Echte kinderen hebben wipneuzen

Mance Post (1925-2013)

Artistieke erkenning kwam laat, maar iedereen kende haar tekeningen toen al lang.

Onder links Madelief, boven het zingende molletje uit ‘Een lied voor de maan’. Illustraties Uitgeverij Querido

Mance Post, die gisteren op 88-jarige leeftijd overleed, kon zich vrolijk maken om een gedeeld wapenfeit met Fiep Westendorp. Net als de tekenares van Jip en Janneke won Post nooit prijzen. Pas in 2006 ontving Mance Post het Zilveren Penseel voor haar illustraties in Middenin de nacht, bij een tekst van Toon Tellegen. Een jaar later was ze de eerste laureaat van de Max Velthuijs-prijs, de oeuvreprijs voor illustratoren.

Haar tekeningen hadden zich toen allang genesteld in het collectieve geheugen. Guus Kuijers Madelief is de tekening van Post, in kriebelige, krasserige, zachte potloodlijnen. Zo tekende Post „aan de veilige kant”, zoals ze ooit zei, maar niet zoet. De kinderen hadden – passend bij Kuijers recalcitrantie – wipneuzen, afzakkende broeken en losse veters. Ze tekende nu eenmaal naar de natuur.

Het souterrain aan de Amsterdamse Prinsengracht, waar de alleenstaande en kinderloze Post decennialang woonde, was een zoete inval voor buurtkinderen. Die schetste ze dan even – en zo werden haar buurman Ischa Meijer en de (klein)kinderen van Simon Carmiggelt vereeuwigd.

Post werkte jarenlang als tekenjuf, tot Carmiggelt haar de uitgeverswereld inloodste. Haar eerste illustratieopdracht was bij een tekst van Han G. Hoekstra, in 1955. „Maar wat vindt meneer Hoekstra daar dan van?”, vroeg ze haar uitgever verlegen. De schrijver deed er niet toe, leerde ze. Maar Post was gedienstig: „Ik ben me steeds bewust dat ik de spullen van een ander tussen mijn vingers houd en die mag ik niet bederven. Faal ik, dan kwets ik.” Annie M.G. Schmidt, die met Post de reeks Waaidorp maakte, vroeg eens of ze die kinderen niet zat werd: „Als je eens een draak wilt, zeg het dan, ik lul ’m er wel in.”

Als illustrator van Toon Tellegens wijsgerige dierenverhalen maakte Post een ommezwaai, deels noodgedwongen door haar verslechterende zicht. De robuuste dieren, opgetrokken uit linosneden, brachten bovendien artistieke erkenning. Haar laatste boek was Een lied voor de maan (2012), waarvoor Post het verhaal bedacht. Over een mol, die de droevige maan wilde opvrolijken. De mol tekende ze het liefst, zei ze eens: „Misschien omdat ik zelf onder de grond woon.”

    • Thomas de Veen