Schütz-psalmen eindigen in stralende slotakkoorden

De muziek van Heinrich Schütz lijkt zo veel overzichtelijker dan het complexe weefsel van zijn jongere landgenoot Bach. Maar schijn bedriegt, want in de Psalmen Davids (1619) verdeelt Schütz de relatief eenvoudige noten over diverse groepen, voor eindeloze combinaties, daarbij geïnspireerd door de dubbelkorige traditie van Venetië. Maar dirigent Philippe Herreweghe bracht zondag nauwelijks een fysieke afstand aan tussen zijn troepen: Collegium Vocale Gent en het instrumentale Concerto Palatino vormden juist een hecht ensemble, waarbinnen de muzikale frasen constant werden rond gekaatst.

Dat sopraan Hana Blaziková zich kort tevoren ziek meldde en beurtelings werd vervangen door koorzangers en zelfs een viool, hinderde het eindeloze vraag-en-antwoordspel nauwelijks. De overwegend hoopvolle muziek, vol milde dissonanten maar zonder diepe afgronden, werd door Herreweghe van vloeiende spanning voorzien. De psalmen eindigden steevast in stralende slotakkoorden. Hoe cruciaal Herreweghes aandeel was, bleek uit de inzet van Concerto Palatino. Subtiel indringend klonken trombones in de psalm Die mit Tränen säen. Prachtig was in Ist nicht Ephraim het contrast tussen countertenor met drie trombones versus bas met drie cornetti.

Floris Don