In Moskou werd geweend om Mahler

Het Concertgebouworkest vierde dit jaar zijn 125-jarig jubileum met een enorme tournee langs 35 steden over alle continenten. Vandaag reist het orkest weer naar huis, na de laatste concertreis van vier weken non-stop. Een terugblik.

In het vliegtuig naar Sao Paulo, in juni, gaven leden van het Concertgebouworkest een mini-concert op 10 km hoogte. Foto anne dokter

Koala’s zijn geknuffeld, het strand bezocht, wie duikt, heeft gedoken, wie golft gegolft. En ja, zoals door iedereen al werd verwacht werd chef-dirigent Mariss Jansons (70) met zijn broze gestel even ziek, maar niet heel erg. In Japan en Australië was hij weer beter – tot de dramatische slotavond gisteren. „Maar van het land heb ik tot nu toe niet veel meegekregen”, zegt hij op het vliegveld van Brisbane. „De jetlag, ik kan daar heel slecht tegen. Ik heb tot nu toe vooral geslapen.” Jansons, hartpatiënt, houdt zijn bestaan buiten zijn twee vaste orkesten bewust rustig. Niet te veel gastdirecties, strikt dieet. Orkestdirecteur Jan Raes: „We hadden nog een uitje naar de dierentuin van Sydney gepland. Even de krokodillen bekijken; wat buitenlucht is ook goed. Maar toen raakte Jansons verkouden van de airco en ging ook dat niet door.”

Een concertreis van bijna een maand, dat was in de geschiedenis van het Concertgebouworkest al heel lang niet voorgekomen. Een enkele orkestmusicus heeft het nog meegemaakt; de zes weken lange tournee door Amerika in 1971, langs kleinere universiteitssteden vaak, en daarna door naar Mexico. In die tijd waren langere tournees nog vrij gebruikelijk. Maar voor de meeste KCO-musici zijn het verhalen. Het orkest werd internationaler, de prijs om het orkest in te huren hoger en de tournees gaan nu alleen nog langs belangrijke grote steden.

De wereldtournee van 2013 is de grootste concertreis ooit en door de opzet langs alle continenten een unicum onder alle orkesten ter wereld. „Vroeger hadden de collega’s dat echt niet zien zitten, zo’n reis naar China, Japan en Australië”, zegt violist Herre Halbertsma. Maar van de 130 musici die meereizen, is een ruim merendeel jonger dan 45. En dus is er nu wel animo voor („Kom op, wanneer kom je hier nou?”). Maar alsnog erkent iedereen dat het zwaar is. Láng. „Pas de laatste dagen durven we te gaan aftellen”, zegt violiste Janke Tamminga.

„Je mist je eigen omgeving”, zegt altvioliste Edith van Moergestel. „Maar de opbouw is slim. Het comfort neemt toe, met zomers Australië als finale. En dat is natuurlijk ook gewoon heel erg leuk.” Altvioliste Eva Smit: „Iedereen is heel uitgelaten, we lijken wel een jeugdorkest.” Solofagottist Ronald Karten: „Muzikaal is het orkest in bloedvorm. Zoals we net inzetten… Na twee maten weet je: dit concert kan niet meer stuk.”

Het idee voor een tournee over de hele wereld ontstond zo’n vijf jaar geleden. Wie jarig is, viert feest. En wil een 125-jarig orkest zijn internationale naam en faam straks ook bij het 150-jarig bestaan nog behouden, dan moet het zijn reputatie schragen in de belangrijkste muzikale wereldcentra. Bijkomende voordelen: de eveneens internationaal opererende hoofdsponsoren (ING en Unilever) kunnen rondom de concerten ontvangsten organiseren, net als ambassades en consulaten. De tour trok ook een flink aantal nieuwe projectsponsoren, zoals KLM, Aegon en Heineken. En de musici – veertig nieuwkomers in de afgelopen vijf jaar – spelen en leven een tijdlang zo intensief samen in ongewone omstandigheden dat ook de klankcultuur op tournee dubbelzijdig verbetert en verdiept, zeggen ze zelf.

„Zeker kan ik zeggen: de wereldtournee was een succes”, zegt algemeen directeur Jan Raes. „Uit de routine breken is belangrijk, maar het ging ons ook om het bereiken van nieuw publiek. Dat is gelukt. In Rusland werd geweend om de Tweede symfonie van Mahler, overigens ook door Jansons en mijzelf. En we zijn overal teruggevraagd.”

