Merkel heeft geen regering voor de toekomst opgezet

De nieuwe coalitiegenoten van Duitsland, CDU/CSU en SPD, zijn er vooral voor de oudere kiezers, schrijft Johannes Leithäuser.

Coalitiekabinetten zijn routine in Duitsland. Maar de weg die heeft geleid naar de jongste alliantie van christen-democraten en sociaal-democraten is geplaveid met superlatieven: de langste onderhandelingen, het hoogste aantal deelnemers, het dikste regereerakkoord – en het armzaligste resultaat. De kop boven het akkoord dat ten grondslag ligt aan de grote coalitie – Deutschlands Zukunft gestalten (vorm geven aan de toekomst van Duitsland) – zegt alles over het gebrek aan inspiratie. Het is louter een slogan, en ook nog eens een misleidende: de overeenkomst die vorige week werd gesloten tussen bondskanselier Angela Merkel en haar coalitiepartner, de SPD, gaat eerder over het verleden.

Kijk eens wat verder dan de in het oog springende voorstellen voor een minimumloon en tolwegen voor buitenlanders, en het is duidelijk dat de enige echte winnaars die uit het 185 pagina’s tellende document naar voren komen de ouderen zijn. Enkele voorbeelden: oudere werknemers zullen op hun 63ste mogen stoppen met werken, als ze 45 jaar lang hun AOW-premie hebben betaald. Oudere moeders zullen voor ieder kind meer pensioenrechten krijgen.

Het is makkelijk te begrijpen waarom dit is gebeurd. Uit cijfers van het Duitse demografische instituut blijkt dat de bevolking van Duitsland de hoogste gemiddelde leeftijd heeft van de EU-lidstaten. Dan is het geen verrassing dat de politieke partijen bereidwillig de verschuivende meerderheden in de leeftijdsopbouw van de samenleving volgen. Beide grote partijen zijn ouderenpartijen geworden. Het is deze leeftijdscategorie waar zij hun meeste kiezers vinden – en ook nog eens de betrouwbaarste. Dit is de krachtigste politieke boodschap die de nieuwe coalitie afgeeft, zij het onopzettelijk. Als deze boodschap aanslaat – dat de ouderen hebben gewonnen – zal Duitsland het vertrouwen verliezen van een jonge, goed opgeleide generatie.

Ja, er zijn ook wat maatregelen bekend gemaakt die zich richten op jongere Duitsers. Er zullen bijvoorbeeld meer investeringen worden gedaan in de kinderopvang voor jonge kinderen – om de mogelijkheid voor hun ouders (in feite vooral moeders) te vergroten om sneller weer aan het werk te gaan. Maar dit werd slechts ten dele gemotiveerd door de wens om jonge stellen tot het stichten van een gezin te bewegen.

In werkelijkheid gaat het eerder om de vervulling van de belofte van de SPD om de zelfbeschikking van vrouwen te bevorderen, en ook over het uitbreiden van de beroepsbevolking op een moment dat het aantal met pensioen gaande, ervaren werknemers het aantal goed opgeleide afgestudeerden dat de arbeidsmarkt betreedt zal overtreffen. Andere voorstellen, direct gericht op het verlagen van de kosten voor onderwijs voor gezinnen, maakten deel uit van het verkiezingsprogramma van de CDU, maar verdwenen tijdens de coalitieonderhandelingen al snel in een la. Merkel en haar onderhandelingsteam slaagden er niet in er niet in de beloofde verhoging van de kinderbijslag en belastingvoordelen voor gezinnen uit het vuur te slepen. Ze waren bang dat dit het grotere politieke doel van het voorkomen van belastingverhoging in gevaar zou brengen. De makkelijkste manier voor de conservatieven om de wens te frustreren van hun nieuwe sociaal-democratische partners – meer uitgeven aan onderwijs, infrastructuur en sociale voorzieningen – was het opgeven van de eigen wensen.

Deze soberheid had voor Merkel nog een belangrijk voordeel. Nu kan ze op geloofwaardige wijze vasthouden aan het bezuinigingsbeleid dat Duitsland aan de rest van Europa – en vooral aan de noodlijdende lidstaten van de eurozone – heeft opgelegd. De gevolgen van het onderhandelingsproces over de vorming van een nieuwe Duitse regering hebben Merkels aanpak van de eurocrisis versterkt. Het is niet langer louter de strategie die door haar eigen partij werd nagestreefd; het is nu de strategie geworden die is neergelegd in een akkoord met de SPD.

Het afzien van belastingverhogingen of een verhoging van de staatsschuld was makkelijk te verwezenlijken. Beide partijen kwamen overeen in plaats daarvan het budget voor de AOW-uitkeringen te plunderen. Het had voor de hand gelegen als de hoge AOW-premies die Duitse werknemers moeten betalen iets omlaag zouden gaan, omdat het huidige hoge werkgelegenheidsniveau meer inkomsten genereert dan strikt genomen noodzakelijk is om de uitkeringen te bekostigen. De premiebetalers zien deze korting, die nuttig hadden kunnen zijn voor het bevorderen van de consumentenbestedingen, nu aan hun neus voorbij gaan.

Werkgevers en economische denktanks hebben ontstemd gereageerd op de weg die de nieuwe coalitie wil inslaan. De bondskanselier antwoordde kortaf. De uitslag van de verkiezingen in september, waarin de CDU net niet de absolute meerderheid haalde, had – op papier althans – kunnen leiden tot een andere coalitie met een beleid dat veel schadelijker was geweest voor de Duitse economische belangen.

Uit peilingen blijkt dat de aanvankelijke steun voor de grote coalitie ineen is geschrompeld. Tegelijk blijkt dat de Duitsers nog steeds sociale stabiliteit verkiezen boven economische vrijheid. Dit is de basis waarop de nieuwe regering rust. Het is een coalitie die haar werk doet voor de huidige en niet voor toekomstige generaties. Maar uiteindelijk staat de toekomst van alle Duitsers op het spel.