Efficiënte maar afstandelijke versie van het smartelijke Love Story-verhaal

Foto Roy Beusker

Sentimenteel? Ja, natuurlijk. Love Story is de musicalversie van de smartelijke roman van Erich Segal en de dito verfilming met Ali MacGraw en Ryan O’Neal uit 1970. Kortom: tranen met tuiten gegarandeerd. Maar de Nederlandse versie die dit weekend in première ging, biedt ook vaart en humor. Het is duidelijk dat Paul Eenens’ regie alles op alles zet om tegen de zoetsappigheid en het sentiment in te spelen. Al valt er uiteindelijk toch niets aan te doen: de dood bepaalt de mineurtoon van het slot.

Zo gaat het in dit schetsmatige verhaaltje over een halsoverkop-romance, die kort na de huwelijksvoltrekking eindigt als de jonge vrouw aan leukemie overlijdt. En dus ook in de musicalbewerking van Stephen Clark (tekst) en Howard Goodall (muziek). De originele versie stond slechts enkele maanden in Londen – geen teken van groot succes.

Love Story wordt hier gespeeld in een wendbare vertaling van Jan Rot, maar schept ook extra afstand door de vele verwijzingen naar het Amerikaanse origineel die voor een Nederlands publiek minder herkenbaar zijn: de mores aan Harvard (waar men in de bibliotheek trouwens een exemplaar van Herfsttij der Middeleeuwen blijkt te kunnen vinden) en het klassenonderscheid inclusief het verschil tussen protestant en katholiek. Zelfs de topografische verwijzingen roepen bij ons geen beelden op.

Eenens heeft de voorstelling gesitueerd tegen de achtergrond van een metershoog staketsel, dat voortdurend nieuwe decorfuncties kan vervullen. En mede daardoor weet hij hogeschoolstaaltjes van enscenering te vertonen, waarbij de acteurs vaak even beweeglijk zijn als de decorpanelen. Zo efficiënt, zo kernachtig en met zo weinig omhaal kan een musical dus worden gespeeld. Met als bijkomend resultaat dat de leukemie volledig uit de lucht komt vallen – er is niet op gepreludeerd.

De grote ster van deze Love Story is de nog bijna onbekende Celinde Schoenmaker, wier grilligheid een groot talent voor naturel vertoont. En ze kan stralend zingen. Haar tegenspeler Freek Bartels oogt iets minder vanzelfsprekend, maar weet wel aannemelijk te maken dat hij tot over zijn oren verliefd op haar is. Verder vallen ook Dick Cohen en Ad Knippels op, die met weinig tekst genuanceerde vaderrollen vertolken, van comedy tot droefenis.

Goodalls muziek is wel elegant, maar ook repetitief. Hoewel zijn dansante wijsjes met alle vereiste finesse worden gespeeld door een strijkerstrio met toetsenist, krijgen ze op den duur iets eentonigs. Het muzikale thema uit de film duikt ook nog even op: als proefstukje voor het recital dat de hoofdrolspeelster als muziekstudente moet verzorgen. Het klinkt meteen weer vertrouwd.

Henk van Gelder

    • Henk van Gelder