Alberda, Alberda, Alberda en Alberda

Joop Alberda is sinds deze week technisch directeur a.i. van de zwembond. Joop Alberda dus, die in juni 2013 technisch directeur van de Atletiekunie werd, die in december 2012 technisch directeur van de roeibond werd, die in januari 2012 toetrad tot de raad van commissarissen van voetbalclub AZ, die afgelopen weken als jurylid mede bepaalde wie er genomineerd worden als sportman/vrouw/ploeg van het jaar, die voorzitter is van de belangenorganisatie NL Coach en die vorige maand voorzitter werd van de ideële Stichting Meer dan Voetbal.

Iedereen nog aan boord? Joop Alberda, die eigenlijk schipper wilden worden, is in te huren als spreker en hij kon je meenemen voor ‘inspiratietochten’ op zijn schip Spirit of ’96 om op het water te brainstormen over ‘verandermanagement, timemanagement, inspirerend leidinggeven en succesvol samenwerken’.

Die Joop Alberda dus, die in 2009/2010 manager was van de Canadees/Zwitserse wielerploeg Cervélo, die in de periode 2006/2007 in Rusland, Guus Hiddink was er toen bondscoach, technisch coördinator was van de voetbalbond, die van 2006 tot en met 2008 ook technisch directeur was van de Nederlandse volleybalbond, die van 1997 tot en met 2004 technisch directeur was van de nationale sportkoepel NOC*NSF en die in 2011 even in de markt was om manager bij de schaatsbond te worden om de nationale achtervolgingsploegen te begeleiden, tot de schaatscoaches erachter kwamen dat ze daarvoor liever een schaatscoach hadden.

Die Joop Alberda, die in 2011 Jacco Verhaeren, zijn voorganger bij de zwembond en er nu nog collega voor één maand, een prijs uitreikte omdat hij tot ‘Coach van het Decennium 2000-2010’ was gekozen en die zelf, het zal geen verbazing wekken, in 2004 de erepenning van NOC*NSF ontving wegens zijn bijzondere betekenis voor de sport.

En dan nu een time-out.

Want allicht ontstaat het vermoeden dat er wel twee of drie Joop Alberda’s bestaan, die als twee of drie druppels water op elkaar lijken. Dat is niet zo. Er is maar één Alberda, en dat is Joop, de bondendokter, voor al uw topsportklussen. Directeur/eigenaar van Alberda Advies en Beheer BV. De man die als coach langs de lijn stond bij wat eind 1999 werd gekozen tot het Nederlandse ‘sportmoment van de eeuw’. Het goud voor het volleybalteam op de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta.

De coach aan wiens kwaliteiten eerst werd getwijfeld. Het is te lezen in het vóór de Spelen van ’96 verschenen boek De lange mannen van de sportjournalisten John Volkers, Willem Vissers en Hans Klippus. De coach die van twee spelers te horen kreeg dat zíj veel meer verstand van volleybal hadden. Die met zijn psychologische aanpak toch het vertrouwen wist te winnen. Die geloofde in totaalvolleybal.

Die man, 62 jaar jong nu, zei laatst in Lopend Vuur, het magazine van NOC*NSF: „Nee, ik ben geen wonderdokter, want ik doe logische dingen. Elk topsportproces kent enkele structuren en die herken ik redelijk snel. Ik kan op korte termijn een bijdrage leveren, omdat ik de topsport, met daarin de topatleten en -coaches, goed begrijp.”

Zou dat het zijn? Of is er sprake van zoveel gebrek aan expertise bij de zwem-, de atletiek- en de roeibond dat ze niet eens, niet snel in elk geval, in eigen gelederen een téchnisch directeur kunnen vinden?

Alberda is de McKinsey van de Nederlandse topsport geworden. Hij komt even langs. Het was ook de toenmalige topman van McKinsey, Wouter Huibregtsen, in 1996 voorzitter van NOC*NSF, die Alberda indertijd naar de sportkoepel haalde en tegen hem zei: „En daarna ga je zorgen dat we onze bonden op internationaal niveau krijgen.”

De auteurs van De lange mannen voorzagen het al. „Doe Alberda niet weg”, adviseerden zij de volleybalbond, want anders „is deze topmanager vertrokken naar NOC*NSF, Sportkanaal of een grote voetbalclub met grote ideeën”.

Met het volleybal is het sindsdien bergafwaarts gegaan.

John Kroon is redacteur en commentator bij NRC Handelsblad