Van Rhijn is ook na 4-0 streng voor zichzelf

Na zijn mislukte terugspeelbal tegen Barcelona trof Ricardo van Rhijn doel tegen ADO. „Ik heb me aan mezelf geërgerd.”

Het was geen dwarrelschot, er zat geen raar of bedoeld effect aan. ADO-keeper Gino Coutinho verkeek zich gewoon verschrikkelijk op het schot dat recht op hem afkwam. Ajax op 3-0, wedstrijd gespeeld.

Van een heerlijk schot en dus catharsis, na een week waarin zijn mislukte terugspeelbal een smet was op de stunt tegen FC Barcelona, kon Ricardo van Rhijn moeilijk spreken. „Laat ik het positief bekijken: je komt in een goede positie daar. En dat het schot dan minder is, is een tweede.”

Immer de zelfkritiek, rechtsachter Van Rhijn staat er bekend om. Hij werkte zichzelf via halters in de fitnesszaal en de potjes op maandagavond met Jong Ajax op naar het eerste. Hij was al twintig en nog niet doorgebroken en trainer Frank de Boer en toenmalig technisch manager Danny Blind twijfelden aan de aanvoerder van Jong Ajax. Toch kwam het debuut, daarna een ijzersterk optreden tegen Manchester United, het vertrek van concurrent Gregory van der Wiel en de opmars tot in Oranje. Maar ook, vorig seizoen, de onvermijdelijke terugval. Die manifesteerde zich in slechte voorzetten, gebrek aan concentratie.

Van Rhijn weet het, hij weet het eerder dan wie ook wanneer het niet goed is. Na Barcelona-vedette Neymar kreeg Van Rhijn nu te maken met ADO-speler Jerson Cabral, en een slippertje bleef ditmaal uit. Het nieuwbakken middenveld van Ajax – met Daley Blind, Davy Klaassen en Thulani Serero – bleef vijf dagen na de zege op Barcelona opnieuw overeind, nu moeiteloos. „Inpakken, wegwezen”, zei Van Rhijn gistermiddag na de 4-0 uitoverwinning op ADO Den Haag.

Maar de terugspeelbal tegen Barcelona had nog dagen door zijn hoofd gespookt. Kort na rust lanceerde hij dinsdagavond Neymar, die vervolgens door Joël Veltman werd neergehaald. Penalty, rode kaart voor Veltman. „Ik heb me aan mezelf geërgerd”, zei Van Rhijn gisteren. „Iedereen ziet dit moment, die terugspeelbal. Ik heb geluk gehad dat we die 2-1 over de streep halen.”

Als het aan hem lag, had hij die rode kaart liefst zelf gekregen. Van Rhijn: „Maar zo werkt het niet. Ik heb mijn excuses aangeboden aan Joël. Streep eronder en door. Het was een flinke fout. Ik kan het wel tien of twintig keer nakijken, daar krijg ik geen beter of slechter gevoel van. En ik kan er nog een half uur over praten, daar wordt het niet beter van.”

De zelfkritiek van Van Rhijn bereikt soms een bijna masochistische strengheid, schrijft Auke Kok in zijn boek Tussen Godenzonen over het afgelopen seizoen van Ajax. De rechtsback zou de grootste afnemer zijn van de videoanalyses, die via een website door de spelers thuis bekeken kunnen worden. Ooit liet hij zich passeren door een tegenstander, wist niet hoe dat kwam en dus vroeg hij veteraan André Ooijer in de spelersbus op weg naar de Arena om raad.

De veeleisende Viktor Fischer herkent in Van Rhijn de perfectionistische prof. „Je ziet aan ons allebei meteen af of het goed is of slecht. Waar wij voor moeten waken, is dat we er niet in blijven hangen.” Ook de Deense aanvaller was gisteren doeltreffend, net als de teruggekeerde Barcelona-huurling Bojan Krkic. Geknakte jongens revancheren zich makkelijk in een Ajax dat tikt als een klok.

    • Bart Hinke