Dit is maar een fase

Veel kinderen kennen een periode dat ze extreem meisjes- of jongensachtig willen zijn Dat blijkt uit onderzoek van Amerikaanse psychologen Voor kinderen is het een vorm van zelf-socialisatie

Foto Thinkstock

Redacteur Wetenschap

Voorbeelden genoeg op advertentiesites. „Onze dochter is uit de roze fase. Daarom te koop: ...” Dan volgt er iets prinsessenachtigs. Een roze spiegel, dekbedovertrek, kussen, fietsmand. Waarschijnlijk heeft de eigenares-prinses een tijdlang in louter roze jurkjes willen rondlopen. Soms tot schrik van ouders.

Er is nu wetenschappelijk nieuws dat een troost kan zijn: die roze fase is echt maar een fase. Veel jongetjes maken een vergelijkbare, anti-roze fase door. Jonge kinderen uit verschillende subculturen hebben zo’n periode dat ze zich extreem meisjes- of jongensachtig willen kleden. Ze trekken zich weinig aan van de ideeën die hun ouders daarover hebben. Het is een vorm van zelf-socialisatie, waarbij kinderen zichzelf helder in een bepaalde categorie willen indelen, en later pas ontdekken dat daar best enige flexibiliteit in zit. Dus gaat het over het algemeen weer over. Dat schrijven Amerikaanse psychologen in Developmental Psychology.

Pink, frilly dress

Het is de allereerste kwantitatieve inventarisatie van wat het pink, frilly dress-fenomeen heet. Ruim tweederde van de meisjes en ruim een kwart van de jongens van tussen de 3 en 7 jaar, uit voornamelijk blanke New Yorkse welgestelde middenklassegezinnen, had volgens de ouders zo’n fase doorgemaakt, waarin ze alleen ‘echte meisjeskleren’ of ‘echte jongenskleren’ aanwilden. Voor meisjes ging het dan vooral om roze jurkjes. De jongens wilden juist géén roze, maar bijvoorbeeld wel superheldenpakken (Superman, Batman, Spiderman) of een zakenmannenpak met stropdas. Er was geen verband met de kleren die de ouders voor hun kinderen prefereerden.

De onderzoekers dachten al dat de ouders niet de oorzaak konden zijn van het prinsessenvertoon van hun dochters. Sommige ouders vinden dat geweldig, en die zijn geneigd hun roze prinsesjes uitvoerig om hun uiterlijk te prijzen. Maar ook die ouders kunnen versteld staan over de extremiteit waarmee hun dochters kunnen weigeren om bijvoorbeeld in de sneeuw een broek aan te trekken, desnoods onder zo’n roze jurkje.

De kinderen zelf werden ook geïnterviewd. Meisjes werd gevraagd hoe belangrijk ze het vonden om een meisje te zijn, en hoe geweldig ze meisjes vonden (en jongetjes hetzelfde over jongetjes). Kinderen die daar positiever op antwoordden, waren volgens hun ouders extremer in hun seksespecifieke kledingwensen. De onderzoekers waren ook benieuwd of die extremiteit afnam als kinderen begrepen dat ze heus nog steeds wel een meisje of jongetje waren als ze kleren van het andere geslacht aantrokken. Maar het lukte niet goed om daar met deze jonge kinderen over te praten: de meesten begrepen niet wat de onderzoekers bedoelden.

Andere etnische groepen

Niet alleen rijke blanke meisjes en jongens maken een prinsessen-, dan wel een stoere fase mee. De onderzoekers namen ook vragenlijsten af bij ouders uit verschillende etnische groepen uit armere New Yorkse buurten. Hiervan had van de Chinese, Dominicaanse en Afro-Amerikaanse 4-jarige meisjes circa driekwart een rozejurkjesfase gehad, en de helft van de Mexicaans-Amerikaanse meisjes. En meer dan de helft van de 4-jarige jongens uit alle etnische groepen had een stoere sportkleding- en antirozefase doorgemaakt; van de Dominicaanse jongens zelfs ruim driekwart.

In de meeste groepen hadden meer meisjes dan jongens een periode gehad waarin ze seksespecifieke kleding heel belangrijk vonden. Het kan dat jongens vaker andere manieren kiezen om hun prille mannelijkheid te bewijzen, aldus de onderzoekers, bijvoorbeeld stoer gedrag of het onderdrukken van emoties (‘niet huilen’). Misschien zijn kleren voor jongens minder relevant, omdat ze daar toch al een beperktere keuze in hebben (meisjes dragen wel broeken, jongens meestal geen rok of jurk).

En er zijn natuurlijk ook altijd meisjes die géén prinsessenfase doormaken. De onderzoekers weten niet precies waar die onderlinge verschillen vandaan komen. Misschien is het iets hormonaals, misschien toch ook een kwestie van sociale druk van vriendinnetjes, familie of media; misschien zoeken sommige jonge meisjes andere manieren om hun vrouwelijkheid voor zichzelf te definiëren. Dat is niet onverstandig, want jonge vrouwen die hun zelfwaardering te veel van hun uiterlijk laten afhangen, kunnen daardoor psychische problemen krijgen.

    • Ellen de Bruin