Helper Sint kwam uit Turkije

Op de oudst bekende tekeningen van Zwarte Piet (uit 1850, hij heette toen nog niet zo) is hij nog geen ‘neger’ maar een ‘Turk’. De afbeeldingen van Sinterklaas en zijn knecht tonen een helper uit het Midden-Oosten. Zwarte Piet is voor het eerst te zien in het boekje Sint Nikolaas en zijn knecht van de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman. Op de prenten in dat boek is de naamloze knecht zwart.

Opvallend is dat hij nog niet zijn kleurrijke pakje draagt, maar een wijde broek en reversloos jasje. Dat gold destijds als typische kleding van ‘Turken’, zoals mensen uit het Midden-Oosten toen genoemd werden.

Vorig jaar opperde musicoloog Henk van Benthem dat de knecht van Schenkman was afgeleid van de Saracenen uit de roman Ivanhoe (1819). Maar het is waarschijnlijker dat Piet begon als mameluk of zoeaaf. Dat waren (verschillende) soldaten uit de negentiende-eeuwse Arabische wereld. Toen zoeaven in 1860 ook als beschermers van de paus gingen optreden, droegen zij een broek en jasje in grijs met rode bies. Precies die kleuren draagt de knecht bij Schenkman.

Een tweede vondst is dat een belangrijke bron in de Sinterklaasdiscussie kwijt is. Uit advertenties blijkt dat in 1842 het boekje St. Nicolaas Almanak voor brave kinderen is verschenen, met plaatjes van een intocht en een ‘Sint Nicolaas-Kantoor’. Het boekje zelf, van G.J. d’Ancona, is in geen enkel archief gevonden.