Voor altijd de B1 van die grensrechter

Vandaag is het precies een jaar geleden na de mishandeling van grensrechter Richard Nieuwenhuizen Zes spelers van de B1 van Nieuw Sloten werden veroordeeld nrc.next volgde het nieuwe team

Verslaggever

De regen slaat in schuine vlagen over het veld. Een strook groen langs de ringweg A10. Een verlicht reclamebord van de Media Markt torent boven de weg uit: ‘Nu open Akerpoort Nieuw West’. De wind komt uit het noorden en dus loeien vliegtuigen om de paar minuten over de hoofden van de dertien trainende jongens.

Hollandse velden, vrijdagavond.

Keeper Kevin krijgt een natte bal in zijn gezicht, hij wankelt snikkend naar de zijkant. Elftalleider Ron Grevink buigt zich even over zijn zoon. De keeper schudt zijn schouder en de trainer gaat verder met de oefening.

Na afloop roepen Grevink en Jeroen van der Wulp de jongens bijeen. Zondag thuis tegen Zeeburgia. Meteen wakker, zegt Van der Wulp. De zondag B1 van de Amsterdamse voetbalclub SV Nieuw Sloten staat bovenaan in de tweede klasse. Vrijdagavond hadden ze 30 punten uit 10 wedstrijden.

In september haalden de begeleiders, Grevink, Van der Wulp en trainer Johan Kraaikamp, zoals aan het begin van elk seizoen, de jongens en hun ouders bij elkaar. Ze vroegen het team: moeten we dit jaar niet liever ‘B2’ willen heten? De jongens, die vorig seizoen als C1 kampioen van de eerste klasse waren geworden, begrepen de vraag. Nieuw Sloten B1 zal voorgoed geassocieerd worden met de dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen, vandaag precies een jaar geleden. Hij vlagde bij de wedstrijd Almere Buitenboys B3 tegen de B1 van Nieuw Sloten en werd na afloop mishandeld door enkele Amsterdamse spelers. Een dag later overleed hij. Zes spelers van de B1 van Nieuw Sloten, jongens van 15 en 16, en een vader werden door de rechtbank veroordeeld wegens doodslag. De afgelopen week diende het hoger beroep.

De B1 van toen werd meteen uit de competitie genomen, daarom spelen de B’tjes van nu in de tweede klasse. Maar de naam van het elftal wilden de jongens behouden, zeiden ze op die eerste bijeenkomst. „Ik vind dat wij B1 moeten zijn”, zei eentje. „Dan kunnen we laten zien hoe het moet.”

Seizoen begon op een koude zondag

De B1 begon het seizoen op een koude zondag half september, uit tegen Zeeburgia. De eerste wedstrijden na de dood van de grensrechter stonden alle teams van Nieuw Sloten nog hand in hand met hun tegenstanders in de middencirkel. Op hun hesjes het KNVB-motto ‘Zonder respect geen voetbal’.

Langs de kant staat een handvol ouders van Nieuw Sloten. De scheidsrechter is van Zeeburgia, een gedrongen Turk. Verdediger Steven van Nieuw Sloten steekt een kop boven hem uit. „Ik wil geen commentaar”, zegt de scheidsrechter vooraf. „Als ik daar drie keer voor moet waarschuwen, leg ik de wedstrijd stil.”

Later zullen Grevink en Van der Wulp zeggen dat de meeste jongens „lekker blijven voetballen”, ook als ze achter staan. „Problemen ontstaan zelden op het veld, ze ontstaan langs de lijn. Bij de ouders en begeleiders.” Grevink verbaast zich er weleens over als hij zelf fluit. Een teamleider die vooraf de vriendelijkheid zelve is, begint tijdens de wedstrijd ineens te tieren.

„Scheids! Vrije schop!” Grevink kan zich niet inhouden. Een speler van Zeeburgia legt zijn lenige spits Jaïr neer. De scheidsrechter fluit en draaft naar de zijlijn. „Mondje dicht!” Grevink, later: „Voetbal is een emotionele sport.” Nieuw Sloten combineert snel en goed. De eerste wedstrijd winnen ze met 0-4.

Al jaren samen, daarom geen geruzie

Zo gaat het de volgende wedstrijden ook. In het noodweer van oktober, tegen De Meteoor, wordt het 3-4. In november, tegen de Turkse club AGB, 1-7. De kleine linkshalf Berr scoort met een kopbal en strijkt zijn haren in model voordat hij juicht.

De meeste jongens van de B1 spelen al jaren samen, zeggen hun begeleiders, daarom zijn ze zo goed, daarom hebben ze ook geen ruzie. Ze hebben iets voor elkaar over.

