De dode letter begint enorm te stinken

Vanmiddag wordt in de Senaat gestemd over het ‘aanpassen’ van het wetsartikel Verbod op godslastering. Hafid Bouazza is voor afschaffing.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Hoe breng je een God tot leven? Door hem te begraven in het wetboek. En dan niet via gedwongen geloof (staatsreligie), maar door het strafbaar stellen van krenking van deze God. Voor de ongelovige is God een non-entiteit, maar het verbod op godslastering maakt van hem een aanwezig fenomeen. Zo wordt een axioma opgedrongen, zo blijft een dogma, door het een beschermde status te geven, voortleven.

Dit wil zeggen, zolang het verbod op ‘smalende godslastering’ niet wordt geschrapt. Deze wet mag dan wel een dode letter zijn en het afschaffen ervan een symbolische daad, maar deze dode letter begint, zo bezien, wel enorm te stinken. En dat de letter nog leeft, bewees Nausicaa Marbe in haar column in De Telegraaf van 29 november: „Dood is de blasfemiewet zeker niet, hij hangt als een zwaard van Damocles boven de vrijheid van meningsuiting. Je weet nooit of een van onze onnavolgbare rechters eens een zeloot niet gelijk zal geven als hij zich in zijn ‘intense religieuze gevoelens’ gekrenkt acht door iemand die lak heeft aan welke godheid dan ook.”

Aan tafel bij Pauw & Witteman mochten Boris van der Ham (D66) en senator Roel Kuiper (CU) afgelopen woensdag discussiëren over afschaffing van dit wetsartikel van het strafrecht. Van der Ham had zinnigere dingen te zeggen dan Kuiper, omdat laatstgenoemde niet verder kwam dan dat het fatsoen ten dode zou zijn opgeschreven wanneer het artikel niet meer geldig zou zijn. Dat zo’n artikel maatschappelijk normatief zou werken.

Lasteren komt boven smalen

Verder wees Roel Kuiper erop dat het hier wel ging om ‘smalende godslastering, de ergste vorm’ (terwijl in de semantische hiërarchie lasteren toch echt boven smalen komt). Hoe amusant was de stilte die als een lijkwade gevuld met bakstenen over de gesprekstafel viel toen er werd gevraagd wat ‘smalend’ eigenlijk betekent. Niemand wist het antwoord. Cabaretier Thomas van Luyn dacht dat het een soort grinniken was – hij verwarde het woord duidelijk met ‘meesmuilen’. Maar verbijsterend was wel dat Kuiper niet eens wist wat de term was die zijn hart en de maatschappij zou doen bloeden en versplinteren, als uitoefening ervan niet meer straffeloos kon.

Zijn stelling dat het niet om bescherming van de godheid zelf zou gaan, maar om diens aanbidders is niet overtuigend aangezien (geloofs)overtuigingen al in artikel 137 beschermd worden. Gelovigen dienen een bevoorrechte positie te hebben en wat er vandaag ook gestemd zal worden in de Senaat, deze positie zullen ze niet kwijtraken. Dit is afgrijselijk, adieu egalité!

Zowel de PvdA als de VVD veinst zich zorgen te maken om bepaalde minderheden die extra bescherming nodig hebben. Ah, er is al een m-woord (minderheden) gevallen, maar niet het m-woord dat men zou verwachten. De ‘liberalen’ hebben al getoond dat ze een ruggengraat hebben waarvan je een vlinderdas kunt strikken, maar moeten ze daarom andere mensen reduceren tot homunculi vervaardigd van veterdrop? Wat een verwatenheid. Het wekt verbazing dat geen gelovige zich heeft uitgesproken tegen deze aanmatigende houding. Zó aantrekkelijk kunnen toebedeelde zwakte en ingebeeld slachtofferschap toch niet zijn dat men deze spreekbuis aanvaardt? Een spreekbuis is uiteindelijk een andere vorm van een muilkorf.

Zakbijbeltje tussen de kralen

Wat te denken van Matthijs Haak, predikant van de Gereformeerde Kerk te Rotterdam Delfshaven? In een ingezonden brief in NRC (29 november) schrijft hij dat het Verbod op godslastering nu nog relevant blijft, omdat het radicalisme onder moslims zou kunnen tegengaan. Daar! Dat is het m-woord dat de hele tijd ongeduldig achter de coulissen stond te trappelen.

„Uit propagandamateriaal van en voor Syriëgangers”, schrijft hij, „blijkt in ieder geval dat de manier waarop godsdienst in ons land (g)een plek krijgt, meespeelt. (i.e in de radicalisering van moslimjongeren.) In die situatie is ieder signaal welkom dat duidelijk maakt dat iedere levens- en geloofsovertuiginggezien en gerespecteerd wordt binnen de kaders van de wet. De wet op godslastering kan voor dat bepaalde deel [van de moslims, HB] de wind uit de zeilen halen. En dat is goed voor heel Nederland.”

En wat goed genoeg is voor Nederland is goed genoeg voor God, nietwaar? Bij eerste lezing beneemt zulke naïviteit de adem, maar bij nadere beschouwing blijkt zijn verdediging niets anders dan een manier om een zakbijbeltje te verstoppen tussen de spiegeltjes en kralen – de predikant is hier op missie.

Het meest stuitende is wel dat onder dit herderlijk vertoon angst schuilgaat, net zoals achter de beschermingsdrang van de linksen en ‘liberalen’. En hier bedoel ik niet mee de angst achterban te verliezen, maar angst voor dezelfde minderheidsreligie die ze beweren extra te willen beschermen. Niet het wilde beest wordt gekooid, maar zijn mogelijke prooi.

Nu begrijp ik ook dat pluchekleven waarvan ze zo vaak beticht worden: het is geen wellust tot macht, het is een maniertje om het plasje angst dat ze op de zetel achterlaten niet te tonen. Smalend? U zegt het.