Wereldrecordhouder op toernee

’s werelds snelste marathonloper, verzilvert zijn nieuwe status in Montferland Run

Wilson Kipsang, wereldrecordhouder op de marathon, is in de slotkilometers van de Montferland Run op zichzelf aangewezen. Foto Merlin Daleman

Hij straalt. Nog altijd. Wilson Kipsang oogt alsof hij zijn indrukwekkende prestatie – het verbeteren van het wereldrecord op 29 september in de marathon van Berlijn – pas vorige week behaald heeft. Hij klokte twee maanden geleden 2.03,23 uur.

Sindsdien lijkt de lach te zijn gebeiteld op het gezicht van de 31-jarige Keniaan. Overal waar Kipsang komt, presenteert hij zich met de gepaste trots van een iemand die geschiedenis heeft geschreven. Zoals ook gisteren tijdens de Montferland Run in ’s-Heerenberg, waar de atleet voor het eerst weer in actie kwam na zijn ‘gouden race’, waarin hij vijftien seconden afsnoepte van de toptijd die zijn landgenoot Patrick Makau had gelopen in 2011.

Sinds ‘Berlijn’ lacht hij. Behalve als hij loopt. Dan transformeert Kipsang. Zo ook in de bosrijke omgeving van ’s-Heerenberg, een grensdorp in de Achterhoek. Zijn ogen gericht op de horizon, armen die ritmisch langs zijn lichaam bewegen en benen die automatisch hun werk lijken te doen. Tik tak, tik tak. Zo dendert Kipsang door het landschap.

Het is te danken aan wedstrijdorganisator Carlo Jansen dat Kipsang te bewonderen was in Nederland. In september, vlak na het wereldrecord van de Keniaanse atleet, stuurde Jansen een sms’je naar Gerard van de Veen, de Nederlandse manager van Kipsang. Hij schreef: „Gerard, van harte gefeliciteerd met deze fantastische prestatie. Kan ik het persbericht met de kop ‘Wereldrecordhouder marathon in Montferland Run’ al schrijven?”

Half oktober volgde het definitieve ja-woord van Kipsang. En dat bleef niet onopgemerkt. De Keniaan viel gisteren ten prooi aan hongerige persfotografen, handtekeningenjagers en kinderen die na afloop smeekten om zijn startnummer 1.

Kipsang onderging het met een lach van oor tot oor. Wie kan hem iets maken na zijn historische prestatie, waarmee hij alleen al 90.000 euro aan prijzengeld verdiende?

De afgelopen maanden waren hectisch, vertelt de zongebruinde Van de Veen. Het onthaal in Kenia was groots voor Kipsang. Zijn manager: „In Nairobi stonden duizenden mensen op het vliegveld. Iedereen wilde hem zien. Aanraken. Vervolgens werd hij met een politiehelikopter naar huis gebracht. Het was één groot feest voor hem.”

Na het wereldrecord van Kipsang namen ook de lucratieve aanbiedingen toe. Iedere wedstrijdorganisator wil de atleet aan de start hebben. Financieel aantrekkelijk, maar Van de Veen waakt ervoor dat hij over twee jaar met een opgebrande atleet te maken heeft. „Wilson heeft nu zijn zinnen gezet op de marathon van Londen, volgend jaar april. Dan kun je zijn agenda onmogelijk volgooien met wedstrijden.” Kipsang loopt ter voorbereiding alleen nog een halve marathon in Spanje, half februari, en daaromheen traint hij in Kenia.

Montferland was vooral een praktische keuze. Van de Veen: „In de deal zit bijvoorbeeld ook dat zijn vrouw er bij is. Samen blijven ze nog een week in Nederland, zodat ze een beetje tot rust kunnen komen na de gekte in Kenia. Natuurlijk speelt het startgeld ook een rol, maar in andere wedstrijden kon hij misschien wel veel meer verdienen.”

Welk bedrag Kipsang voor de vijftien kilometer toucheerde, blijft gissen. Maar ter kennisgeving: Kenenisa Bekele kreeg ooit 150.000 euro voor zijn start in de Zevenheuvelenloop. Van de Veen zegt dat het startgeld van Kipsang „veel lager” is.

Kipsang erkende na afloop dat hij het soms moeilijk vindt om een juiste balans te vinden tussen financieel aantrekkelijke races en wedstrijden die passen bij een verantwoorde opbouw richting een einddoel. „Sommige kansen doen zich maar één keer in je leven voor”, vertelde Kipsang, terwijl hij na afloop zijn trainingspak aantrekt. „Maar ik wil investeren in mezelf en nog een aantal jaar op topniveau presteren. Dan moet ik de juiste keuzes maken.”

Geld is geen drijfveer voor Kipsang, stelt ook Van de Veen. „Wilson weet wat ervoor nodig is om goed te presteren. Daarbij is hij bereid in zichzelf te investeren. Vlak voor hij zijn wereldrecord liep, is hij met een aantal gangmakers op tempo gaan trainen in Kenia. Die jongens betaalt hij gewoon.”

Verder pleit zijn keuze voor Berlijn ook voor hem, vindt Van de Veen. „Bij de marathon van New York kon hij veel meer verdienen, maar hij weet: op dat parcours loop je geen wereldrecord. Hij wilde perse een aanval doen op die tijd.”

De Keniaanse topprestaties zijn overigens ook in het oog gevallen bij de dopingautoriteiten. Keniaanse atleten worden dit jaar scherp gecontroleerd op verboden middelen. Kipsang vindt dat een positieve ontwikkeling. „Ik sta voor een schone sport, en ik wil ook dat mijn sport schoon blijft.”

Gisteren, in de relatief kleine recreatieloop Montferland Run (ruim 2.500 deelnemers, red.), moest Kipsang passen bij een versnelling in de slotfase. De Keniaan Patrick Ereng won, Kipsang werd vijfde. Maar van teleurstelling was na afloop geen sprake bij de wereldrecordhouder op de marathon. Zijn tijd paste bij zijn trainingsopbouw, vond hij. „I’m happy”, was zijn commentaar. En wie gaf hem ongelijk? Die 2.03,23 staat nog altijd in de boeken.

Wilson Kipsang heeft alle reden om te lachen.

    • Jan Cees Butter