Die overtredingen lonen nog best

Buitenlandse truckers mogen beperkt in Nederland werken.

Ondanks controle is de pakkans zo klein, dat velen de boete riskeren.

In zijn blauwe Scania-truck liggen vier Twixen, een half bruin brood en een paar tomaten. Die zullen niet overbodig blijken. De Moldavische vrachtwagenchauffeur Andron (40) staat op een parkeerplaats langs de A15. En hij komt daar voorlopig ook niet weg.

Andron is door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) van de weg geplukt voor een controle op ‘cabotage’, binnenlandse ritten door buitenlandse chauffeurs. En hij is gesnapt. Andron was bezig aan zijn zesde rit binnen Nederland in één week tijd. En dat mag niet. Zijn achternaam wil hij dan ook niet zeggen. „Dat wil mijn baas vast niet.”

Een buitenlandse chauffeur mag in Nederland in een week maximaal drie keer een lading vervoeren en moet daarna weer de grens over. Die regel geldt in alle landen in Europa en is bedoeld om de binnenlandse markt van dure West-Europese landen te beschermen. Oost-Europese chauffeurs zijn tussen de 20 en 30 procent goedkoper, blijkt uit cijfers van werkgeversorganisatie Transport en Logistiek Nederland. Daarom zijn ze aantrekkelijk om in te huren.

In Nederland konden chauffeurs als Andron tot voor kort gewoon hun gang gaan. Boetes voor te veel ritten over de grens in één week tijd werden niet uitgedeeld – tot frustratie van de transportsector. Sinds deze zomer kunnen buitenlandse vrachtwagenchauffeurs door een wetswijziging wel een boete krijgen, van 4.200 euro. En inspectiedienst ILT is op jacht. Nou ja, vandaag dan, tijdens de zevende cabotage-inspectie.

Kleine pakkans

Op de parkeerplaats vlakbij de Rotterdamse haven komt af en toe een motoragent aanrijden met een vrachtwagen die hem volgt. De meeste hebben een Oost-Europees nummerbord. De selectiemethode is simpel. Een truck met een buitenlands nummerbord en een Nederlandse oplegger, kan een overtreder zijn. Op de parkeerplaats staan inspecteurs in gele jasjes klaar om de chauffeurs te bevragen.

Een Roemeense chauffeur opent zijn deur en leunt naar buiten. Waar hij vandaan komt, wil de inspecteur van hem weten. „Brussel”, zegt hij. De Roemeen, gehuld in trainingspak en op sokken, is op weg naar Geldermalsen. Dat kan hij niet uitspreken, maar het blijkt uit de vrachtbrief die hij overhandigt. Een internationale rit, stelt de inspecteur vast. Niks aan de hand.

De meeste chauffeurs gaan net als de Roemeen vrijuit. Tijdens een inspectiedag als deze worden tussen de veertig en vijftig vrachtwagens gecontroleerd. Een team van dertien inspecteurs en enkele motoragenten zijn er een hele dag aan kwijt. Een hoop gedoe voor weinig resultaat? Dat vindt inspectiecoördinator Jelke Jacobi niet. De acties zijn vooral bedoeld om „inzicht te krijgen in het aantal overtreders”, zegt hij.

Een idee daarvan heeft de ILT inmiddels. Gemiddeld is één op de tien gecontroleerde chauffeurs in overtreding. Daarnaast heeft 10 procent eerder te veel binnenlandse ritten gemaakt, maar is op het moment van controle wél op weg naar het buitenland. Die chauffeurs krijgen geen boete. Het buitenlandse transportbedrijf waarvoor ze rijden krijgt achteraf een rekening, zegt Jacobi. En de ILT heeft sinds de zomer twaalf bedrijfsonderzoeken ingesteld.

Andron heeft dus pech: de pakkans is klein. Veel te klein, vindt de Nederlandse transportsector. „Wij willen meer inspecties”, zegt een woordvoerder van werkgeversorganisatie Transport en Logistiek Nederland. „Minister Schultz denkt dat ze aan het handhaven is, maar het veld denkt daar anders over.” Vakbond FNV Bondgenoten is het, ongebruikelijk genoeg, hartgrondig met de werkgevers eens. „Als de pakkans zo klein is, blijft overtreden aantrekkelijk’, vult een FNV-woordvoerder aan.

Terwijl de sector vraagt om meer controle, wordt op de ILT juist flink bezuinigd. Had de dienst vorig jaar nog een budget van 153 miljoen euro, over vier jaar is dat teruggebracht naar 119 miljoen euro. Bij de bezuinigingen zijn de inspectiewerkzaamheden tot nu toe ontzien, zegt een woordvoerder. Of de inspectie op cabotage wordt opgevoerd, kan de ILT nog niet zeggen. Dat wordt begin volgend jaar bepaald op basis van de resultaten van de inspecties.

Vrijgekocht

Andron is wel op heterdaad betrapt. Hij moet 4.200 euro afrekenen. Dat geld heeft hij niet. Gelaten drentelt hij over de parkeerplaats, in een donker, met doodshoofden gedecoreerd traingspak. Andron deed gewoon wat hem gezegd werd, zegt hij – rijden.

Zo erg vindt hij het ook allemaal niet. Hij grijnst. In zijn mond ontbreekt een tand. „Ik hoef tenminste niemand om te kopen.” Hij hoopt vooral dat zijn Roemeense baas hem niet aansprakelijk stelt voor de boete, maar hij vreest het ergste. Zijn baas heeft „een Russische mentaliteit”, legt hij uit.

Andron heeft op de parkeerplaats geslapen, vertelt hij de volgende dag aan de telefoon. In zijn truck. De inspectie had een ketting door zijn wiel gelegd zodat hij niet weg kon. De volgende ochtend om tien uur kocht zijn baas hem vrij. Zijn Twixen zijn op.

Gaan hij en zijn baas zich voortaan wel aan de regels houden? Andron lacht. „Hoe groot is de kans dat ik nog een keer gepakt wordt?”

    • Teri van der Heijden