Helmond confronteert op tentoonstelling zijn industrieel verleden met kunstwerken

Martin Parr,Carnaval in Helmond

„China here we come”, roept een kattebelletje op het prikbord in textielfabriek J.A. Raymakers. Het hoort niet bij de tentoonstelling Kanaalwerken een verdieping hoger, maar zegt er indirect veel over. Kanaalwerken gaat over de opbloei van de Helmondse textielindustrie waarvan nog maar weinig over is, waaronder Raymakers. Decennia lang werden bont, garens en stoffen vervoerd over het industriekanaal dat de twee expositielocaties verbindt – Raymakers en de Boscotondohal van Gemeentemuseum Helmond, de organisator. Er is een historische expositie zowel als hedendaagse kunst. Daarin keren die bedrijven terug. Van stoffenbedrijf Vlisco, groot op de Afrikaanse markt, hangen mooie dessins met portretten van Nelson Mandela. En bij Raymakers exposeert Karin van Dam een installatie van reuzenlampionnen – inderdaad Chinees. In Helmond kijken de overlevers inmiddels ver voorbij de dorpsgrenzen.

Een lange en rijke geschiedenis betekent dat de vierentwintig exposanten veel hebben om op aan te haken – arbeid, industrie, textiel, Brabant, verstedelijking. Te veel. Het meest overzichtelijk zijn de zelfgebouwde machines. Zoro Feigl maakte een perpetuum mobile van een soort rupsbanden die nutteloos doorzoeven en uit een scheepsvormige installatie van Paul Segers spettert soms olie – oppassen geblazen.

Maar er is meer. Aangrenzend tref je een complete kapel, met aluminiumfolie en gekte nagemaakt door Niels Broszat. Immers: Helmond ligt in het katholieke Brabant en dat zie je ook in het historische gedeelte van de expositie, waar arbeidersesthetiek ondergeschikt is aan het katholicisme. Het opvallendst zijn de kerkelijk uitziende vakbondskazuifels, waar weinig socialistisch aan is.

Die beeldtaal veranderde na 1945, toen Cas Oorthuys de industrie kwam fotograferen. Arbeiders en hun werkplekken begonnen in beeld te komen, waar de hedendaagse exposanten op aanhaken. Al is dat niet zozeer fier als wel vergane glorie. Tjebbe Beekman schilderde troosteloze kantoren en Nicolas Dhervillers fotografeerde overwoekerde fabrieksterreinen.

Daarmee is Kanaalwerken een historische aanloop naar de huidige nostalgie naar erfgoed. Maar veel tijd voor treurnis is er niet want ook hier doet het carnaval de katholieke veelkleurigheid opbloeien. Martin Parr volgde met zijn camera prins carnaval door de supermarkt en bij snackbar Kees Kroket waar hij een snelle hap uit de muur trekt. In die simpele foto’s zie je werelden samenkomen, tradities, feest, hedonisme, het alledaagse.

Dat zijn hoogtepunten. Maar die verzanden in de wijdlopigheid van de expositie. Alle bijdragen hebben relevantie, maar zijn onderling zo verschillend dat een verhaal uitblijft. Ergens in die chaos zit een mooie tentoonstelling verstopt, misschien wel twee.

    • Sandra Smets