Het is verstandig het tourneebeleid in deze voor Europa lastige tijd af te stemmen op groeimarkten, vindt Raes. „Neem Australië: dit land is zo lang afgesloten geweest, dat er een enorme honger is naar kwaliteit. Zuid-Amerika, Japan: idem dito. Ik hoop alleen vurig dat de Nederlandse regering ook inziet dat wij belangrijke ambassadeurs zijn.”

In Amsterdam hoorde het publiek ondanks de World Tour overigens hetzelfde aantal concerten als normaal, wanneer je het huidig en vorig seizoen samen neemt. Raes: „Natuurlijk moeten we thuis óók de hand uitsteken naar nieuwkomers. We gaan vanaf volgend seizoen meer familieconcerten doen en er komt een nieuwe serie voor instappers op de zaterdagavond. Met een groot meesterwerk, een presentator en een debuterend solist.”

De wereldtournee was een logistieke en financiële operatie van ongekende complexiteit. 35 steden, 7 etappes, ruim zestig hotelovernachtingen, 51 concerten. „En dat allemaal met 130 mensen, met alle bijbehorende griepjes, nieuwe liefdes, ruzies, gebroken enkels en wat al niet”, lacht tourmanager Manon Wagenmakers.

„Grootste problemen onderweg?” Directeur Raes aarzelt niet . „Afrika was spannend. Daar wilden ze onze instrumenten vervoeren in een gammele truck met zeildoek erover. Dat moet je dan snel oplossen.”

Maar juist die reis noemen veel musici ook een hoogtepunt. Spelen voor de kinderen in Soweto, en daarna zelf door hen worden toegezongen.

In Australië zijn de zalen goeddeels uitverkocht. Alleen Perth valt tegen. Maar voor het orkest heeft dat geen consequenties. Zalen huren het orkest in tegen een rekbare lumpsum, waarmee het orkest de kosten (vluchten, hotels, dirigent en solisten, dokter, zakgeld voor de musici) afdekt zonder mee te delen in het risico. Uiteindelijk blijft er weinig over.

Voor musici met jonge kinderen was de lengte van deze slotreis lastig. Sommigen bleven op eigen verzoek thuis. Assistent concertmeester Tjeerd Top reist wel mee. Zijn vrouw Ursula Schoch, óók violiste in het orkest, bleef thuis met hun zoontje. „Hij zei net op Skype: ‘Pappa, kom je morgen even naar me toe?’ Dat is zo’n moment…. dan wil je het liefst weg.”

Ook violiste Annebeth Webb barst tijdens een repetitie in Melbourne in huilen uit omdat een maand zonder haar vier jonge kinderen haar teveel wordt. „Maar we kiezen hier zelf voor”, zegt ze later. „Ik of mijn man (orkestklarinettist Hein Wiedijk) hadden ook níet kunnen gaan. Maar dan was de consequentie dat we de periode hierna meer hadden moeten werken, en dat we niet met zijn allen op vakantie zouden kunnen. En zo’n reis is ook leuk om samen mee te maken.”

En meestal is er voor heimwee ook bar weinig gelegenheid. De slotreis is met 27 dagen, 17 concerten en drie werelddelen strak gepland en vol.

Het aantal vanuit het orkest georganiseerde activiteiten voor de musici buiten de concerten is tijdens deze laatste reis wel bewust beperkt, zegt pr-manager Anne Christin Erbe. Een enkele masterclass, twee ambassadeconcertjes én een voetbalwedstrijd tegen de collega’s musici van het orkest in Melbourne (eindstand: 0-0)De zon blakert, musici zien wit van de zonnebrand. „Hup, samenspelen! Net als op het podium.” „Oh, pas nou op je rug!”

De bal scheert langs hoornist Laurens Woudenberg, wiens solo in Tsjaikovski’s Vijfde een toehoorder net nog deed huppelen van enthousiasme. „Dat vibrato, wow! Zo hoorde ik het nooit: Australiërs spelen strakker.”

’s Avonds bij de bar worden de laatste verhalen uitgewisseld over de bezoekjes aan tropische wouden, stranden en zwemtrainingen. Maar vrije tijd blijft een ambivalente luxe, vinden de meesten. Hoorniste Sharon St. Onge: „Zelfs als mensen vrij zijn gaan ze ’s avonds vaak mee naar de zaal om even te studeren.”

    • Mischa Spel