandeel is van een klein land in het noorden van Europa. Daar komen grote internationale zeekabels aan land, maken glasvezelkabels uit het Midden-Oosten en Zuid-Amerika een eerste connectie met het internet. Bij de hoofdstad Amsterdam krioelt het van de internetactiviteiten rond het grootste verbindingsknooppunt ter wereld. Geen wonder dat Nederlandse inlichtingendiensten verlekkerd naar dit uitgebreide glasvezelnetwerk kijken. Toegang tot de kabels is toegang tot de wereld.

Maar de Nederlandse wet staat die toegang niet zomaar toe. Gisteren adviseerde een commissie onder leiding van jurist Stan Dessens om de wet op dit punt te verruimen: AIVD en MIVD moeten ook ongericht kabelgebonden data kunnen verzamelen. Daarmee mogen de Nederlandse diensten wat de Amerikaanse NSA al jaren doet.

Daarmee volgt Dessens nadrukkelijk de wens van de inlichtingendiensten. Al jaren roepen zij achter de schermen om de verruiming van de bevoegdheden. De redenatie daarbij is dat zij mee moeten met de voortschrijdende techniek. Maar dat is slechts een deel van het verhaal, blijkt uit gesprekken met personen in de inlichtingenwereld.

De spanning rond de bevoegdheden van AIVD en MIVD bestaat al zolang de wet uit 2002 er is. En zelfs al daarvoor leidde de wet-in-aanmaak tot nervositeit.

Het is oktober 2001 als Sybrand van Hulst, directeur van de Binnenlandse Veiligheidsdienst BVD en Joop van Reijn van de Militaire Inlichtingendienst MID, nog maar eens afspreken. De twee kennen elkaar goed, jarenlang werkten ze samen aan de opzet van een nieuwe wet voor de inlichtingendiensten. Die moest het toonbeeld worden van transparantie en vooruitgang: weinig Europese landen hebben de bevoegdheden van hun inlichtingendiensten in die tijd zo nauwkeurig omschreven als de Nederlanders.

Het is net na de aanslagen van 9/11. De Amerikanen hebben na het ineenstorten van de Twin Towers in New York wetgeving opgetuigd die herhaling moet voorkomen. In de VS gaan alle registers open. Met de Patriot Act krijgen de Amerikaanse inlichtingendiensten verregaande bevoegdheden om de privacy van burgers in te perken.

Van Hulst en Van Reijn kijken elkaar nog eens goed in de ogen. In de nieuwe, Nederlandse wet staat niets over het ongericht onderscheppen van kabelverkeer. Moeten de Nederlandse diensten dat ook? Voldoet de wet straks wel?

Ze besluiten geen amendement te schrijven, om de nieuwe wet niet nog langer op te houden. Het proces loopt dan al ruim drie jaar en ze willen door.

Echelon ondekt glasvezel

Een half jaar voordat Van Hulst en Van Reijn elkaar troffen, stuurde toenmalig minister van Defensie Frank de Grave (VVD) een notitie over afluisteren aan de Tweede Kamer. In Europa zijn vragen gerezen over een project genaamd Echelon, waarin de belangrijkste inlichtingendiensten ter wereld samenwerken om telecommunicatie te onderscheppen. Ook de Tweede Kamer vroeg om opheldering.

De Grave is duidelijk in zijn antwoorden: de Kamer moet er vanuit gaan dat alle bekende communicatiemiddelen getapt worden. Hij beschrijft bovendien dat het gebruik van glasvezel een steeds „dominantere” rol speelt in internationale telecommunicatie. Bekend is, schrijft De Grave, dat inlichtingendiensten deze kabels in het verleden al tapten.

Hij wijst op een interessante ontwikkeling. Glasvezelkabels komen door de liberalisering steeds vaker in handen van private bedrijven. Dat maakt het tappen ervan volgens De Grave lastiger. Wat hij op dat moment niet kan voorzien is dat inlichtingendiensten, de Amerikanen voorop, op grote schaal geheime afspraken maken met commerciële kabelmaatschappijen, om zo heimelijk kabels te tappen.

Na 9/11 groeit ook bij Nederlandse politici de belangstelling voor het werk van inlichtingendiensten. De politiek krikt de uitgaven voor AIVD en MIVD op, zoals de diensten sinds 2002 heten. Directeur Joop van Reijn weet dat er veel achterstallig onderhoud bij zijn dienst is. Hij wil de MIVD moderniseren en professionaliseren.

