Cocu

Een koelkast is een betrouwbaar ding waar je je doorgaans niet om hoeft te bekommeren. Hij staat met zijn rug tegen de muur en heeft een heldere functie: de zaak koel houden.

Als je je oor tegen de deur drukt, hoor je een koelkast brommen. Van binnen klinkt gemopper. Het valt niet mee om een koelkast te zijn; altijd alles binnen op de juiste temperatuur houden.

Phillip Cocu oogt als trainer van PSV rustig. Cocu lijkt altijd heel erg op Cocu. Op Cocu van een dag, een jaar of een decennium eerder. Niets van buiten lijkt invloed te hebben. Daarmee heeft Cocu de trekken van een ding. Alleen als verslaggevers de microfoon heel dichtbij houden, kun je het innerlijk van de trainer horen rommelen.

Waarmee niet gezegd is dat Cocu een koelkast is.

Tijdens Feyenoord-PSV keek ik naar Cocu. Serieuze blik, de ogen opengesperd. Gedachteloos veegde hij met zijn middelvinger plukken haar van zijn voorhoofd, zoals een puber zijn ongekamde gordijntjes opzij duwt om zicht te houden op de complexe wereld.

Afgelopen week stond de koelkastdeur onverwacht op een kier. De kou stroomde naar buiten. Cocu stond op het trainingsveld en was boos. Een kringetje PSV-spelers kreeg ervan langs: „Godverdomme, het moet uit jezelf komen!”

De blokjes ijs tuimelden van boven uit het vriesvak. Op een lagere verdieping verstijfde de piccalilly in het potje.

Was dit die doorgaans zo kalme Cocu?

Ik dacht aan Dennis Bergkamp. Cocu en Bergkamp zijn al lang vrienden. Prachtige voetballers die verbleken zodra ze buiten het veld staan. De tong het liefst in de slaapstand. Ik zag ze samen in een auto zitten. Zonder iets te zeggen lekker luisteren naar het zoemen van de airconditioning en elkaar ondertussen heel goed begrijpen.

Na het verloren duel tegen Feyenoord begon Cocu over de scheidsrechter. Cocu zei zich in te houden om een schorsing te voorkomen. De koelkast zat potdicht. Maar een klap tegen een ding helpt soms. Er lekte alsnog kou tussen het rubber van de deur: „Die penalty was een eersteklas lachertje.”

Na afloop liep Cocu in zijn eentje door de tunnel van de Kuip. Ik ken de muren van die tunnel. Ze zijn door een schilder voorzien van nepmarmer. Trompe l’oeuil, zo heet die verftechniek. Iets lijkt diepte te hebben, maar als je dichtbij komt is het zo plat als een dubbeltje.

Cocu liep door een tunnel van schijnallure, alleen op weg naar de kleedkamer. Op het gezicht stond gezichtsbedrog. Cocu was Cocu, zoals alleen Cocu kan zijn. Zijn neus stond als altijd in de vrolijke stand. Om medelijden van te krijgen..

Hoe lang is het al geleden dat Cocu in het openbaar eersteklas heeft geschaterd?

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.