Als Grevink en Van der Wulp nadenken over het verschil tussen deze B1 en de beruchte van vorig seizoen, zijn dit de eerste dingen die bij hen opkomen. Dat de jongens al jaren samen spelen bij Nieuw Sloten en dat van alle jongens vrijwel elke wedstrijd ten minste een van de ouders komt kijken. De B1 van vorig seizoen speelde nog maar net bij de club en je zag haast nooit meer dan een of twee vaders.

Hoe anders deze jongens ook zijn, het incident van vorig jaar heeft erin gehakt. De club riep destijds meteen alle teams bij elkaar. Even niet twitteren, dat was een van de eerste dingen die de trainers zeiden. Alles wat je nu online zet, of je nou blij bent dat Ajax wint of chagrijnig bent over school, journalisten zullen het meteen in verband brengen met de dood van de grensrechter. De eerste zaterdag na de winterstop zwermden verslaggevers over het terrein. „Waar zijn je Marokkanenteams”, vroeg een van hen aan clubsecretaris Wim Snoek toen hij zag dat in alle elftallen blanke en minder blanke spelers stonden. „Het is net Amsterdam hè”, zei Snoek.

De trainers hebben de jongens voorbeeldig opgevangen, zeggen de ouders. Voor de thuiswedstrijd tegen koploper Taba, eind november, nodigen ze de B1 uit voor een gezamenlijk ontbijt. En toen ze hadden gewonnen (4-2), kregen de jongens allemaal een patatje.

‘Door jullie is de grensrechter dood’

Na de training vrijdagavond verzamelen de jongens de ballen en de pylonen. „Vroeg naar bed morgen”, zegt Jeroen van der Wulp. „Tien uur.” „Negen uur”, zegt Ron Grevink. Keeper Kevin fietst weg met één hand aan het stuur, de andere aan zijn pijnlijke kaak.

Zondag, gisteren, twaalf uur staat de B1 van Nieuw Sloten alleen op het kunstgras. De spelers van Zeeburgia komen kwart over twaalf aanhollen. Alleen de keeper was er al. „Waar bleven jullie nou”, roept hij tegen de trainer.

Na een kwartier maakt Jaïr al 1-0 en een heleboel andere spelers scoren ook. „Bij de les”, zegt de vader van Jaïr, want dat zegt hij altijd als het team voorstaat en het (te) rustig aan doet. „Oren bigi” – Surinaams voor: houd het veld breed. Kevin verveelt zich op doel.

Als het al 10-1 staat, ontsnapt de met Mohawk-kam getooide linksbuiten van Zeeburgia aan zijn directe tegenstander. Nee, dat wordt niks, zeggen de ouders van Nieuw Sloten. Ze wijzen. De witte voetbalbroek van de aanvaller hangt modieus op zijn bilnaad. Hij schiet naast.

Langs de zijlijn winden ouders en begeleiders van Zeeburgia zich op over de scheidsrechter. Die is partijdig, zeggen ze. Ze vloeken in het Turks. De scheidsrechter loopt op ze af en zegt dat ze achter het hekwerk moeten staan. Ze blijven tieren. Als de wedstrijd in 13-1 is geëindigd, klapt een van de begeleiders cynisch: „Dank je, scheids.” Hij draagt een zwart T-shirt met in gouden letters ‘Armani’ erop. Het is de gedrongen, strenge scheidsrechter die de eerste wedstrijd van het seizoen bij Zeeburgia floot.

In de bestuurskamer tekenen de trainers het wedstrijdformulier. De man met het zwarte T-shirt komt ook binnen, zijn vrouw blijft in de deuropening staan. „Is de scheidsrechter van jullie”, vraagt hij aan secretaris Wim Snoek. Vonden de bestuurders niet dat hij partijdig was? „Ik heb de wedstrijd niet gevolgd”, zegt bestuurder Fred Henze. „Het gefluit sloeg nergens op”, zegt de boze man. „Laat maar”, zegt zijn vrouw. „Het is toch één pot nat.” Haar man roept: „Door jullie is vorig jaar een grensrechter doodgeschopt.” Iedereen in de kamer begint te loeien. „Wegwezen”, roept Grevink. „Je bent hier te gast, gedraag je dan ook als een gast.”

De trainers en bestuurders praten na in de kantine. Aan de tap staat een Zeeburgia-speler met rastaharen op een Twix en een flesje prik te wachten. Sorry, zegt hij tegen Ron Grevink. „Het is goed jongen”, zegt die en hij geeft de jongen een hand. „Fijn voetballen volgende keer weer.”

    • Bas Blokker