Hang de vlag uit, het Concertgebouworkest is weer thuis

Het beste orkest van de wereld, wat is dat? Vraag het één van de musici van het Concertgebouworkest en je oogst waarschijnlijk een ongemakkelijke lachje. Het KCO werd in 2007 als ‘nummer 1’ gekroond door het muziektijdschrift Gramophone. Die status heeft het orkest geen windeieren gelegd. De wereldtournee werd er zeker door geholpen. Het beste orkest, welke zaaldirecteur wil dat niet aanbieden?

Klassieke muziek is topsport. Zoals het Nederlands elftal niet overleeft met Nederlandse spelers, zo ook is het Concertgebouworkest een poule van internationaal talent. En toch herken je meteen de in het Concertgebouw geslepen klank. Die te horen in Brisbane of Beijing, dáár in een volle zaal joelende liefhebbers te staan, is leuk-vervreemdend. Alsof je in den vreemde moeders stoofpot ruikt. Maar beter dan de Wiener of Berliner (die grappig genoeg ook veel duurder zijn)? Onzin. Het is maar wat je lekker vindt.

Het is mogelijk de wereldtournee van het Concertgebouworkest kritisch te bezien. Al dat reizen, moet dat? Musici zwaar belasten en status breed uitventen in een tijd dat orkesten hier (en elders) het allesbehalve makkelijk hebben?

Ja, dat moet. Sterker; de World Tour van het Concertgebouworkest is een zeer strategische zet. Het orkest genereert nog steeds de helft van zijn begroting uit private financiering – naar verluidt een Europees record. Maar wat als bedrijven klassiek ooit niet meer zo warm omarmen? Als relaties blijer blijken bij Armin van Buuren? Is dat een schrikbeeld, of een reëel visioen?

Westerse kunstmuziek wordt – O Mensch, bewein – in het Oosten meer gewaardeerd dan ‘thuis’. Een orkest dat wil overleven, reist dus óók naar steden waar waardering én geld zijn; Abu Dhabi of Tokyo. Dat is niet hoogmoedig, maar hoognodig. Je kunt slechts hopen dat het KCO naast dat reizen (en misschien zelfs mede daardoor) ook thuis op waarde wordt geschat. Educatie? Mag beter (en wordt dat langzaam ook). Programmering? Mag wat mij betreft best minder ‘canon-centrisch’. Maar de essentie is dat het Concertgebouworkest anno 201 3 een bloeiend ensemble is van 130 geweldige musici. Die zes keer een zaal vol Australiërs imponeerden met extreem vrije uitvoeringen van Tsjaikovski’s Vijfde en (Ein Heldenleben ) een fijnmazigheid die je nergens anders vindt.

Hangt iemand dus morgen de vlag uit omdat het KCO terug is, zoals bij het Nederlands elftal zou gebeuren? Overdrijven is een kunst. Maar een beetje trotser op ons eigen nr. 1 -orkest mag best. Hoe on-Nederlands chauvinisme ook is.

En, oké, hoe on-Nederlands het orkest zelf ook is.

Mischa Spel is muziekredacteur