Willem III: bruut, tactloos en vaderfiguur

Wie hoopte dat de verhalen over Willem III verzinsels waren: helaas, de waarheid is vaak nog navranter. Hij was een man die worstelde met de rol die hem was opgedrongen.

Bij de begrafenis van Willem III lieten de dragers de loodzware lijkkist met een klap uit hun handen vallen. Het was de laatste keer dat de vorst zijn directe omgeving de stuipen op het lijf joeg. Even later omschreef hofpredikant Van Koetsveld in de volle Nieuwe Kerk te Delft het karaker van de ontslapene als ‘opbruisend en hartstochtelijk’, en stelde vast dat hij ‘als mensch vaak het zelfbedwang miste’.

Over Willem III gingen bij leven enorm veel geruchten. Over zijn woede-uitbarstingen, drankgebruik, geldverspilling, wreedheid, naaktloperij, buitenechtelijke verhoudingen en vlagen van totale gekte. Het leverde hem de bijnaam Koning Gorilla op.

In Dik van der Meulens biografie van Willem III wordt de beestachtige anekdotiek over deze vorst tegen het licht gehouden. Wie had gehoopt dat de verhalen na jaren minutieus onderzoek kwaadaardige fabeltjes blijken, zal worden teleurgesteld. Het zijn soms wel degelijk verzinsels, maar de waarheid is vaak nog navranter.

Veel komt samen in het hopeloze huwelijk met Sophie van Wurtemberg. We weten daar al wat van sinds Hella Haasse Sophies brieven uitgaf en inmiddels ook een deel van haar memoires is verschenen. „Ik praat niet graag over de gewelddadigheden van mijn man”, schreef ze daarin. Toch hebben we veel aan haar mededeelzaamheid te danken. Al na vier jaar huwelijk stuurt ze een noodkreet uit naar haar schoonvader. Ze werd door haar man bedreigd, mishandeld en gedwongen tot „schandalige handelingen die de zeden en de waardigheid kwetsen van iedere vrouw”.

Van der Meulen citeert rijkelijk uit de geschriften van Sophie. Ze zijn een dankbare bron, want ze kon goed schrijven. Maar Sophie wordt ook heel nadrukkelijk neergezet als een hysterisch aangelegde en boosaardige dame, die „niet de geringste moeite [heeft] gedaan om nader tot haar man te komen”. Dat Sophie door haar geschriften bij latere generaties veel sympathie geniet, zou volgens de biograaf komen doordat „Willems weerwoord ontbreekt”.

Je kunt ook te veel relativeren. Bevestiging van Willems brute optreden komt uit talloze bronnen. Zo tonen de onuitgegeven memoires van Eduard de Casembroot, de gouverneur van Willems oudste zoon Wiwill, de tactloosheid van de koning tegenover zijn kinderen. In bijzijn van zijn oudste zoon, tien jaar oud, zei hij over diens moeder: „Ik zou het hoofd van die vrouw graag op het schavot zien rollen.” Toen de gouverneur subtiel liet merken dat de opmerking wat ongepast was, gooide Willem er nog een schep bovenop. Tussen vader en zoon kwam het niet meer goed.

Uit de archieven rijst het beeld op van een man die worstelde met de rol die hem was opgedrongen, die van constitutioneel vorst, hinderlijk gebonden aan de grondwet van 1848, waar hij graag een echt regerend vorst had willen zijn, zoals zijn vader en grootvader. Willem kon slechts met grote moeite worden overgehaald om de troon te aanvaarden. Toen hij daar zat, probeerde hij zijn macht alsnog zo groot mogelijk te maken.

Willem kreeg aanvankelijk tegenspel van minister Thorbecke, die goed begreep dat het zaak was om de politieke omwenteling van 1848 zo snel mogelijk in wetten te verankeren. Willem III deed alles om de liberaal in te tomen, als het moest met grievende opmerkingen, maar hij was niet tegen hem opgewassen. Wie bij de koning iets wilde bereiken moest hem op een behendige manier tegenspreken. De koning ontstak snel in woede, werd onvatbaar voor argumenten, maar de ministers die met hem werkten, wisten dat de woede snel weer kon verdwijnen, en dat er dan opvallend makkelijk zaken gedaan konden worden.

Van der Meulens biografie is vooral waardevol vanwege deze inkijkjes in het rommelige en onvoorspelbaar functionerende politieke bedrijf in een snel moderniserend Nederland. Willem groeide ondertussen langzaam in zijn rol van hoeder van de natie. Door zijn vaderlijke optreden bij een aantal watersnoodrampen werd hij bij het gewone volk zelfs zeer populair. De pers pakte er breed mee uit.

De paleisschandaaltjes werden aan de buitenlandse bladen overgelaten. Tot de koning in 1878 – Sophie was nog maar net bijgezet – wilde trouwen met Emilie Ambre, een Frans-Algerijnse diva met losbandige reputatie. Deze escapade van Willem werd staatszaak. In de binnenkamers werden alle zeilen bijgezet. Gecontroleerde paniek, die pas eindigde met de plotselinge aftocht van de diva naar Parijs. Een paar maanden later maakte Emma haar entree en begon een nieuw hoofdstuk Oranje-euforie. De paniek zou daarna, tot in onze dagen, op gezette tijden blijven terugkeren.