De MIVD besluit in te zetten op het vergroten van de capaciteit van satellietontvangers, in plaats van het tappen van glasvezelkabels. Dat laatste vindt men te duur. Bovendien is er veel kennis bij de dienst voor het onderscheppen van satellietverkeer. In het Friese Burum verrijzen na 2004 nieuwe, moderne satellietontvangers waarmee de MIVD zijn afluistercapaciteit enorm vergroot. Maar hoe mooi de techniek ook is, de investering van de MIVD staat haaks op de ontwikkelingen van dat moment.

Steeds vaker kiest het internetverkeer in de jaren na 2001 een route via glasvezel. Een medewerker van de MIVD vertelt hoe jarenlange (diplomatieke) doelwitten van de dienst letterlijk van de radar verdwijnen.

Na 2007 komt het omslagpunt, vertellen inlichtingenbronnen. Een meerderheid van het dataverkeer gaat niet langer door de lucht maar over de kabel. In 2008 besluit de AIVD een studie te doen naar de mogelijkheden van het onderscheppen van glasvezelkabels, zo staat in documenten van klokkenluider Edward Snowden waarover The Guardian in oktober berichtte. De AIVD vraagt de Britse inlichtingendienst GCHQ bij de studie om juridisch advies.

Minister Hans Hillen (Defensie, CDA) is in 2011 de eerste politicus die zich publiekelijk uit over de knellende wettelijke beperkingen. Hillen is een pragmaticus; de veiligheid van zijn manschappen staat voorop. Pas daarna komt de wet.

Over de randen van de wet

Als de toezichthouder op de inlichtingendiensten, de CTIVD, in een kritisch rapport oordeelt over onrechtmatigheden in het handelen van de MIVD, maakt Hillen van zijn hart geen moordkuil. Hij vindt dat er met spoed een nieuwe wet voor de inlichtingendiensten moet komen. Bovendien, zegt hij in 2012 tegen de Kamer, begrijpt de toezichthouder heel goed dat er „redenen van staatsveiligheid kunnen zijn om de randen van de wet te zoeken en zelfs daaroverheen te gaan”.

Ook zijn opvolger, minister Jeanine Hennis (VVD), vindt dat haast geboden is. In augustus zegt zij dat de diensten „blind en doof” aan het worden zijn door de wettelijke beperkingen. Het zijn letterlijk dezelfde woorden waarmee Dessens, gisteren, in zijn rapport onderbouwde dat AIVD en MIVD ruimere bevoegdheden moeten krijgen.

Intussen loopt de praktijk vooruit op de aanpassing van de wet. De techniek zorgt voor nieuwe mogelijkheden voor inlichtingendiensten. Niet langer is het nodig om met een dure methode glasvezelverkeer af te vangen. Door het hacken van computersystemen en het plaatsen van kwaadaardige software (malware) kunnen inlichtingendiensten goedkoper en makkelijker internetverkeer observeren.

Als de AIVD een e-mail van een werknemer van een willekeurig bedrijf wil onderscheppen, is het anno 2013 technisch het makkelijkst om de mailserver van het bedrijf te hacken en álle gegevens binnen te halen. Daaruit kan vervolgens de mail van die ene werknemer worden gevist. Deze methode blijkt de dienst al jaren in te zetten tegen webfora, onthulde deze krant zaterdag. Ook de Amerikaanse NSA past de werkwijze veelvuldig toe. De dienst heeft in zeker 50.000 computersystemen wereldwijd malware geïnstalleerd.

Dessens ging gisteren uitgebreid in op de bevoegdheid om glasvezelkabels te mogen tappen. Een langgekoesterde wens van AIVD en MIVD, maar tegelijkertijd al volstrekt achterhaald. Dessens wijdde geen woorden aan het hacken van computersystemen en het plaatsen van malware. Net zoals hij niet inging op vragen over de bestaande praktijk.

Zo ging dat al in 2002 en nu, elf jaar later, opnieuw bij de evaluatie van de wet: al voordat de wet er is of weer is aangepast, blijken de inlichtingendiensten al twee stappen verder. Tijdens de presentatie van zijn rapport beaamde Dessen dat impliciet: „We hebben gekeken naar de wet, niet naar operationele dingen.”

    • Huib Modderkolk
    • Steven Derix