Spaghetti à la regio en stad

‘De gemeenteraad is een uitvoeringskantoor’, zo vatte historicus Jasper Loots onlangs in Binnenlands Bestuur de stand van de lokale democratische controle samen. Die verdampt namelijk in de vele samenwerkingsverbanden die gemeenten de afgelopen jaren al (moesten) smeden. Loots interviewde met journalist Piet-Hein Peeters vele lokale bestuurders en deskundigen. Hun boek heet De gemeenteraad heeft geen toekomst. Een ontnuchterende conclusie aan de vooravond van de raadsverkiezingen van maart volgend jaar.

Nu treft de democratische crisis nog de controle op bijvoorbeeld milieudiensten, GGD’s, het streekarchief, de veiligheidsregio of de afvalverbranding. Bestuurd door wethouders uit de regio. Maar gemeenteraden slagen er niet in om via de eigen wethouder op de zogeheten gemeenschappelijke regelingen greep te houden, zo bleek vrijdag in deze krant. Die ‘gr-gebieden’ werden door de vereniging van lokale rekenkamers beeldend omschreven als een ‘Bermudadriehoek waarin alle controlecapaciteit verdwijnt”.

Straks decentraliseert het kabinet voor 17 miljard extra naar de gemeenten. Op de ruwweg 20 miljard die gemeenten nu al uitgeven is dat een takenexplosie. Het gaat dan om jeugdzorg, ouderenzorg en arbeidsmarktparticipatie. In de komende jaren zal het aantal regionale diensten met wethoudersbesturen dus explosief groeien.

Overigens een tamelijk ironische ontwikkeling: de regionale openbare lichamen waren eind vorige eeuw juist opgeheven, omdat ze een vierde bestuurslaag dreigden te vormen. Samengevat met de term ‘bestuurlijke spaghetti’. Die krijgt nu dus weer een impuls. Gemeenteraden van kleinere gemeenten kunnen straks niet anders dan hun taken mét het budget elders onderbrengen. Waarna de burgers ontdekken dat ‘hun’ raad of wethouder geen politieke keuzes kan maken of verantwoording afleggen. Deze regionale bestuurders-in-deeltijd zijn vaak niet opgewassen tegen hun taak. Gemeenten die eenmaal zo’n samenwerkingsverband aangaan, kunnen er bovendien vrijwel niet meer vanaf. En zo dringt zich hét probleem van het lokale bestuur weer op: schaalgrootte.

Dat het kabinet gemeenten met minder dan zo’n 100.000 inwoners vraagt samen te gaan, is dan ook geen wonder. Er wacht een fusiegolf waardoor in 2025 het aantal gemeenten van ruim 400 naar 100 à 150 zal zijn gekrompen. Tel daarbij de metropoolvorming in de Randstad en ook ‘Brabantstad’, de ontvolking in de grensregio’s en de consolidatie op de stedelijke gebieden. Dan voltrekt zich een stille revolutie waarop de bestuurlijke structuur moet worden aangepast. In de tussentijd hebben we alerte raden en actieve wethouders nodig die van hun regionale spagaat het beste maken.