Alles begint met deze kruidenmix

Sinterklaas begon bij ons thuis in oktober. Nog weken voordat de Sint officieel ons land aandeed, maakte mijn moeder alvast amandelspijs. Het recept was eenvoudig: amandelen ontvliezen, fijnmalen met een gelijke hoeveelheid suiker,eidooier en geraspte citroenschil erdoor. Daarna mocht de spijs rijpen. Een week of vijf, zes stond het in weckpotten in de koelkast, totdat het op 5 december perfect op smaak was voor mijn moeders legendarische gevulde speculaas.

Dat ontvliezen van de amandelen was mijn afdeling. Eerst kookte je ze heel kort op. Daarvan zwollen de bruine vliesjes en lieten het blanke vruchtvlees los, ongeveer zoals de huid van een Pekingeend opzwelt en loslaat wanneer je er met een fietspomp lucht tussen blaast. Ik herinner me nog precies de wat weeë geur van die gekookte amandelen. En het glibberige gevoel dat het gaf wanneer je ze tussen je duim en je wijsvinger nam. Als je kneep floepten de nootjes er zo uit.

Wat ik me ook herinner is dat ik die zes weken tot Sinterklaas erg lang vond duren, dat ik af en toe stiekem een hap uit de amandelspijspot nam en dat ik er verrekte handig in werd het oppervlak zodanig te boetseren dat het net leek of er niets was gebeurd. Heerlijk, zo’n mond vol spijs. Misschien nog wel lekkerder dan de gevulde speculaas waarvoor hij bestemd was.

Hoewel, die is óók het proberen waard. Het recept is te vinden op mijn blog www.etenenzo.nl.

Hier in de krant geen recept voor speculaas maar voor een conditio sine qua non op dit gebied: speculaaskruiden. Ik grijp al sinds begin november mis bij de supermarkt, de biowinkel, de kruidenier, nergens lijken meer speculaaskruiden te koop. Hoogst irritant als je net je zinnen hebt gezet op het bakken van een wagonlading kruidnootjes. Of dikke speculaasbrokken. Of speculaasbrownies (zie bijvoorbeeld dit recept: www.rozemarijnkokenenfoto.nl/speculaasbrownies/).

Wat je ook wilt gaan maken, het begint allemaal met deze kruidenmix. Meng alle specerijen door elkaar. Bewaar de speculaaskruiden in een goed afgesloten potje op een donkere plek.

    • Janneke Vreugdenhil