Willem II: intelligent, chantabel en in de knel

Hoe kwam het dat Willem II ‘opeens’ liberaal werd? Er is een sensationeel verband tussen de grondwetswijziging van 1848 en chantage om zijn homoseksualiteit.

Het leven van Koning Willem II: wat een avonturen! Opgroeien in ballingschap, vechten tegen Napoleon, in Portugal en Spanje, de verloren strijd om de hand van de Engelse prinses Charlotte, Slag bij Waterloo, Belgische Opstand (1830), troonintriges, hoog oplaaiende haat/liefde verhouding met vader Willem I met alle staatsrechtelijke en publieke complicaties van dien, een grillig, romantisch karakter, in den brede uitgevierde seksuele meerduidigheid en daardoor voortdurend chantabel, politiek liberaler dan de omstandigheden toelaten, als koning in 1840 opgezadeld met een bijna failliet Nederland maar ook zelf een gat in zijn hand, revolutiejaar 1848. Een groots en meeslepend leven, verrukkelijk materiaal voor een biograaf. Dat wil zeggen: voor een moderne biograaf.

Voor een 19e-eeuwse biograaf als J. Bosscha was het iets minder eenvoudig. Dat hij in zijn Het leven van Willem den Tweede (1873) relatief openhartig is mag wel een kunststuk heten, maar de Willem rijst er toch uit op als de onverschrokken Held van Waterloo die zo ongeveer eigenhandig de Slag voor de geallieerden heeft gered door Napoleon bij Quatre Bras op te houden. Bosscha lijkt in zijn dagen hagiografische verplichtingen te hebben gehad.

Jeroen van Zanten had die in Koning Willem II, 1792-1849 natuurlijk niet. De glans was intussen ook aardig van de kort regerende (1840-1849) tweede Willem afgeraakt, dankzij diens hardnekkige hobby’s: warme mannen en schilderkunst. Zo bouwde Willem een kunsthal aan zijn Haagse paleis, in een kneutergotieke stijl in foute baksteen, en kocht hij zich arm aan schilderstukken. Ook in de waardering voor Willems krijgsmanskunst was de mot geraakt. Een strateeg? Hm. Was de tengere Willem niet slechts een onvermoeibaar ruiter, een aanvoerder die overal zijn dansende kontje liet zien? En erger nog: had Willem II tijdens de Belgische Opstand door buiten zijn vader om te handelen, niet eigenlijk viermaal landverraad gepleegd?

Van Zanten stelt dat beeld bij, in zijn ademloos lezende, opmerkelijk goed gedocumenteerde, bijzonder helder geschreven biografie. Met name de voortdurende koninklijke emancipatiestrijd in internationaal verband van de Oranjes (‘Wij mogen er heus ook zijn!’) komt vorstelijk uit de verf.

Sterk is hoe Van Zanten de strijd tussen vader en zoon beschrijft. Daarmee komt ook het ‘landverraad’ van de beginjaren 1830 in een ander licht te staan: Willem II opereerde diplomatieker dan zijn autistisch regerende vader. Dat hij daarbij de Belgische troon vurig begeerde, wordt door Van Zanten bekwaam geïntegreerd.

Koning Willem II, 1792-1849 bevat veel nieuwe feiten. Willem blijkt betrokken bij diverse complotten tegen de Franse koning, wat Van Zanten plaatst in het licht van slagveldervaringen. Na de verloren Tiendaagse Veldtocht (1831) financiert Willem diverse couppogingen in België. Willem had een uitstekende talenkennis en was echt moedig op het slagveld. Hij heeft zich wezenlijk verdiept in liberale politieke theorie en de grondwet en daar ook verhandelingen over geschreven. Willems inzicht in de actuele politieke situatie is scherp, en hij is bereid hiernaar te handelen. Tal van homoseksuele verhoudingen worden aan het licht gebracht, al in 1819 wordt hij hiermee gechanteerd. In 1837 wordt hij in Den Haag door Belgen overmeesterd die hem onder dreiging van scrotumverwijdering en onthullingen dwingen tot betaling van een afkoopsom. Ronduit sensationeel is de link die Van Zanten legt tussen chantage uit ultra-liberale hoek en Willems instemming met de grondwetswijziging van 1848. Dat de koning – zoals de overlevering wil – in één nacht van conservatief in liberaal was veranderd verwijst hij weliswaar naar het rijk der fabelen, maar Willem had zich aanvankelijk verzet tegen bestaande voorstellen om de grondwet aan te passen. Tot veler verbazing vond hij na die beruchte nacht de voorstellen niet ver genoeg gaan. Het is verleidelijk dit aan chantage toe te schrijven, maar Van Zanten presenteert een genuanceerder beeld. Willems gezondheid is zwak, zoon Alexander overlijdt, revolutiedreiging, onenigheid met zijn ministers – de koning zit klem. Chantage speelt mee, op zich al sensatie genoeg.

Aan het slot stelt Van Zanten zich de vraag: was zijn hoofdpersoon nu een goede koning of niet? Opmerkelijk: de kritisch-positieve lading gaande het boek overtuigt, maar als je die positiviteit ziet samengevat ga je toch twijfelen. Het voelt aangenaam, een totaal vervallen reputatie is gerestaureerd. Het voelt warm: de biograaf heeft sympathie opgevat voor ‘zijn’ benarde koning. Maar is het waar? Willem II blijft boeien.